Zij werd gedoopt te Helden op 13.7.1716 en haar doopgetuigen waren haar oom Wilhelmus en Elisabeth Jeucken.
Zij was op 21.4.1757 doopgetuige te Heythuysen van Joanna, een dochter van haar broer Henricus, maar werd aldaar vervangen door Elisabeth Thuyls. In het testament van haar moeder Jenneken Jeucken wordt zij en haar broer Peter, met alle roerende en mobilaire goederen bedeeld, bestaande uit het paard met de kar, de ploeg, de eggen, de dieren in de stal, de vruchten en het voeder in de schuur en op de zolder, alsmede de gehele huisraad en meubels. Het liggend geld en het uitstaande kapitaal ten laste van de gemeente blijft hun eigendom maar zij moeten de begrafenis en de uitvaart van hun moeder betalen. Lisbeth verloor op het "Groot veld" een morgen en 3 roeden boekweit en op de "Vosberg" een morgen hoekweit voor de helft door de uitzonderlijke vorst in de nacht van 25 op 26.6.1777. Haar verlies werd vastgesteld op 6 gulden 14 stuivers en 8 duiten. In het testament van Elisabeth van 12.2.1789 schenkt zij aan de armen van Helden 300 gulden Kleefs en hij haar afsterven nog 2 malder rogge; voor een nieuwe remonstrants voor de kapel B.M.V.Dolorosae 100 gulden Kleefs; voor zielemissen 100 gulden Kleefs en nog 50 gulden voor de kerk en de kapel; 50 gulden voor een sieraad of ornament voor de kerk. Zij wil bovendien 200 gulden besteden aan haar begrafenis en het overschot zal aan de armen uitgedeeld worden; doch hiervan zullen haar neven Peter en Jan Smolders bevoorrecht worden.. De kinderen van Peter, de zoon van Hendrik van Knippenberg en Engel Thuyls, ontvangen een schenking van 400 gulden Kleefs, omdat zij niet van haar erven kunnen. De erfgenamen moeten er voor zorgen dat de bedoelde legaten uit dit testament zullen besteed worden, zoals zij voorgeschreven heeft.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.