Stamboom Van Knippenberg » Sr. Wilhelmus van Knippenbergh (1659-????)

Persoonlijke gegevens Sr. Wilhelmus van Knippenbergh 

  • Hij is geboren op 21 maart 1659 in Helden, Limburg, Netherlands.
  • (!) .
    Hij werd gedoopt te Helden op 21.3.1659; de doopgetuigen waren Leonarda (= 1.6.4) de echtgenote van Marcelis Seelen en M. Petrus Roefs als plaatsvervanger van Joannes Coemans. Hij huwde te Helden op 13.6.1686 met Leonarda Coumans (= Koemans) en als getuigen waren aanwezig Petrus Engels, de zoon van Joanna (= 1.3.1) en Ida Coumans. Willem vervulde te Helden verschillende ambten. Wij vinden hem terug als gerechterlijk curator, als vice-secretaris en secretaris, als schatheffer armenmeester en aanklager. Hij werd op 19.9.1695 als gerechterlijk curator voor het sterfhuis (1) van Dirick Zeelen te Helden aangesteld. Hij zal de schuldvorderingen en de schulden van de afgestorvene afhandelen. Jan Hesen dient twee schuldvorderingen in en ook Anthon Heynen en (Christiaen Mays melden zich als crediteuren. op de zittingen van het gerecht van de 3.10.1695 en 17.10.1695 verschijnen ook Mathijs Vincken en Joannes van Straelen als schuldeisers. Meerdere zittingen, die plaats vonden op 7.11.1695, 21.11.1695, 12.12.1695, 23.1.1696, 22.3.1696 en 3.6.16969 waren nodig om tot een vergelijk te kunnen komen.
    Te Helden op 24.4.1697 kopen Willem en zijn vrouw Leonora Coemans tweederden van de helft van de Heldense windmolen voor de hoofdsom van 1.300 Rijksdaalders en diverse bijkomende kosten. De windmolen was reeds voor een gedeelte de eigendom van zijn ouders Willam en Alitgen.. In de koopakte komt als gedeeltelijke eigenares van de molen, ook voor Margaretha von Broich, weduwe van Johan Baltasar van Kessel. De molen wordt verkocht namens Isaac Lambert de Blanche, heer van Schonau en diverse leden van de familie van Kessel. Voor Johan van den Bossche, schout Peter Smollers en Antoon Comans, schepenen van het gerecht te Helden, verscheen o.a. Peter Ingels als gevolmachtigde en als eigenaar van een derde van de Heldense windmolen. Hij handelde in opdracht van de "eerzame" Willem van Knippenbergh over de koopbrief van 24.4.1697, betreffende het vierde deel van de Heldense. windmolen, te voren de eigendom van de dochter van Baltasar van Kessel. In de jaren 1683-1684, 1712 en van 1699 tot 1722 zal Willem als schatheffer (2) de belangen van de gemeente Helden behartigen. Onder de uitgaven, die voor rekening van de gemeente werden staat ook Willem opgetekend voor verteer gedaan ten zijnen huize voor een bedrag van patakon 32-4-3 (de patakon ad 62 stuivers). Een uitgave voor Willem en Peter Smollers vervalt op 26.1.1700 en bedraagt pts. 59-14-0.
    Op 15.2.1699 is Willem, als schatheffer van Helden, tezamen met Peter Smollers, Gaert van Oyen en Jan Goemans, ten huize van Sr. Joannes Joris gegaan, om in tegenwoordigheid van de procureur Luypers, een vergelijk te treffen.
    De 9.3.1699 wordt de koster Emond Deponte op de zitting van de schepenbank van Helden, door Willem aangemaand om het saldo van 112 gulden en 14 schelling te vereffenen, voor de aankopen die hij gedaan had bij de uitverkoop van de eigen dom van wijlen de E.H. pastoor Devriese.
    Nadat op 13.6.1700 de "Hooggebiedende Heer en zijn Mevrouw hun Entrée" deden te Helden, waarbij 355 man in de weer waren geweest, werd Willem van Knippenbergh de volgende dag op 14.6.1700 door de Heer van de heerlijkheid Helden; in akkoord met de secretaris de Wagener de eed afgenomen als substituut-secretaris.
    De 22.11.1700 treedt Willem op als schatheffer tegen de Heer van Macken de heer van de heerlijkheid Helden. Op 23.10.1703 leent Willem, als momboir van Bastiaen Enkenvort, de som van 25 patakons min 12 stuivers aan Lendert Michiels. De schuld moet in Brabants geld terugbetaald worden.
    Op 9.3.1709 vraagt Willem, als substituut-secretaris, aan de schepenbank van Helden dat de procureur Bonnier zich zou verantwoorden voor de beschuldiging die deze tegen hem uit- gebracht had en hij vraagt dat deze ook zou veroordeeld worden voor de betaling der kosten. De behandeling van het proces wordt voortgezet op 13.3.1709 en op 15.4.1709 en Willem vraagt dat de procureur Bonnier zou veroordeeld worden bij absoluut verstek. De schepen Peter Smollers en de substituut-secretaris Knippenbergh zijn op 21.7.1713 naar Gelder geweest en zij hebben verteerd, met inbegrip voor de kar en het veergeld, pts. 7-2-00 De kosten werden hun op 13.9.1713 terugbetaald. Willem, als ontvanger van belastingen op de nieuwe aangekochte gronden, beklaagt zich bij het gerecht over de slecht betalende aankopers, waarvan sommige niet kunnen betalen omdat ze insolvent blijken te zijn. De regeerders van Helden besluiten op 15.1.1714 om maatregelen te zullen treffen.
    Op 12.3.1714 begint te Kessel een proces inzake jonker Hans Willem van Kessel en het testament van jonker Flips Adolph van Kessel, gedaagden tegen Isaek Lambert de Blanche en Willem. Knippenbergh als supplianten. (3)
    Op 15.3.1714 verzoekt het gerecht van Kessel aan jonker Hans Willem van Kessel en de overige erfgenamen om een inventaris op te maken van de goederen en de bezittingen, herkomstig van wijlen jonker Balthasar van Kessel, kannunik en cantor van luik.
    Op 17.3.1714 hebben de supplianten Here Isaek Lambert de Blanche en Sr. Willem van Knippenbergh, volgens de voorschriften der Landrechten de eed afgelegd.
    Op de zitting van 507.1714 verklaart de gedaagde Johan Wilm van Kessel dat de aanklager Sr. Wilm van Knippenbergh, al de papieren en documenten ontvangen heeft en hij stelt Willem verantwoordelijk voor al de gevolgen, betreffende kosten, schade en intresten. Wilm van Knippenbergh beweert niets ontvangen te hebben, omdat de gedaagde deze documenten aan de heer Blanche overhandigd heeft. Jonker Johan Wilm van Kessel moet de "momboir" eed afleggem en de andere momboiren, de heren Hammes en Cnippenbergh zullen in het bezit gesteld worden van de originele brieven. Wilm van Knippenbergh zegt dat hij de órdonnantie van de laatste gerechtsdag niet ten uitvoer kan brengen, omdat hij maar een assistent-momboir is. De heer Blanche is vader en momboir van zijn kinderen en de originele brieven zijn in diens bezit. De originele rekeningen zijn in. het bezit van de schout.
    In zijn hoedanigheid van Armenmeester daagt Willem de erfgenamen van Peter Slots voor de rechtbank van Helden en hij verzoekt de schout om te doen hetgeen zijn ambt hem voorschrijft. De schepenen beslissen om de zaak in de handen van de schout te geven en zij zullen aan de partijen de gelegenheid verschaffen. om de bedragen van de intresten en het kapitaal door een nieuwe boekhouder te doen vaststellen. De schepenen en de gezworenen van Helden geven op 19.5.1716 de opdracht aan Geert Verstappen en aan de substituut-secretaris Wilm van Knippenbergh, om tezamen met vijf pioniers die de voet van de dijk van het afwateringskanaal van de Peel opgemaakt en hersteld hebben, om ten huize van de weduwe Bartel van den Steen te gaan, om haar te verbieden van haar kudde vee korter dan vijf schreden (4) van de dijk te laten lopen en te grazen.
    Op 8.7.1717 verschijnt Willem als aanklager voor het gerecht van Kessel tegen de gedaagde Derick Dorsters. Van een laatste afrekening van 26.10.1710 blijft nog een bedrag van 100 gulden Brabants te betalen, waarvan de vervaldag vastgesteld werd op 19.6.1715 van een tweede schuldbrief over een som van 200 gulden, herkomstig van de heer Hardicus Meyers, overneemt Willem Smeets als gevolmachtigde van zijn zwagerin Margareta Dorsters de aansprakelijkheid. Omdat er van de overblijvende schuld van 100 gulden, ten laste van Derick Dorsters ook geen jaarrente betaald werd, vraagt Willem Knippenbergh om beslag te leggen op de goederen van Derick Dorstens.
    Op 2.3.1719 heeft Derick Dorstens nog steeds niet de beloofde betaling aan Willem van Knippenbergh voldaan, daarom zal het gerecht een vonnis vellen voor 16.9.1719.
    Op 11.5.1719 verklaart de secretaris Knippenbergh dat Derick Dorsters nog geen gevolg heeft gegeven aan de bepalingen van de uitspraak van het gerecht en verzoekt om de uitvoering en de verlening van de examinatie in factum. (5)
    De 28.9.1720 heeft de Koninklijke Commissie te Gelder de rekeningen van het jaar 1719 van Helden, opgeschreven door de substituut-secretaris Willem, nagezien. Deze kontrool geschiedde insgelijks op 13.3.1722 en de in het Duits geschreven bemerking van de Commissie laat uitschijnen, dat Willem de voorschriften betreffende de vorm en de inhoud niet nageleefd heeft.
    Op verzoek van de schout van Meyel wordt op 2.12.1718 door de "Eerst presiderende ende andere Raeden van sijne Keyserl. en Catholieke Majesteits Souverains Hove des vorstendomb Gelre ende eerste bode des Chancellerije" te Roermond bevolen dat de boete van 30 goudgulden opgelegd aan de substituut-secretaris Willem en de 20 goudgulden waartoe ook Geurt Verstappen, bij vonnis van 11 november laatstleden veroordeeld werden, onverwijld moeten betaald worden.
    Op 14.1.1722 wordt Peter Jurgens de eed van substituut-secretaris van Helden afgenomen. Gerardt Crommentuyn is na zijn laatste ziekte gebrekkig gebleven en kan het ambt van aanklager van de heerlijkheid Helden niet meer waarnemen. Daarom zal Willem van Knippenbergh de eed zweren en vanaf 24.1.1721 in deze functie treden. In de hoedanigheid van aanklager van Helden treedt Willem op in de zitting van 23.2.1722 tegen Alyten van Dijck over achterstallige tijnsplichtige penningen. Het verslag van dit proces is zodanig met Latijnse citaten en met een opeenstapeling van vreemdwoorden overladen, dat het gerecht de beide partijen verzoekt geen Latijnse termen meer te gebruiken.
    Hij klaagt op 8.11.1723 de weduwe Frans Willems aan, wegens een achterstallige betaling van 10 patakons. Op 22.11.1723 en op 6.12.1723 wordt de weduwe Willems opnieuw door de aan- klager Willem voor het gerecht gedaagd, wegens een overtreding tegen het decreet van 8.11.1723 en tegen een verordening van zijne "Coninclijke Majesteyt" van 27.12.1720. Het restant voor Willem uit het schatboek van Helden voor het jaar 1722, bedroeg 24 gulden 7 stuivers Brabants, doch uit een latere opgave blijkt, dat hij ten laste van de gemeente een kapitaal van 2.650 gulden had uitstaan tegen. een rente van 4%, waaruit men kan besluiten dat hij tot de meest gegoede burgers van Helden behoorde. (6)
    Op 6.3.1724 had Willem van Knippenbergh met de volmacht en de toestemming van zijn vrouw Leonora Comans, van de pastoor van Maasbree Henricus Stijns een som van 100 gulden Venlose munt ontvangen; alsmede nog 100 gulden uit het bezit van de kerk, tegen een rentebrief van 200 gulden ten laste van de erfgenamen van de heer Jean Georgh van Lom. Deze transactie werd op 25.4.1724 in het register van overdrachten van Maasbree ingeschreven. Nog te Maasbree heeft de Weled. Heer Johan Georgh van Odenhove een bouwhof verkocht aan Gysbert Peters en zijn echtgenote Anthonetta van den Boegaert voor een hedrag van 960 pa- takons. In de koopsom is begrepen de 200 gulden, die Willem van Knippenbergh beheert ten voordele van de kerk van Maasbree.
    Als gevolg van een aanvraag van meerdere crediteuren wordt beslag gelegd op de nagelaten erfgoederen van Fransken Gommans. Willem wordt op 8.7.1724 aangesteld als curator en op 31.7.1724 worden alle goederen te Helden openbaar verkocht. Om de geschillen met de nieuwe grondeigenaars te beslechten wordt er tussen de regeerders van Helden en Wilm als ontvanger van de belastingen op de nieuwe gronden een regeling getroffen. Wilm zal op 2.4.1726 voor de liquidatie van al de gevallen in totaal 75 gulden Roermonds betalen, terwijl de gemeente de rest zal regelen tegenover de Heer der heerlijkheid Helden.
    Dit akkoord werd ondertekend door de substituut-secretaris. Wilm zelf, de schepenen Peter Gommans, Guss Verscharen, Wilm van Knippenbergh (=1.3.2.3) en de gezworenen Bastiaen van Inckevort, Thonus Kessels en Michiel van de Cruys getuigen. Op 11.10.1728 had Wilm arrest en verbod gelegd op de goederen van Jan Gielen wegens een oude schuld. Om echter de onkosten van een proces te vermijden verkoopt Jan Gielen op 23.10.1728 al zijn roerende goederen en vee aan Wilm voor het verschuldigde kapitaal van 250 gulden en de intussen verlopen intrest van 90 gulden.
    Op 12.11.1733 treedt Sr.Willem van Knippenbergh op als aanklager voor het gerecht van Kessel, tegen de gedaagden mevrouw de weduwe van Johan Willem van Kessel en mevrouw de weduwe van Hammes, De echtgenoot zaliger van de eerste gedaagde had tegen een schuldbekentenis van 13.2.1702 een som van 100 patakons opgenomen. Volgens een akte van 2.7.1715 moet hiervoor een rente van 6 1/4% door freule Elisabeth van Kessel betaald worden, verdeeld onder de twee gedaagden, hetzij tien patakons per jaar voor de eerste gedaagde en vijf patakons voor de tweede beklaagde. De achterstand aan jaarlijkse intresten bedraagt 62 patakons, op 26.11.1733 verklaart mevrouw de weduwe van Kessel dat de aanklacht ongegrond en niet ontvangbaar is, dat zij buiten het proces blijft en dat de aanklager Willem van Knippenbergh al de kasten zelf mag betalen. De weduwe van Hammes zegt dat zij geen geld heeft om een procureur te betalen die haar zaak kan verdedigen en zij beschouwt de zaak als onbillijk, want zij heeft nooit een contract gezien en nog minder ondertekend.
    Voor het gerecht van Helden op 23.12.1733 stellen Willem . en zijn vrouw Leonora Comans hun huis als borg voor een bedrag van 8 patakons en een schuldbrief van 1.10.1733 ten laste van Frans Willem van Kessel voor 100 patakons, als aanvulling op de koopsom voor het hof "de Koeystall" gelegen te Kessel; dit volgens akkoorden afgesloten op 12.12.1733 en 17.12.1733.
    Het huis dat Wilm volgens de telling in 1735 in het dorp bewoonde, werd later in 1753 bewoond door Geurt Claes. Krachtens een vonnis van 20.02.1747 ten voordele van Willem van Knippenbergh en ten nadele van de erfgenamen van Jochum Hendrickx en Jaanna Gommans en als gevolg van een toelating verleend op 17.3.1747 door het Edele Hof van Gelderland, zal op verzoek van, Willem op 10.4.1747 openbaar verkocht worden een huis met hof en bijna 5 morgen grond. Deze goederen waren sedert 9.11.1728 belast met een schuld van 300 gulden, waarop 200 gulden nog 10 jaar intrest aan Willem verschuldigd is.
    «u»«b»«i»Voetnoten: «/i»
    «/u»«/b»«i»(1) sterfhuis = in een onbeheerde nalatenschap;
    (2) De gemeenterekeningen vanaf 1.10.1695 tot 30.9.1696 moeten in "swaere Brabantse" munten uitgedrukt worden en vergen een uitgebreide boekhouding wegens de verschillende gangbare munten;«/i»
    «i»(3) suppliant = hij die een vrzeokschrift indiend;
    (4) schrede = 77 cm;
    (5) examinatie in factum = onderzoek van het gebeurde feit;
    (6) In het "Register op,de Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre, het kwartier van Arnhem", 1917, p291, nr. 90 komt een onbekende Willem Knippenberg voor:
    "De schaarsehoeve op de Veluwe te Neybroeck, als leen van Zutphen, waarmede Jacob Coster beleend werd op 15.7.1686, werd op 8.11.172 aan Willem Knoippenberg beleend. Na de dood van Willem Knippenberg werd op 25.4.1741 Willem Scholten hiermede beleend".«/i»
  • Een kind van WILLEM (den jongen) Gulielmus van Knippenbergh en Aleydis Smolders

Gezin van Sr. Wilhelmus van Knippenbergh

Hij is getrouwd met Leonarda Coumans (Koemans).

Zij zijn getrouwd op 13 juni 1686 te Helden, Limburg, Netherlands, hij was toen 27 jaar oud.


Kind(eren):


Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Sr. Wilhelmus van Knippenbergh?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Sr. Wilhelmus van Knippenbergh

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Aanknopingspunten in andere publicaties

Deze persoon komt ook voor in de publicatie:

Historische gebeurtenissen

  • Stadhouder Prins Willem III (Huis van Oranje) was van 1672 tot 1702 vorst van Nederland (ook wel Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden genoemd)
  • In het jaar 1686: Bron: Wikipedia
    • 2 juni » De Britse Royal Society besluit tot het uitgeven van Principia Mathematica van Sir Isaac Newton.
    • 31 december » De eerste Hugenoten hijsen de zeilen om van Frankrijk naar Kaap de Goede Hoop te varen. Daar zullen ze later de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie opstarten met de wijnen die ze op hun reis meenemen.


Dezelfde geboorte/sterftedag

Bron: Wikipedia


Over de familienaam Van Knippenbergh


Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Van Knippenberg, "Stamboom Van Knippenberg", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-van-knippenberg/I250.php : benaderd 10 oktober 2026), "Sr. Wilhelmus van Knippenbergh (1659-????)".