Oorzaak: verdronken
Hij is getrouwd met Anna Margaretha Kretzmuller.
Zij zijn getrouwd op 28 januari 1818 te Den Haag, hij was toen 21 jaar oud.
Kind(eren):
In het familiehuis van de oude weduwe worden vele tranen geplengd om Pieter Wijnvoord, zoon uit het eerste huwelijk van Maria. Als jeugdig huisvader was hij al twee keer veroordeeld wegens wangedrag door overmatig gebruik van alcoholhoudende dranken. Op zijn 24e jaar wordt hij aangeklaagd voor het slaan en beledigen van twee politieagenten.
(G.A. Den Haag, Rechtbank van 1e aanleg, Inv.nr. 8).
Op 7.11.1820 was Pieter Wijnvoord in beschonken toestand de Comedie in de Assendelftstsraat binnen gekomen en met veel misbaar op een stoel op de 3e rang gaan zitten. Hij vertoonde geen neiging om rustig te gaan genieten van het gebodene op het podium. De oppasser aarzelde dus niet om onmiddellijk 2 agenten te waarschuwen, die Wijnvoord met veel moeite uit de Comedie konden verwijderen.
Schoppend en tierend was hij overgebracht naar de cellen onder in het stadhuis. Tijdens het proces zegt de timmermans- en vleeshouwersknecht Wijnvoord zich niets meer van het gebeuren te kunnen herinneren. Hij stamelt "dat hij zo beschonken is geweest, dat hij niet meer weet wat er geschied is, en zeer verwonderd was, toen hij ontwakende en nugter was, dat hij zich op het stadhuis bevond".
De rechtbank veroordeelt hem tot een maand gevangenisstraf. Drie jaar later is drank opnieuw de grote boosdoener. Ondanks het late uur wil Wijnvoord met een aantal vrienden het bezoek aan een herberg maar niet als geëindigd beschouwen. Het is 3 september 1823.
De uitbater haalt er drie nachtwachten bij, waaronder Wijnvoords vroegere speelkameraad uit het Kortenbosch, Jan Lukkel. Voor de rechtbank zal de laatste getuigen dat "allen zeer beschonken waren".
De vrienden worden dringend verzocht om nu eindelijk de herberg te verlaten, maar Pieter is dit niet van plan. Hij voegt Jan Lukkel toe: "Jij kent mij niets maken, ik schijt op jullie".
De inspecteur van de nachtpolitie snelt te hulp en naar zijn zeggen gaat Wijnvoord "stil en bedaard" mee naar de wacht op het stadhuis. Daar aangekomen moet hij nodig naar het toilet. Dat kan, maar wel onder begeleiding van een nachtwacht en de dienstdoende inspecteur.
"In de pishoek" krijgt Wijnvoord een aanval van razernij en dreigt hij de inspecteur zijn nek te zullen breken.
Voor de rechtbank ontkent hij zijn dronkenschap en zijn onordelijk gedrag in de tapperij en beschuldigt hij de inspecteur ervan dat deze hem onmiddellijk na aankomst in de drinkgelegenheid een klap in zijn gezicht heeft gegeven, hem op een brute manier naar het stadhuis heeft gesleept en hem op het toilet nog eens heeft mishandeld. Vergeleken met de vorige keer komt Wijnvoord er met een lichte straf af: hij hoeft alleen maar een boete van 25,- te betalen.
Twee jaar later verdrinkt Pieter Wijnvoord op 29-jarige leeftijd. Waarschijnlijk is hij tijdens één van zijn kroegentochten te water geraakt.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Pieter Wijnvoord | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1818 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Anna Margaretha Kretzmuller | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.