Tussen 18-05-1602 en 19-12-1605
Hij is getrouwd met Dirkje Hendriksdr Mors.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Slechts één maal wordt over Jan Hendriks geschreven en dat is in een akte voor het Hof van Utrecht.58 Hij blijkt te zijn overleden aan de gevolgen van een steekpartij die, als wij de advokaat van de dader moeten geloven, door hemzelf was uitgelokt. De dader Ningen Jans wordt hiervoor gestraft met levenslange verbanning uit de heerlijkheid Langerak en betaling van een hoge boete. Twee en een half jaar na deze gebeurtenis verzoekt de dader kwijtschelding van zijn zware staf. In het verzoekschrift aan het Hof van Utrecht vertelt de advokaat van de dader onder andere hoe het misdrijf was gepleegd. Het is daarbij niet ongebruikelijk om het slachtoffer af te schilderen als de echte 'slechterik', die het onheil over zichzelf heeft afgeroepen. De dader wordt dan beschreven als een goedmoedig persoon, die eigenlijk 'geen vlieg kwaad kan doen'. Als de familie van het slachtoffer zich niet tegen de kwijtschelding van de straf verzet, wordt die in een dergelijk geval dikwijls verleend. Ningen Jans belooft de verwanten van het slachtoffer schadeloos te stellen. Uiteraard zal hij ook een boete betalen en zullen de kosten voor het echtsgeding voor zijn rekening komen.
'Die Staten van den lande van Utrecht doen te weeten allen jegenwoordigen ende toecommende, dat wij ontfangen hebben d'oetmoedige supplicatie van Ningen Jans gebooren tot Langerack. Inhoudende hoe dat hij suppliant alle zijn leeffdaech hem selven in alle stillicheijt ende gehoorsaemheijt onder zijn ouderen ende vrede onder zijn gebueren gedraegen hebbende, sulcx dat hij suppliant noijt zijn leeffdaech mit ijemant ter werelt twist gemaect off gehadt off daer voor geacht zijnde. Soe ist dienvolgende oick gebuert dat hij suppliant in julio anno XVc een ende tnegentich inden dorpe van Langeraeck mit zijn broeder Dierck Jans, Jan d'Best, Claes Rochus ende Claes Helmichs, Jan Cornelis ende Hubert Cornelis Vlaminck alle jonggesellen in Langerak vergeselschapt is geweest ten huijse van eene Wonnitgien, weduwe van wijlen Mathijs Sebastiaens, alwaer zij mitten anderen in alle eerlicke vruntschap ende vroelicheijt in twee parthijen een gelach gehouden hebben, sonder van eenich quaet te weeten. Ende alwast dat eenen Jan Henricx (wesende soe tschijnt een kijver ende twistsoecker) van den gelage niet en was. Soe is nochtans die selve droncken ende vol sijnde gecomen inde voors[chreven] herberge. Ende is aldaer tegens will van de weerdinne inden huijse ingestreecken ende heeft hem datelicken terstondt begeven in tvoors[chreven] geselschap, daer hij suppliant mede in alle vrede was vergadert ende mit twelck hij suppliant tot die tijt toe vrundelick vrolick geweest was ende wesende die voorschreven Jan Henricx alsulcx daer onder gecomen, heeft terstont qualick begonnen te spreecken. Seggende eerst tegens Claes Rochus een vant voorschreven geselschap: Wat doet ghij in ons gelach ende heeft mede voorts twist gemaeckt tegens Claes Helmichs, waermede hij harde kijvende woorden hebbende was tot vechten toe, ende sulcx heeft hij voorts tgeheele geselschap gestoort ende tselve geprovoceert ende de een voor ende dander nae gedreijcht ende qualick toegesproecken, seggende [...] ghij luijden sult noch genoch mit mij te doen hebben ende meer andere scheldige ende kijvelicke woorden. Sulcx dat die suppliant wesende een jonckman ende dese ondaft nijet wel konnende lyden ende verdraegen tegens den selven Jan Henricx seggende wat, ghij sit altijt en kijft ende alst te doen comt en hebt ghij geen handen. Twelck hoe wel den voornoemde Jan Henricx nijet veel en was te nae geseijt, heeft nochtans daerop voor antwoerde gegeven: "een hont en sal mij nijet bijten" ende heeftmitsdien mit een can ofte croes den selven suppliant datelicken nae zijn hooft geworpen, ende heeft voorts zijn mes tegens den suppliant vuijtgetoegen, ende zijn zijluijden aldaer inden gelage voorts over hoop gevallen. Ende eijntelick die voorschreven van Henricx vuijten huijse gelopen ende d' suppliant hem gevolcht wesende zijn voorts buijten den huijse miten anderen hantgemeen geworden. Sulcx dat die suppliant den selven Jan Henricx mit een brootmes een steecke gebrocht heeft daer aen hij etlicke tijt daernae gestorven is. Ter oirsaecke vant welcke die baillu van Langerak den suppliant in rechten heeft doen roepen, ende vermits hij suppliant nijet en dorst compareren, heeft jegens hem voorts [...] sententie verworven daerbij die suppliant vuijt die selve heerlicheijt van Langerak gebannen is ende gecondemneerd in de boete daer toe staende, dwelcke naderhant betaelt is geworden'. De advokaat merkt verder op dat Ningen Jans:'vuijt enckel jonckheijt tot het voorschreven ongeluck onnoselick is gecommen, sonder dertoe gesint geweest te zijn off meijninge gehadt te hebben. Daert toe bij den voornoemde Jan Henricx grotelicx geirriteert ende geprovoceert sijnde. Te meer soo deselve Jan Henricx hem eerst bevochten ende sulcx mit een can off croes nae zijn hooft geslaegen ende voorts mit een opsteecker geaggresseert heeft. Waerover dat oick die vrunden vanden selven Jan Henricx hem suppliant tselve hebben vergeven ende geremitteert'.
De schout van Langerak, als vertegenwoordiger van het gerecht die de oorspronkelijke straf had opgelegd, Hendrick Dircks als vader van het slachtoffer, voor hem zelf en voor zijn beide andere zonen, Cornelis en Adriaan Hendriks, en Thonis Lenaerts,Philips Sebastiaens en Jan Engberts, als zwagers van het slachtoffer, worden gedagvaard om op 7 januari 1594 voor het Hof te verschijnen. Noch de schout, noch de 'vrunden' van het slachtoffer verschijnen en laten zich evenmin door een procureur vertegenwoordigen. Dezelfde personen worden weer gedagvaard op de tweede zitting op 28 januari te verschijnen. Zij blijven afwezig. Een dag na de derde zitting op 19 februari 1594 wordt de kwijtschelding van de straf verleend.
SAD, ora Langerak 7, fol. 9v. 31-3-1601: Rechtdag Philips Bastiaens en Jan Ockers, als erfgenamen van Neeltgen haer overleden moeder, eisers contra Cornelis Baltens, gedaagde die borg was voor Laureys Pieters, zijn swager.
SAD, ora Langerak 7, fol. 11. 28-4-1601: Rechtdag. Philips Bastiaens als erfgenaam van Neeltje zijn overleden moeder v.h z. ende ondervangende Neeltgen Bastiaens zijn jongste zuster en het recht hebbende van Jan Ockers x Adriaentgen Bastiaens en Thijs Thijs x Neeltgen Bastiaens contra Cornelis Baltens.
Langerak WK.1 18-5-1602
o.a. benoemd tot opzichters etc. Philips Bastiaens voor Daniel Bastiaens en Cors Bastiaens voor Weijntje (Ariens)
SAD, ora Langerak 7, fol. 56. 5-6-1603: Rechtdag extraordinaris gehouden op kosten, tussen partijen IJchgen Ariaens weduwe van Henrick Dirricx Mors, eiseresse ter eenre en Cornelis Henricx Uul en Philips Bastiaens als man en voogd van zijn huisvrouw Dirrickgen Henricx, mitsgaders Jan Engberts als huisvrouw gehad hebbende Jonge Maritgen Henricx, moeder van Aelt Aerts
Gedaagden.21
Jan Lenaerts treedt op als voogd van IJchgen Ariaens zijn tante en wordt geassisteerd door Dirck Daniels. De gedaagden worden vertegenwoordigd door Cornelis Coevoet. Coevoet wijst de eis om binnen 24 uur tot boedelscheiding te komen af. Hij eist een schriftelijke inventaris van de boedel en uitbetaling van het 'moeders goed' van de kinderen. Het gerecht bepaalt dat de eiseres de verzochte inventaris zal leveren binnen den derden dag.
SAD, ora Langerak 7, fol. 57v. 7-6-1603: Rechtdag extraordinaris. IJchgen Adriaens, nagelaten weduwe van Henrick Dirricxs zaliger, contra Cornelis Henricxs Uul, Philips Bastiaens, als man ende voecht van Dirrickgen Henricx zijn huijsvrou, ende Jan Eijngberts, als te huijsvrou gehadt hebbende t'jonge Maritgen Henricx za., moeder van Aelt Aerts Schepenen de partijen gehoord hebbende, verklaren de eiseres tot de verzochte loting van de landen in kwestie, haar met de gedaagden competerende gefundeerd. 'Ordonneren partijen overzulcx voor morgen avond binnen zonneschijn mit den anderen int vruntlick te loten te weten tussen de weduwe ende erfgenamen elk half ende half ten ware bij hylicx voirwaerden tussen Henrick Dirricx zaliger ende zijn huisvrouw anders geconditioneerd ware'.
SAD, ora Langerak 7, fol. 59v. 29-11-1603: Cornelis Henricxs Uul voor hem zelven en Philips Sebastiaens als man en voogd van Dirrickgen Henricx zijn huijsvrouw, als erfgenamen van Henrick Dirricxs hun vader, eisers contra IJchgen Ariaens weduwe ende boedelhoudster van wijlen Henrick Dirricxs, haar man, gedaagde. De eisers verwijzen naar de sententie van 17 juni en verlangen ieder 75 carolus gulden, wegens onverrekende huur van de zeven morgen land, de vruchten van het land en 30 ofte 40.000 'houpen'. 'Blijvende dies onverminderd den berg nog gemeen ende ongedeeld'.
SAD, ora Langerak 7, fol. 64. 7-2-1604: Compareerde op huiden ter vierschaer Jan Sebastiaens, out ontrent vijftig jaren, gedaagd ten verzoeke van Philips Bastiaens om te getuigen. Hij verklaart, dat hij een maand geleden ten huize van Cornelis Henricx Uul in Langerak is geweest, in het gezelschap van de requirant, van IJchgen de weduwe van Henrick Dirricx Mors, van Thonis Willems Smit en van anderen. Toen zou IJchgen verklaard hebben dat Lenaert Thonis van haar twee hont land in pacht had endat hij nooit enige pacht betaald had.
Langerak RA.7 7-2-1604 f64
Ter instantie van Philips Bastiaensz tuijchde Jan Bastiaensz out ontrent 50 jaren, dat hij ontrent een maent geleden op een sondach ten huijse van Cornelis Henricxsz Uul alhier in Langeraeck is geweest vergeselschapt met Philips Bastiaensz, IJchgende weduwe van Henrick Dirricxsz Mors, Thonis Willemsz Smit ende meer andere ende dat alsdoen Philips Bastiaensz de voorn. weduwe van Henrick Dirricxsz vraechde off Lenaert Thonisz van haer eenich lant in gebruijck hadde.
SAD, ora Langerak 7, fol. 65. 21-2-1604: Rechtdag. Wouter Lenaerts als man ende voogd van Belitgen Henricxs eiser contra Cornelis Henricxs, Philips Bastiaens als man en voogd van Dirricxken Henricx zijn huisvrouw, Thonis Lenaerts als man en voogd van Maritgen Henricx, Adriaen Henricxs en Jan Eijngberts die getrouwd was met de jonge Maritge Henricx, gedaagden samen als erfgenamen van Henrick Dirricxs Mors, hun vader. De eiser verzoekt de gedaagden te veroordelen tot betaling van de som van 38carolus gulden, wegens zeker arbeidsloon en geleend geld. Beligje Hendriks heeft kennelijk een deel van het bedrag, dat zij op 24 mei 1603 van haar stiefmoeder eiste, ontvangen. Wouter Lenaarts probeert nu, nadat de boedel van zijn schoonvader verdeeld is, het resterende deel op zijn zwagers en schoonzusters te verhalen. Cornelis Henricx, Philips Bastiaens ende Adriaen Henricx verzochten copie van de eis, wilden bij de volgende zitting daarop antwoorden. Thonis Lenaerts, die een broer is van Wouter en getrouwd met de zuster van Beligje, bekent de schuld aan zijn schoonzuster en is bereid zijn deel van het bedrag te betalen om alle verdere onnutte kosten te voorkomen. Twee weken later op 6 maart 160429, bij de volgende rechtdag geven de overgebleven gedaagden hun antwoord op schrift. De eiser verzoekt bij de volgende rechtdag te mogen antwoorden. De schepenen accorderen. De zaak is hiermee waarschijnlijk opgelost. Op de rol van de volgende rechtdag komt deze zaak niet meer voor.
SAD, weeskamer Langerak 1, d.d. 19-12-1605. 9-12-1605: Jan Ockers ende Cornelis Henricks Uul als voogden van de weeskinderen van Philips Bastiaans verhuren een weer land van acht morgen twee hont gelegen alhier in Langerak genaamd Mari Jorisweer, daar Philips Bastiaens op gewoond heeft en overleden is met de huisinge en berg daarop staande en dat voor de tijd van vier jaren, ingaande Petri eerstcomende anno 1606 aan Adriaan Hermans voor 17 gulden 71/2 stuiver de morgen. Borgen Herber Adriaans en Jan Henricks ieder voor de helft. De voogden willen mede verhuren het vijfde deel van veertien morgen land in twee weren achter de Waal. Het land zal twee jaren gebruikt worden door Cornelis Hendriks Uul. Op dezelfde datum verhuren de voogden van de weeskinderen van Philips Bastiaans zeker 41/2 morgen min drie quartier hont land gelegen in Langerak in Heyn Cantenweer voor de tijd van vier jaren ingaande Petri 1606 aan Bastiaan Cornelis, de morgen voor 16 gulden. Borgen zijn Sijmen Bastiaans en Claas Rockus.
19-12-1606
idem nu aan Bastiaen Cornelis, burge Sijmen Bastiaens en Claes Rockus.
SAD, weeskamer Langerak d.d. 12-6-1607. 12-6-1607: Op huiden hebben Jan Ockers ende Cornelis Henricx Uul als voogden van de nagelaten weeskinderen van Philips Bastiaens en Dirrickgen Henricx zijn huisvrouw, beiden overleden, rekening gedaan van alle ontvangsten en uitgaven en de administratie die zij van de goederen van de weeskinderen gehad hebben. Beginnende van van alle ontvangsten en uitgaven en de administratie die zij van de goederen van de weeskinderen gehad hebben. Beginnende van de ziekte en het overlijden van Philips en zijn huisvrouw af tot huiden.
SAD, weeskamer Langerak d.d. 19-8-1608. 9-8-1608: Adriaan Adriaans Truijr (na het overlijden van Jan Ockers voogd) met Cornelis Henricks Uul hebben, als voogden van de nagelaten weeskinderen van Philip Bastiaans, rekening en bewijs gedaan van hun ontvangsten, uitgaven en administratie sedert de laatste rekening van 12 juni 1607. De kinderen zijn schuldig de somme van
47 gulden twee stuivers vier penningen.
SAD, weeskamer Langerak d.d. 9-3-1609. 9-3-1609: De beide voogden leggen rekening en verantwoording af.
SAD, ora Langerak 20, fol. f47v. 27-4-1609: Anthonis Sijmons man en voogd van Maritge Dircks, Pieter Willems voor Hendricxken Dircks zijn overleden huisvrouw transporteren ten behoeve van de drie weeskinderen van Philip Bastiaans twee mergen twee hont en een quartier hont land, hetgeen het vierde part is van een weer land van 91/2 mergen. Van welk weer de helft toebehoort de kinderen van Jan Dircks en het andere vierde part de drie weeskinderen.
SAD, weeskamer Langerak 1, d.d. 3-5-1610. 3-5-1610: Op deze datum wordt alleen door Adriaen Adriaens Truer als voogd van de kinderen rekening en verantwoording afgelegd.
SAD, weeskamer Langerak d.d. 30-5-1611. 30-5-1611: Adriaen Adriaens Truer legt rekening af van de voogdij over de kinderen van Philips Bastiaens en daarbij heeft Cornelis Hendriks Uul mede voogd 'int laatst van de voorschreven rekening verantwoording gedaan van zulcx hij de kinderen schuldig was 12 gulden 10 stuivers penningen.' Deze rekening wordt gevolgd door een verklaring van Bastiaan Philips (mondig 21jaar) en Dirck Jans Fuijck als man en voogd van Anna Philips dat zij beiden door hun huwelijk mondig zijn geworden en dat zij zelf hun administratie zullen doen.
20 f48 27-4-1609,
Comp. Teunis Sijmons man en voogd van Maritje Dircks, Pieter Willems voor Henrichje Dircks zijn overleden hvr. transp. aan de weeskinderen van Philip Bastiaens zalgr
SAD, ora Langerak 25, fol. 38v. 13-3-1614: Op huiden compareerden voor schout en schepenen van Langerak Bastiaan Philips, Adriaan Philips elk voor hun zelven en Anna Philips die getrouwd is met Dirrick Jans Fuijck ende bekenden geloot en gecavelt te hebben zeker weer land groot acht mogen twee hont, genaamd het Philip Bastiaens huisweer. Item nog de helft van een weer land van 91/2 mergen, genaamd het Bastiaan Schansweer, beide gelegen alhier te Langerak met betimmering en beteling daarop staande, zulk het zelve bij Philips Bastiaans en Dirrickgen Henricxs hun vader en moeder is achtergelaten. Ende ook nog enige gedeelte in de helft van het Bastiaan Schansweer bij hen samen gekocht en hun tegenwoordig competerende. Ingaande deze loting nu Petri ad Cathedram verleden anno 1614. In magine: Dirck Janszn Fuijck geeft kwijting op 30 maart 1625.
25 f39 eind 1614
kinderen; voochden Jan Ockers en Cornelis Hendriks Uijl.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Philip Bastiaans | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Dirkje Hendriksdr Mors | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.