Hij werd gedoopt te Maasbree de 15.4.1678. De doopgetuigen waren Leonardus Homont en Gertrudis Geurts, ipv. Joannes Lunarten(?), en Francisca Woulters. Hij overleed te Helden Everlo op 5.10.1746. Hij was schepen van Helden van 29.11.1725 tot 15.3.1738. Hij huwde te Helden op 19.6.1702 met Elisabeth Verhagh en hun huwelijksgetuigen waren Theodorus Claes, Godefrida Degens en de pastoor Joannes Knippenbergh. Elisabeth werd geboren te Helden de 2.12.1684 als. dochter van GodefridusVerhagh. In de registers die handelen over de rekeningen van het dorpsbestuur van Helden, komt meermalen een Willem van Knippenbergh voor, doch aangezien er in deze periode drie leden van de familie leefden met de voornaam Willem, is het praktisch onmogelijk vast te stellen wie het betreft. In het doopregister van Helden vinden wij hem terug als doopgetuige op 1.11.1696 voor Leonora Zeelen; op 7.10.1703 voor Gertrudis Zeelen; en op 11.9.1705 voor Marcella Zeelen, alle drie dochters van zijn zus.ter Mechtildis. In. 1710 is hij doopgetuige van Petronella van Enckevoirt; op 21.8.1715 voor Anna Zeelen, dochter van Mechtildis, op 15.3.1720 van Servatius Smolders, zoon van zijn zuster Beatrix en op 11.9. 1710 was hij huwelijksgetuige te Maasbree voor zijn broer Henricus. Op de zitting van de schiepenbank van Helden de 12.11.1708 verklaart Wilm dat hij reeds in april laatstleden, in naam van zijn schoonmoeder Dierisken van Hoghten het uitgeleende kapitaal van 200 gulden teruggevorderd had van Joanna Verhagh, weduwe van Jan Degens. De weduwe beweert regelmatig de jaarlijkse intrest van, twee ducatons (dukaton -Nederlands zilveren geldstuk ter waarde van zes gulden) betaald te hebben en zij verlangt dat hij de schuldbrief of obligatie zou voorleggen waaruit moet blijken dat zij voor deze 200 gul- den een onderpand moet stellen. De schepenbank beslist op 3.12.1708 dat Wilm op de volgende gerechtszitting de schuldbrief moet tonen, waaruit ook de schuld van 200 gulden moet blijken. Dit geschiedt op 17.12.1708 en de schepenen beslissen dat de gedaagde weduwe Jan Degens de schuld moet terugbetalen. Op de zitting van 4.3.1709 verklaart Wilm dat de weduwe Degens nog steeds niet. voldaan heeft aan de uitspraak van de rechtbank. Het gerecht gelast. de gedaagde de uitspraak van 17.12.1708 na te komen. Niettemin veroordelen de schepenen de aanklager Wilm tot het betalen van de 2/3. der gerechtskosten, terwijl de aangeklaagde slechts 1/3. der kosten moet betalen. Op 23.9.1709 verschijnt Willem als schoonzoon van Diersken van Hooghten een weduwe van wijlen Gaert Verhaegh voor het gerecht van Helden. Hij verklaart borg te blijven voor de 200 gulden, die volgens de uitspraak van de rechtbank van 17.12.1708 aan hem voldaan moeten worden. Indien na de dood van zijn. schoonmoeder Dierisken van Hooghten Joanna Verhaegh of iemand anders aanspraak zou maken op deze 200 gulden, zal Wilm de kosten of de schade dekken die een eventueel renteverlies zou veroorzaken. De akte werd ondertekend door Peter Crommentun Wilhem van Knippenbergh, Peter Smollers en de secretaris Willem van Knippenbergh. Na het overlijden van de schepen Gerart Jaecken werd op 7.8.1716 door het gerecht van Helden drie personen voorgesteld aan de heer van de heerlijkheid baron de Neerissche en Macken, die hieruit zijn keuze zal doen en hiermede een nieuwe schepen zal aanduiden. Een van de drie kandidaten is Wilm van Knippenberg "aent Everlo". Opnieuw op 3.0.9.1716 wordt Wilm voorgesteld als schepen, want intussen zijn twee schepen en twee gezworen plaatsen vacant geworden. Op 29.11.1725 benoemt de heer der heerlijkheid Helden in zijn kasteel te Macken Wilm van Knippenbergh, "aent Everlo" als schepen van Helden. (Praenobilis D.Joës Alb. Baron de Neerijsche Macken heer van Helden overleed op 29.4.1728 te Venray. Op 10.12.1725 legt Wilm de eed af als schepen van het gerecht te Helden in handen van de heer schout en voor de schepenen Peter Crommentuyn, Engel Janssen Peter Gommans, Gust Verscharen, Derick Smolders en Jan Stammen. De secretaris Peter Jurgens was tegenwoordig. Op 8.3.1729 wordt de schepen Wilm, tezamen met Sirnon Verhaegh aangesteld als beëdigd voogd van de kinderen van wijlen. Joannes Verhaegh. en Agnes Crommentuyn, nl. Willemyna. Meghel en Brigitta Verhaegh.
Het jaar 1729 moet voor de inwoners van Helden. zeer rampspoedig geweest zijn, want op 11.12.1729 betaalde de schepen Wilm van Knippenbergh 58 rijksdaalders in naam van de gemeente aan de heer van Aerssen., die voor de Heldenaren de rogge geleverd had, in het Koninklijk magazijn van Gelder. De inwoners van Helden hadden namelijk hun rogge zelf opgebruikt. Het volledige bestuursapparaat van Helden verklaart en verbindt zich op 11.11.1730 om het voorgeschoten kapitaal met een rente van 4 %, aan hun medeschepen terug te betalen. Op 24.6.1732 verklaart Wilm, dat de som met de rente volledig terugbetaald werd.
Op 10.1 0.173.0 leggen. Willem Knippenbergh en Peter Smolders de eed af, als voogden voor de kinderen van Petrus Zeelen en Mechtildis van Knippenergh. Tezamen met Peter bommans verhuurt de schepen Wilm op 16.1.1732, in zijn hoedanigheid van "arme momboir" of als voogd voor arme mensen, het huis en het erf van Lins Scherders, gelegen op de Vosberg, aan het echtpaar Stan Schreurs en Margriet Gubbels tegen voordelige voorwaarden. Op 12.6.1734 kocht Wilm op de openbare verkoop voor de kinderen van Wilm Gomsans en Anna van Dijck een trog voor 2 gulden en 15 stuivers.
In september 1734 werd door een zoon van Wylm, in gezelschap van andere mannen, een oude wolf gedood. Deze werd op 7.8. 1735 afgeleverd aan de schout Schenck. Wilm bezat in 1735 twee woningen in Helden Everlot; deze werden nog in 1753 door zijn erfgenamen bewoond. Hij was ook niet onbemiddeld, want hij had ten laste van de gemeente een kapitaal uitstaan van 1.135 gulden, tegen een rente van 4 %. Het grootste gedeelte van dit geld had het echtpaar Wilm en Elisabeth van hun (schoon)vader Symon Verhaegh geërfd. Op 15.3.1738 ontvangen de schepenen en regeerders van Helden de aanvraag om ontslag als schepen van Wilm van Knippenbergh. Hierin verklaart hij, dat hij wegens zijn langdurige ziekte, zich onbekwaam voelt om het ambt van schepen verder waar te nemen en hij vraagt. aan het. dorpsbestuur om hem uit deze functie te ontslaan. De schepenen aanvaarden het ontslag en verzoeken op 5.1.1738 aan de hoogedele Anthonetta Raba, jonkrouw en vrouwe van de heerlijkheid, om Wilm te denominer en één van de drie volgende personen: Joannes Beiren, Peter Hulskans of Zill Gommans in zijn plaats te benoemen.
Jan Heynen(s) en zijn vrouw Rosa Denelf, wonende te Knokke, geven in 1740 volmacht aan Wilm, om in hun naam aan hun broeder Ghysbrecht Heinen -schoonbroers van Catharina (1.5.4.2.2) hun erfdeel te verkopen van het huis, erf en land gelegen te Helden, omdat Ghysbrecht hun vroeger ongeveer 25 ponden Vlaams had voorgeschoten.
Op 21.2.1743 stuurt Wilm een verzoekschrift aan de legerleiding van Gelder, mede ondertekend door de schepenen Dirick Smolders en Jan Gielen, alsook door de secretaris Peter Jurgens. Hierin vraagt hij dat men zijn zoon (waarschijnlijk Wilhelmus), die in militaire dienst is van Gelder, onder generaal-majoor von Krachen en in de compagnie van de kapitein de Monteton, uit zijn diensplicht te ontslaan. Hij wil hiervoor een andere rekruut in de plaats stellen. Mij motiveert zijn aanvraag door te verwijzen naar zijn ouderdom en het feit dat hij niet meer kan werken; hetgeen; de ondertekenaars beamen. Daardoor kan hij zijn land niet meer bebouwen, heeft geen inkomsten meer om zijn brood te verdienen en om de belastingen te kunnen betalen.
Hij is getrouwd met Elisabeth Verhaegh.
Zij zijn getrouwd op 19 januari 1702 te Helden, Limburg, Netherlands, hij was toen 23 jaar oud.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
WILLEM (Wilm) van Knippenbergh | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1702 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Elisabeth Verhaegh | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.