Amsterdam: 17-05-1772:
Aletta Cambier is de enige erfgenaam van Abraham Cambier en Maria Coij. Haar vier broers zijn kennelijk allemaal overleden voor 22-10-1740 en kregen geen van allen kinderen.
[Een doop gevonden in Rotterdam, daar is op 07-02-1679 een zoon gedoopt, Abraham Jacobij Cambier, wordt hieronder ook genoemd. De moeder genaamd Maria Koeij, de vader d' Avocaet (Bron: Stadsarchief Rotterdam)]
Transcriptie: 'M: aelart.
Op den Sevenden Maij des jaars seventien hondert twee en sestig Compareerde voor mij Hermanus van Heel Notaris te Amsteldam bij den Hove van Holland geadmitteert de Weledele Heer Jan Christiaan Swaen Vrij Heere van Poederoijen weduwenaar van vrouwe Aletta Cambier en door deselve sijn huijsvrouw bij testament op den 3 April 1758 voor Scheepenen der Hooge en vrije Heerlykheijd poederoijen gepasseert, geinstitueert sijnde tot eenige ervgenaam, welke sijn Heer comparants huijsvrouw sonder kinderen naat laten is gestorven volgens deelaratoir don Drossart en scheepenen der Hooge en vrije Heerlykheijd poederoijen op den 2 April 1759 verleent en welke sijn Heer comparants voornoemde overleedene huijsvrouw is geweest het eenig kind en descendent van vrouwe Maria Coij in haar leven weduwe van wijlen de Heer Abraham Cambier, vermints haar broeders de Heer Mr. Jan Cambier , Cornelis, Admanus en Abraham Jacob Cambier sonder eenige wettigd descendenten naagelaten te hebben lang voor Jufvr Catharina Tronchijn waaren overleeden, volgens declaratoir in dato 22 october 1740 door de Heer J: Gordon Secretais der stad schiedam getekent, en welke voornoemde Jufvrouw Catharina Tronchijn eenig kind en afkoomeling van Jufvr. Hendrina Coij weduwe de Heer S A Tronchijn en haer moer Jufvr. Cornelia Coij beide sonder nasaat achtergelaten te hebben sijnde gestorven des comparants overleedene huijsouw alleenlijk is gerechtigt geworden tot het-geen haar oud moeij Jufvrouw. Jacoba Coij in der tijd huijsvrouw van Pieter Leslij heeft nagelaaten aan haare susters sijnde alleenlijk geweest de voorn. [voornamen?] Cornelia, Hendrina en Maria Coij, met verband op haar liedes kind, kinderen en verdere descendenten tot in den vierden graad ingevolge haar testament op den 20, Augustus 1697 voor de Notaris Gosewijn van der Hal en getuijgen in s Gravenhage gepasseert, welk verband door het afsterven van des Heer Comparants overleedene huijsvrouw sonder nasaat achtergelaten te hebben is gecesseert, en voor welke nalatenschap van Jufvrouw Jacoba Coij de naate melden obligatie uit afgeloste Capitaalen is aangekocht volgens aanteekening door de Heer Michiel ten Hove Secretaris van 's Gravenhage op den 18 februrij 1722 achter deselvse obligatie gesteld.
Woonende de Heer Comparant binnen dese stad. En verklaarde de Heer Comparant verkocht te hebben ende bij deesen te transporteeren cederen ende in vollen vrijen eijgendom over te geeven aan en ten behoeven van de Interessanten in het contract van Overleeving, in het jaar 1754 onder de Zinspreuk Prudentia et Amore binnen dese stad opgericht.
Een obligatie ten lasten van Holland en westvriesland ten comptoire van den Ontvangen generaal in s gravenhage, staande op de naam van Robbrecht Pietersz Schilperoort, grootachttien hondert ponden of guldens capitaal, gedateert den 30 Meij 1644 Fol, 892 V. No. 5 geaggt. den 25e. Julij No. 1644 regt. fol: 36. van welke obligatie mij Notaris bij quitantie door J. Kooij Secretaris van den Hogen ban getekent is gebleeken, dat het recht der collaterale sucessie door 't afsterven van des comparants huijsvouw verschuldigt is betaalt.
En bekende de Heer Comparant de Kooppenningen voor de opgemelde obligatie ingelost, soo wegens capitaal als daar op verscheenen en te goede sijnde interessen van de Koper te hebben ontvangen, quiteerende hen deswegen en beloovde de Heer comparant de opgemelde obligatie ten allen tijde, voor alle op en aanspraak te sullen guarandeeren en de Kopers of hun recht verkrijgende desaangaande onder vrij Kost en schadeloos indemneeren, verpand van des Heer Comparants persoon en goederen als naar Rechten.
Gepasseert binnen Amsterdam in praesentie van de Heer Jan van Wattens Makelaar en Robart Voute als getuijgen.
J. C. Swaen
J. v. Wattens
R. Voute
J.O. van Heel, Notaris.' (Bron: amsterdam-city-archives-transkribus.eu)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Cornelis Cambier | ||||||||||