zie
https://www.oudrhenen.nl/wp-content/uploads/2018/03/or-1994.pdf
na de dood van zijn broer Dirk burggraaf
van Utrecht.
Hij verbond met zijn broer Dirk een aantal lenen
(in het graafschap Teisterbant, o.m. Aelst en Heusden) aan het
Utrechtse burggravenambt
In 1187 schonk hij zijn tienden onder Anderlecht en Dilbeek aan de priorij Vorst. Dit is de laatste oorkonde waarin Gerlach als levend staat vermeld (hij moet evenwel overleden zijn voor augustus 1190). Deze
schenking wordt mede nog vermeld in een oorkonde van 1221, waarbij hertog Hendrik de bezittingen van de abdij Affligem, waar Vorst een dochterpriorij van was, bevestigde. Na zijn dood verviel het burggraafschap van Utrecht aan de bisschop.
Was erfgenaam van zijn broer Godfried. Wordt ook vermeld als Gerlach van Perk, zo genoemd naar zijn bezitting. Na de dood van Gerlach zijn zijn bezittingen door vererving overgegaan op de kleindochter van zijn broer Dirk, Lutgard van
Kuyc, die zich dan Lutgard van Perk noemt. Zij was gehuwd met Godfried II van Breda, die al vanaf 1192 als heer van Perk
voorkomt.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.