Zij werd gedoopt te Helden de 30.5.1736 en haar doopgetuigen waren Gisbert Heinen en Joanna Houben. Zij overleed te. Helden de 10.7.1811 op 78-jarige leeftijd.
Zij huwde te Helden de 10.4.1769 met Joseph Hendrix (Hendricx, Hendrickx), koopman te Roermond. De trouwgetuigen waren Philippus Fulders en Catharina Verhaegh . Joseph vestigde zich te Helden als bakker en koopman. Hij was ook schatheffer van Helden.
Mechtildis was te Helden op 4.8. 1754 trouwgetuige van haar zuster Anna Margaretha; doopgetuige de 2.10.1756 van Henricus Wilhelmus Verhaegh en op 22.3.1768 van Henricus Verhaegh, twee zonen van haar zuster Sibille. Op 2.5.1760 wordt Mechel Knippenbergh opgeroepen door het gerecht van Helden, om te getuigen in de zaak van de arme jager Hendrik Hermans. Mechtild dient op 13.1.1769 een klacht in tegen Jan ter Stappen voor het gerecht te Helden. Op 10.1.1769 is de genaamde Jan ter Stappen in haar huis gekomen en heeft de betaling verlangd voor geleverde rogge. Omdat Jan nog een rekening aan haar broer Reinier te vereffenen had wou Mechtild hem slechts de helft betalen. Daarmee was Jan niet gediend, hetgeen hijzelf onderstreepte met de volgende zin: "«i»Du canalie (canaille = ploert, schurk) sult mij aenstonts betaelen of ick rnaeck dich capot!".«/i» Hij zette deze woorden kracht bij door met de vuist op de lessenaar te timmeren, zodat deze onder het geweld in elkaar stuitte. Door al dat kabaal is de meid Margriet Gommans ook in de kamer verschenen, waarvan Mechtild gebruik maakte om naar de keuken te vluchten. Scheldend volgde Jan haar tot in de keuken, alwaar hij haar enkele slagen op de borst toebracht. Mechtild trok zich terug tot aan de haard, alwaar de E.H.Lennarts, kapelaan van Sevenum, in diepe meditatie verzonken bleek. Met zalvende woorden slaagde hij er in Jan na enige tijd tot bedaren te brengen,
's Namiddags was de kapelaan nog steeds aanwezig, wanneer Jan bijgestaan door zijn vrouw Anna Coopmans, met dreigende gezichten om de afrekening kwamen vragen. Al scheldende met "heks" en "canaille" ging Anna Coopmans onmiddellijk tot de aanval over. Bijgestaan door haar man, kreeg zij Mechtild langs voor te pakken en sloeg baar meermaals om de oren. De kapelaan sloeg de ogen ten hemel en trachtte te sussen van op veilige afstand. Gelukkig voor Mechtild had de meid intussen de knecht Godefridus Nijssen ter hulp geroepen, deze laatste geholpen door de toevallig binnenkomende koster Arnoldis Joosten en Thonis Wilms, wist de strijdende partijen te scheiden en tot bedaren te brengen. Toch konden Jan en zijn vrouw Anna niet aan een volledige afrekening geraken, omdat Mechtild dit niet durfde doen, zonder dat haar broer Renier aanwezig was.
Joseph Hendrix (hij ondertekent Joseph Henderijckx) als inwoner van Helden, bezwaart zich bij de regeerders aldaar op 17.4.1772 omdat hij doorvoerrechten heeft moeten betalen voor een kar beladen met boekweit. Zich beroepende op een gehele reeks voorschriften, privilegiën en reglementen, tracht hij de terugbetaling te bekomen van 5 gulden 2 stuivers Kleefs, die hij aan de ontvanger Gisberts van Kessel heeft moeten betalen. Hij wil in Beesel nog 80 molder boekweit afhalen, die hij aldaar gekocht heeft. Hij had in werkelijkheid in het land wan Montfoord en Gulik 110 molder boekweit gekocht en deze in Beesel gedeponeerd. Hij staaft zijn verzoek aan de regeerders van Helden om de boekweit te mogen invoeren, met de volgende argumenten: hij heeft deze hoeveelheid nodig omdat hij ook moet instaan voor de huishouding en het gewas op het veld van zijn schoonvader Andries Knippenberg: het verbruik aan graan en vruchten door deze personen, de runderen, de varkens en hetgeen hij nodig heeft voor zijn bakkerij en geneverbranderij is veel groter, dan hetgeen hij op zijn land bebouwen en in het gebied van Helden kopen kan.
Blijkbaar heeft Joseph geen gunstig gevolg ontvangen van de regeerders van Helden op zijn verzoek om de boekweit te mogen invoeren; want op 4.5.1772 richt hij eenzelfde verzoek aan het Administratief College van Gelderland. Hij voegt bij zijn brief zijn toelatingsbewijs, het ontvangbewijs van de doorvoerrechten en nogmaals tracht hij door het aanhalen van vele argumenten zijn verzoek kracht bij te. zetten.
Tezamen met Reynier verlenen Mechtild en Joseph Hendrickx meermalen leningen te Helden (op 10.6.1775, 9.3.1782, 24.7. 1784, 21.3.1785 en 23.5.1786). Zij doen dit ook als echtpaar.Op 9.12.1779 verklaren Everhardus Hoets en zijn echtgenote Maria Spee voor het gerecht te Helden een bedrag van 300 gulden Kleefs tegen een jaarlijkse rente van 4«i»%, «/i»schuldig te zijn. Als onderpand verbinden zij 1/10 deel uit 1/7 deel van de windmolen te Helden, ten behoeve van Joseph Hendrikx en Mechtildis . Zij verlenen een lening van 500 gulden Kleefs tegen een jaarrente van 4% aan Jacobus Dorssers en Cornelia Keiren op 27.12.1784. Deze verbinden 1/3 van een huis, met het bijbehorende akker- en weiland groot ongeveer 10 morgen en een kleine beemd.
Op 21.3.1785 lenen zij 150 gulden Kleefs. aan Theodorus Linssen en Maria Jeucken, de met toelating van hun vader Sill Jeucken, diens huis te Zelen met ongeveer 3 morgen en 24 roeden land als onderpand stellen.
Op 30.12.1786 lenen zij aan Dirck de Witt en Maria Leusdonck 1000 gulden Kleefs, tegen een jaarrente van 5 %. Deze stellen als onderpand hun huis te Penningen, en ongeveer 6 3/4 morgen akker- en weiland,,
Op 30.4.1789 lenen zij aan Joannes Kerckels en Jacquemina Claes 600 gulden Kleefs, tegen een rente van 4%. Zij stellen als onderpand hun huis, genoemd "De Engel", bijgebouwen, brouwerij en toebehoren, groot ongeveer 1 3/4 morgen.
Joseph Hendricks had op twee velden van het "Hoofvelt" boekweit gezaaid. Hiervan ging door de vorst in de nacht van 25 op 26.6.1777, één morgen en één roede volledig verloren en nog drie roeden voor de helft; hetgeen voor hem een verlies betekende van 2 gulden 15 stuivers 5 denier en 1 gulden 13 stuivers 3, dénier.
De schatheffer Hendrickx had aanvang 1781, in deze functie 3 à 4 reizen naar Roermond moeten maken zonder resultaat om aldaar van de Prior van het Kartuizerklooster de schatting te ontvangen. Op 10.7.1781 wordt het geval door het gerecht van Helden behandeld.
Ter oorzake van een defect aan de bakhoven van Hendrickx is op 7.8.1784 brand ontstaan, die echter zonder grote schade kon geblust worden. De handelaar Hendrickx, als eigenaar van 3 huizen aan de kapel en van effecten - zo schrijft hij zelf - wil zijn beroep zo snel mogelijk hervatten. Daarom heeft hij opdracht gegeven de oude bakoven af te breken en een nieuwe te bouwen«i», «/i»die alle waarborgen zal bieden, wat betreft veiligheid en degelijkheid. Zijn. buren hebben echter bezwaren geopperd over de gekozen plaats. Hij verwacht de goedkeuring van het. gemeentebestuur en hij voegt bij zijn verzoek de certificaten van de meesters timmerlieden en metselaars.
Op 24.8.1787 laat het gemeentebestuur van Helden, door de gerechtsbode Hendrik Smits, alle eigenaars van vervallen of afgebroken huizen die niet herbouwd werden, op straf van 1goudgulden voor de volgende zondag dagvaarden. Joseph Hendrickx moet ook verschijnen, als verantwoordelijke voor het genoemde "Peter Heynen huis", dat de eigendom was van de kinderen Wilm van Knippenberg en de weduwe Janssen.
Zij is getrouwd met Joseph Hendrix (Hendricx, Hendrickx).
Zij zijn getrouwd op 10 april 1769 te Helden, Limburg, Netherlands, zij was toen 32 jaar oud.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Anna Mechtildis (Mechel) Knippenbergh | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
1769 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Joseph Hendrix (Hendricx, Hendrickx) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.