https://www.jmvanotterlo.nl/parelly/elly25.01.htm
Parenteel van Arnold van Rode
Generatie 1
1 Arnold van Rode [parelly/elly25.01] is geboren omstreeks maandag 2 september 1062.
Arnold is overleden op zaterdag 19 maart 1121 in St. Oedenrode (Noord-Brabant), ongeveer 58 jaar oud. Arnold trouwde met Heilwiva van Walbeck-Van Stade, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1085.
Heilwiva is geboren op zondag 11 september 1065 in Walbeck (Duitsland).
Heilwiva is overleden op vrijdag 30 juni 1133 in Burcht (St. Oederode), 67 jaar oud.
Kind van Arnold en Heilwiva:
1 Gijsbert I van Bronckhorst, geboren omstreeks 1092 in St. Oedenrode (Noord-Brabant). Volgt 1.1.
En: https://www.genealogieonline.nl/en/kwartierstaat-dietz/
Arnold I van Heusden, Rode
He was born on September 2, 1062 in Sint-Oedenrode.
He died on March 19, 1121 in Sint-Oedenrode, he was 58 years old.
The birth parents are Robrecht IV van Heusden and Johanna van Altena (Arkel)
This information was last updated on January 6, 2017.
Ancestors (and descendant) of Arnold I van Heusden, Rode
Grandfather 1: Jan II van Heusden: ± 1020-1073
Grandmother 1: Mechteld van Steenvoort 1035-????
Grandfather 2: Jan II van Arkel 1032-1077
Grandmother 2: Margaretha van Altena ± 1045-± 1070
Father: Robrecht IV van Heusden 1046-1092
Mother: Johanna van Altena (Arkel) 1046-????
Arnold I van Heusden, Rode 1062-1121
Household of Arnold I van Heusden, Rode
(1) He is married to Heylwiva van Walbeck.
They got married on June 11, 1090 at Sint-Oedenrode, he was 27 years old.
Child(ren):
Arnold II van Heusden, Rode 1090-1127
The couple has common ancestors.
(2) He is married to Heilwich van Cuijck.
They got married about 1096.
Child(ren):
Herman van Heusden, Rode 1082-1144
Gijsbert I van Rode 1096-> 1146
The couple has common ancestors.
Hij is getrouwd met Heilwiva van Walbeck.
Zij zijn getrouwd op 11 juni 1090 te Oirschot of Sint Oedenrode, hij was toen 27 jaar oud.Bron 2
https://www.genealogieonline.nl/en/kwartierstaat-dietz/
Household of Arnold I van Heusden, Rode
(1) He is married to Heylwiva van Walbeck.
They got married on June 11, 1090 at Sint-Oedenrode, he was 27 years old.
Child(ren):
Arnold II van Heusden, Rode 1090-1127
The couple has common ancestors.
(2) He is married to Heilwich van Cuijck.
They got married about 1096.
Child(ren):
Herman van Heusden, Rode 1082-1144
Gijsbert I van Rode 1096-> 1146
The couple has common ancestors.
Kind(eren):
Bronnen o.a. publicaties van Hans Vogels in:
- “Heemkundekring Myerle”: Mierlo en zijn oudste Heren en hun familie, November 1999
- “de Drijehornickels”: Het graafschap Rode, Priorij van Hooidonk en de van Herlaars, Deel 1 - October 2002, Deel 2 - Maart 2003, Deel 3 - Juli 2003, Deel 4 - November 2003
- “Heemschild” st-Oedenrode: Het Graafschap, het Geslacht en het Kapittel van Rode Deel 1 – winter 2005
Pas in de 11de eeuw werd de graaf van Rode met voornaam vermeld: Arnold van Rode (1060-1116).
Graaf Arnold van Rode, weduwnaar van Heylwiva van Walbeck huwde in 1096 met Heilwig van Kuyc (Cuijk) (1075 – 1125). Kinderen met Heylwiva van Walbeck: Gijsbert I van Rode en Arnold II van Rode, die in 1125 werd vermoord. Met Heilwig van Kuijc had Arnold I ook twee zoons: Rutherus van Rode en Leonis van Rode, die Hooidonk stichte.
Arnold van Rode had goede contacten met de leiders van zijn tijd, zoals o.a. de bisschop van Luik, de bischop van Utrecht en met de keizer van het Duitse rijk. In 1096 getuigde Arnold van Rode voor Ida van Boulogne en haar zoon Godfried van Bouillon.
9 augustus 1108: Vermelding van een geschil tussen Arnold van Rode, Hendrik Van Cuyk en hun erfgenamen enerzijds en de kapittels van St. Maarten en St. Bonifacius anderzijds over een landgoed tussen Lek en Linge (Oorkondenboek Sticht Utrecht nr. 280). Keizer Hendrik bevestigt op 2 juni 1122, na klachten van burgers van Utrecht over het heffen van tol aldaar, het door Godebold, bisschop van Utrecht, verleende privilege, en stelt de tolrechten voor vreemden vast; onder de getuigen: Arnoldus de Rod (= Rode) en diens broer Rutherus Arnold II van Rode huwde in 1120 met Aleid van Cuijk. Arnold II overleed tussen 1125 en 1129 en liet slechts één kind na, Heilewiga, die erfgename was van de bezittingen van haar ouders. Deze werden voorlopig beheerd door haar voogd en oom, Herman van Cuijk. In 1129 schonk Heilewiga haar aandeel in tienden bij Beesd voor de stichting van het klooster Mariënweerd door de dynastie van Cuijk.
In 1133 wilde Floris de Zwarte, broer van graaf Dirk VI van Holland, met Heilewiga trouwen, maar Herman van Cuijk weigerde resoluut. De ruzie die volgde, liep uit de hand. De gebroeders Van Cuijk doodden Floris op 26 oktober 1133 bij Abstede. Floris' oom, keizer Lotharius, verwoestte vervolgens de Cuijkse burcht en de gebroeders van Cuijk werden uit hun rijkslenen verbannen. Wat er verder met Heilewiga gebeurde, vermeldt de geschiedenis niet, maar een groot deel van de familiebezittingen is uiteindelijk rond 1140 overgegaan in handen van de graaf van Gelre.
Graaf Arnold van Rode verplaatste zijn zetel rond 1080 van Eerschot iets verder langs de Dommel naar St-Oedenrode . Hij overleed in 1116. Zijn zoon Arnold II bouwde daar rond 1120 zijn slot. Het burchtcomplex bestond uit twee grote omgrachte terreinen, die tussen de Dommel en de Heuvel waren gelegen. Arnold II overleed op jonge leeftijd in 1125, waarna zijn Jongere broer de macht kreeg. Gedurende de 5 eeuwen dat het graafschap Rode als zelfstandig graafschap heeft bestaan zijn er regionaal vele oorlogen gevoerd en diverse huwelijken gesloten om strategische machtsredenen. Over grenzen of omvang van het graafschap Rode van die tijd is weinig bekend. Door tactische huwelijken en onderlinge oorlogen probeerden de graven hun machtsgebieden te vergroten. De graaf van Gelre had bezittingen in Rode (o.a. Geldrop), terwijl de graven van Rode bezittingen aan de IJssel tot hun gebied hadden (o.a. Bronckhorst). Uiteindelijk werd het graafschap Rode door Gelre , al dan niet gedwongen, geännexeerd. Tijden waren veranderd. Taxandria was meer een streekaanduiding geworden. De macht van de graaf van Rode is gedurende de 12de eeuw verder ingekrompen doordat de Duitse keizer daar allodiumrechten gaf aan de heren van Cuyck, de heren van Vught, de heren van Boxtel, de zogenaamde Giselberten van Tilburg en de Berthouten uit Mechelen. In 1145 werd Allardus, heer van Megen , Haren, Macharen en Teeffelen , de titel van graaf toegekend. In 1211 en in 1246 bezat deze graaf van Megen ook landgoederen te Rixtel en Lieshout.
Sint-Oedenrode dankt zijn naam aan de heilige Oda van Brabant. Zij was een Schotse Prinses, die rond 715 bij het graf van Sint-Lambertus in Luik op wonderbaarlijke wijze genezing vond voor haar blindheid. Op de vlucht voor haar vader, die haar daarna wilde uithuwelijken, kwam zij via o.a. Venray uiteindelijk in Sint-Oedenrode terecht, waar zij de eerste aanzet zou hebben gegeven tot de ontginning van het hogere gebied rond Eerschot aan de Dommel. Zij werd in de 11de eeuw heilig verklaard en als pelgrimsoord werd het “Sint Oda Rhode” genoemd.
Nog een uitgebreid overzicht op de pagina:
https://www.genealogieonline.nl/stamboom-homs/
Arnold I Van RODE, geb. ca. 1060, ovl. na 1116. Volgens de vita van St. Oda zou er spoedig na haar dood en begrafenis te Sint-Oedenrode 'boven haar graf een nachtelijk en helder licht' verschenen zijn, 'dat door zijn glans de nachtelijke duisternis verdreef'. Hierdoor zou duidelijk zijn geworden dat Oda tot de heiligen moest worden gerekend en begon 'het gelovige volk het graf van deze maagd met gebeden en devotie te bezoeken en God en de heilige patrones te loven'. Vervolgens geschiedden er op het graf 'wonderen en tekens'. Op verzoek van Arnold van Rode, de adellijke 'heer' van de burcht van Rode, verrichtte bisschop Otbertus van Luik omstreeks 1100 de opgraving, translatie en elevatie van de stoffelijke resten van St. Oda 'om de kerkelijke viering van haar naam te bevorderen'. Arnold van Rode en zijn geslacht gebruikten de Odacultus en het aan haar gewijde collegiaal kapittel ongetwijfeld om het prestige en aanzien van de eigen dynastie kracht bij te zetten en de eigen positie te legitimeren. Hij trouwde met Heilwig Van MALSEN.
De stamvader van de heren van Rode was een Arnold I van Rode. Hij leefde aan het eind van de 11e en het begin van de 12e eeuw. De afkomst van Arnold I van Rode is duister, maar hij zal ongetwijfeld een jongere zoon, of een telg uit een zijtak, van een hoogadellijk geslacht - een nobilis vir - zijn geweest. Hij en zijn gelijknamige zoon waren in hun huwelijken onder andere verwant aan de familie Van Cuijk die konden bogen op een Karolingische afstamming. Arnolds kleindochter was een potentiële huwelijkskandidaat voor een broer van de graaf van Holland. Dat zijn allemaal indicaties voor de hoge status van de familie. De juiste afkomst blijft tot op heden echter nog voor ons verhuld. Wellicht komt hiervoor het geslacht van de graven van Loon of de daarvan afstammende graven van Duras in aanmerking. Nader onderzoek zal dit wellicht nog aannemelijk kunnen maken. De hiernavolgende tussen (haakjes) geplaatste gegevens zijn enerzijds hypothetisch, maar anderzijds gebaseerd op beargumenteerde conclusies, en/of voorzichtige benaderingen van onbevestigde veronderstellingen uit de historische literatuur.
Hij woonde op zijn burcht in Sint-Oedenrode.
Uitgaande van circa 1090 als huwelijksjaar en een volwassenheidsleeftijd van 25 jaar kom je op circa 1065 als geboortejaar. In 1116 zien we hem voor het laatst als één van de getuigen optreden in een oorkonde van de proost en het kapittel van Sint-Lambert te Luik. In de eerstvolgende vermelding van een Van Rode in een Utrechtse oorkonde van 1121 zien we meteen twee gebroeders Arnold II en Gijsbert I. Daaruit valt te concluderen dat de zonen in de voetstappen zijn getreden van hun overleden vader.
Arnold en zijn zonen Arnold II en Gijsbert zien we in een ongedateerde oorkonde van 1106/1107 getuigen in een schenking van een vrouwe Guda, weduwe van Tiebald, heer van Voeren en Valkenburg. Was alleen Arnold I getuige geweest dan zouden we voor hem een verwantschap met vrouwe Guda of haar overleden man hebben kunnen veronderstellen. Aangezien zijn beide oudste zonen bij deze schenking aanwezig waren, zullen zij de feitelijke bloedverwanten en hun vader Arnold I een aanverwant zijn geweest.
Het 2e huwelijk van Arnold I moet dateren uit of kort voor 10 augustus 1096. In dat jaar waren Hendrik van Cuijk en Arnold I van Rode getuigende verwanten in Maastricht bij een bevestiging door Ida van Lotharingen, de weduwe van graaf Eustachius II van Boulogne, en haar zoon, de bekende kruisvaarder Godfried van Bouillon, hertog van Neder-Lotharingen, van hun schenkingen aan de abdij van Affligem. In 1096 stond de eerste kruistocht voor de deur en om deze te kunnen bekostigen, gingen vele edelen over tot verkoop van goederen en rechten. Tal van edelen waren als familieleden getuige bij deze bevestiging, omdat hun toestemming nodig was voor vervreemding van onroerende familiegoederen (Coldeweij, J.A. (1981). De Heren van Kuyc 1096-1400, Bijdragen tot de Geschiedenis van het Zuiden van Nederland, deel L, Tilburg pag. 7-8).
In de 13e eeuw zagen de grote politieke heren het gebied Rode als een graafschap dat in leen hing van de aartsbisschop van Keulen. Nu moet die claim van de aartsbisschop wel opgevat worden als een bepaalde pretentie die samenhangt met diens eigen positie. De aartsbisschop van Keulen fungeerde namelijk in vroeger tijden als de zaakwaarnemer van de (vaak afwezige) keizer; die invloedrijke positie is nadien echter sterk afgenomen.
In de periode 1108-1125 had abt Rudolf van de abdij van Sint-Truiden, als opvolger van zijn voorganger (abt Diederik (1099-1107) had al problemen inzake die tienden met Arnold I van Rode), reden zich over Arnold I van Rode te beklagen. Na een langdurig proces en diverse bezoeken aan het hof van de keizer trok hij uiteindelijk aan het langste eind. Arnold I van Rode was dus een keizerlijke functionaris want anders had abt Rudolf wel zijn beklag kunnen doen bij de aartsbisschop. Maar niet als graaf, want abt Rudolf zou dat in zijn memoires ongetwijfeld wel hebben vermeld. Uit de bewaardgebleven vermeldingen uit de periode 1096-1133 zien we de Van Rodes diverse malen als getuigen, nooit echter met de titel van graaf, maar wel deel uitmakend van de groep personen die we uit andere vermeldingen als graaf kennen. We mogen derhalve concluderen dat de Van Rodes oorspronkelijk niet de titel van graaf bezaten maar wel een status bezaten gelijk aan de graven en andere hooggeboren heren. De heren van Rode waren oorspronkelijk gewoon keizerlijk leenman en hebben later de titel en functie van graaf weten te verwerven. Bij het latere graafschap Rode hoorde de voogdij over de Peellandse goederen van de abdij Echternach. Als de aartsbisschop van Keulen tussen 1100 en 1110 reageert op een klacht van de abt van Echternach inzake de willekeur van de plaatselijke voogden in de bezittingen van de abdij te Waalre, Deurne (Peelland) en Diessen dan ontbreekt in de uitspraak enige verwijzing naar Arnold I van Rode. Wel is sprake van een graaf Hendrik die dan de bisschoppelijke voogd is over Texandrië (Camps, H.P.H. (1979). Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312, I De Meierij van 's-Hertogenbosch (met de Heerlijkheid Gemert), 2 banden, 's-Gravenhage, nr. 34). Daaruit valt te concluderen dat de Van Rodes pas later de (opper-) voogdij hebben verworven. Deze graaf Hendrik wordt verondersteld een Hendrik, graaf van Kessel te zijn (Bijsterveld, Arnoud-Jan (1996). Dusela villa Taxandrie. Een drietal onopgemerkte oorkonden betreffende Duizel uit de elfde en de dertiende eeuw, in: Noordbrabants Historisch Jaarboek, p. 164). Omdat in 1229 sprake is dat naast het graafschap van de Kempen (Rode), ook de voogdij van de Peel (Echternach) in leen gehouden werd van de aartsbisschop van Keulen (Camps, nr. 148), is het goed mogelijk dat dit een gecombineerd leen was dat de graaf van Gelre verworven heeft van de vroegere graaf van Rode. Vanuit die invalshoek gezien is het denkbaar dat de Van Rodes door koop van of middels huwelijk met een dochter of nazaat van genoemde graaf Hendrik (van Kessel) deze voogdij verworven hebben.
Uit het concept-artikel van Bijsterveld, Arnoud-Jan (in voorbereiding). De heren en vrouwen van Rode in de twaalfde eeuw, in: Rondom Rode en Sint-Oda. Macht, religie en cultuur in Peelland in de Middeleeuwen. Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland:
Over de familie van de heren van Rode kunnen we kort zijn. Er is weinig over bewaard gebleven en datgene wat we weten, geeft ruimte voor verschillende interpretaties. Vanuit genealogisch perspectief heb ik in enkele eerder verschenen artikelen een reconstructie gemaakt en uitgebouwd door allerlei puzzelstukjes met feitenmateriaal, gegevens uit overleveringen, oncontroleerbare literatuurverwijzingen en veronderstellingen in een logisch en zinvol stramien te plaatsen. In het hiernavolgende gedeelte zullen we diverse malen afdwalen naar andere streken, hetgeen wellicht verwondering zal wekken. Men moet echter bedenken dat we met het geslacht van Rode niet te toen hebben met een geslacht dat slechts lokale of regionale betekenis heeft. Het behoorde rond 1100/1125 tot de hogere adel die bovenregionaal gegoed was. ...
In die zin is het ook niet verwonderlijk dat we de oudste generaties Van Rode aantreffen als leenman en getuige voor de keizer en de bisschoppen van Luik en Utrecht. Dus om een goede indruk te krijgen van de familie Van Rode dienen we een ruime horizon te betrachten. Verder is het af en toe nodig om bij twijfel in de interpretatie van een historisch gegeven (bijvoorbeeld de voornaam Heilwig) wat dieper in de materie te duiken om duidelijkheid te verschaffen
Elders wordt nog vermeld:
Arnold I van Rode (~1060 - >1116), heer van Rode, gehuwd in 1096 met Helwig van Cuijk (1075-1125). Vermoedelijk is hij eerder getrouwd geweest, want zijn kinderen Gijsbert I van Rode en Arnold II van Rode zijn vóór die datum geboren. Mogelijk was hun moeder Heilwiva of Helwira van Walbeck (*ca 1065), dochter van Siegfried II van Walbeck en Guda van Valkenburg. De ouders van Arnold I zijn niet bekend.
Elders (op http://johnooms.nl/heren-en-vrouwen-van-adel/rode/) wordt vermeld:
Geboren 1060 – overleden na 1116. Zoon van Robert IV van Heusden (Zie Heren van Heusden nr. 10) en Johanna van Altena.
Hij was heer van Heusden en Rode.
Hij was 1e gehuwd met Heilwina van Walbeck. Geboren omstreeks 1065. Dochter van Siegfried II van Walbeck en Guda van Valkenburg.
Hij was 2e gehuwd met Helwig van Cuijck. Geboren in 1075, overleden in 1125. Dochter van Herman van Malsen (Zie Heren van Cuijck nr. 1) en Irmgard van Namen (Zie Graven van Namen nr. 5b).
Kinderen van Arnold en Helwig:
Herman van Heusden (Volgt Heren van Heusden nr. 12)
Arnold II van Rode
Gijsbert I van Rode (Volgt 2)
Een stukje historie van Sint Oedenrode:
Na de Romeinse bezetting en de Frankische invloed, waarbij de streek min of meer ontvolkt raakte, speelt rond 700 de legende van Sint Oda, opgetekend in ongeveer 1170 door de priester Godefridus van Rode. Rond het jaar 1000 zien we een instroom van kolonisten in Rode, en 100 jaar later bereikt het zijn korte hoogtepunt onder graaf Arnold van Rode. Deze bouwde er zijn burcht, en raakte betrokken in een strijd tussen de graven van Holland en Cuyk. Toen keizer Lotharius de eersten (zijn neven Dirk en Floris de Zwarte) te hulp schoot, was het gedaan met de macht van Cuyk en tevens die van Rode.
Aanvankelijk viel Rode onder de invloedssfeer van de Graaf van Gelre. Toen de invloed van het Hertogdom Brabant in de streek was toegenomen, verkocht de Graaf van Gelre het Graafschap Rode in de 13e eeuw aan de Hertog van Brabant. In 1206 werd namelijk een huwelijkscontract gesloten tussen Hendrik I van Brabant en Otto I van Gelre, waarbij hun kinderen, Gerard III van Gelre en Margaretha van Brabant zouden trouwen en Margaretha daarbij het allodium van Rothe als huwelijksgeschenk zou krijgen. Uiteindelijk doet Gerard III in 1229 afstand van Roda in ruil voor 2000 marken.
In 1232 koopt Hertog Hendrik I het graafschap Rode van de graaf van Gelder, waarbij de oude hoofdplaats vrijheids- of stadsrechten kreeg als hoofdplaats van het kwartier Peelland. De grootvader van Eligius de Spanct was misschien een van de mannen (edelen) die dit onder ede hebben bevestigd.
De vrijheid was niet veel groter dan de tegenwoordige kern van Sint Oedenrode. Veel later, in 1403, werd hij uitgebreid tot de gehele parochie van Rode, waaronder ook de twee Oostelijke hoeken Nijnsel/Vressel en Eerde/Everse waar de van der Spanken hun bezittingen hadden.
Deze hoeken waren in 1311 in eeuwige erfpacht gekocht van Hertog Jan II, waaraan Eligius de Spanct dus mogelijk een behoorlijke steen heeft bijgedragen.
https://www.canonvannederland.nl/nl/noord-brabant/meierijstad/burcht-van-rode:
Een houten woontoren
In de middeleeuwen woonden machtige mensen in houten woontorens. Zo'n woontoren stond vaak op een heuvel of 'motte'. Om de heuvel lag een gracht en een omheining van houten palen. In gevaarlijke tijden konden de boeren uit de omgeving binnen die omheining bescherming vinden.
De burcht van Rode
In Sint-Oedenrode stond rond 1100 bij de Dommel zo'n houten woontoren met grachten en een omheining. Het werd de 'Burcht van Rode' genoemd. De burcht bestond uit een groot aantal houten gebouwen: stallen, voorraadschuren, een smidse en werkplaatsen. In een grote zaal ontving de burchtheer zijn gasten. Het belangrijkste gebouw binnen de grachten was van steen. Dat was de kerk van Sint-Oda.
De heren van Rode
Op de burcht woonde een machtige edelman, heer Arnold van Rode. Het was een echte vechtersbaas, voor niets of niemand bang. Hij werd zelfs 'tiran' genoemd. Dat is iemand die in z'n eentje op een strenge manier regeert. Heer Arnold was de baas in een heleboel dorpen, bijvoorbeeld in Rode, Erp, Schijndel, Veghel en Liempde. Hij mocht daar recht spreken over de inwoners. Ook had Arnold in Rode, Schijndel en Veghel boerderijen waar mensen voor hem werkten. Heer Arnold moest altijd op zijn hoede zijn voor vijanden. Rond 1125 werd hij vermoord.
Rijke bewoners
We weten hoe de burcht van heer Arnold er uitzag. Archeologen speurden namelijk in de bodem naar overblijfselen. Zo weten we dat de burcht van Rode in de loop van de tijd veranderde. Na de dood van Arnold van Rode kreeg de graaf van Gelre de macht in Rode. Hij brak de houten burcht af en bouwde brede grachten met een aarden wal. De 'Borchgrave'. Zo kon de burcht verdedigd worden. Er woonden toen rijke mensen op de burcht. Ze aten dure gerechten, zoals kraanvogel, edelhert, steur (=een vis) en noordkaper (=een soort walvis). Botten van deze dieren werden ook door archeologen gevonden in afvalputten.
https://www.krommetje.nl/stamboom:
Arnold I van Heer van Heusden en Rode Volle Neef 28 maal verwijderd van Peter Karel Krom
Zoon van Robert IV Heer van Heusden en Johanna van Arkel.
Geboren ± 1065, bron: Het graafschap, het geslacht en het kapittel van Rode
Overleden tussen 1119 en 1121, 55 of 56 jaar, doodsoorzaak: vermoord, bron: Het graafschap, het geslacht en het kapittel van Rode
Beroep: 1108; Heer van Rekem
Arnold en zijn zonen Arnold II en Gijsbert zien we in een ongedateerde oorkonde van 1106/1107 getuigen in een schenking van een vrouwe Guda, weduwe van Tiebald, heer van Voeren en Valkenburg. Dit betekent dat de zonen Arnold II en Gijsbert I al volwassen waren toen de akte opgesteld werd. Wie de moeder van hen was is niet bekend. Wikipedia meldt mogelijke Helwira van Walbeck (*ca 1065), dochter van Siegfried II van Walbeck en Guda van Valkenburg.
Heer Arnold I van Rode | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1090 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Heilwiva van Walbeck | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Parenteel van Arnold van Rode https://www.jmvanotterlo.nl/parelly/elly25.01.htm
https://www.genealogieonline.nl/en/kwartierstaat-dietz/