Hij is getrouwd met Willempje Propers.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Op 10-02-1822 wonende te Oene.
https://www.myheritage.nl/7ca6625a-644a-4139-9507-0d3fbcad17b9" alt="" />
WAAROM HETEN WIJ VAN DEN BREMEN (VAN BREMEN) ? EEN CORRECTIE
Een aantal jaren geleden (augustus 2011) schreef Gert van den Bremen een verhaal over het ontstaan van de naam ”van den Bremen”. Hij meldde toen op gezag van Bertus van den Bremen dat de boerderij waar onze voorouders vanaf ongeveer 1760 tot 1815 pachter waren nu genummerd was Bremensallee 3. Dat blijkt niet juist. De boerderij bestond nog niet op de eerste kadastrale kaart van 1834 en dus ook niet eerder in 1815. De boerderij verschijnt pas op kaarten eind 19e eeuw.
De website Watwaswaar biedt de kadastrale kaart en de eigendom gegevens op internet aan nog niet zo mooi als Hisgis, maar dat is voor Gelderland nog niet beschikbaar. Het zelfde materiaal dat indertijd door Bertus van den Bremen is geraadpleegd in het archief.
Waarschijnlijk is een links rechts fout gemaakt. Een oudere kaart, die hij gebruikte en veldnamen vermeldt heeft een noordpijl die naar beneden wijst.
De boerderij De Grote Bremen Bremensallee 2 is de juiste boerderij. Jans van den Beld kocht in 1815 de boerderij met landerijen, plusminus 16HA groot, van mevrouw IJssel de Schepper- Dunbar terwijl Willempje van den Bremen-Proper toen pachter was. En deze Jans van den Beld was in 1834 nog steeds eigenaar. Afgezien van erven met huizen aan de Ooster Oenerweg waren er aan wat nu de Bremensallee heet In 1834 drie erven met huizen. De boerderij nu Bremensallee 1 tegenwoordig de Kleine Bremen de boerderij nu Bremensallee 2 tegenwoordig de Grote Bremen en een boerderij verder op de Bremensallee tegen de grens met Heerde aan. Alle andere boerderijen zijn later ontstaan. De boerderij De Grote Bremen was de boerderij die centraal op het gebied De Bremen stond. En waar Egbert Jans en Aaltje Roelofs Riphagen pachter waren en die werden opgevolgd door hun zoon Jan Egberts van den Bremen gehuwd met Willempje Proper
Hieronder leest u het oorspronkelijke artikel van Gert van den Bremen dat verscheen op 19 augustus 2011:
Mijn Betovergrootvader Egbert Jans ging op 12 augustus 1812 samen met enkele broers en zusters naar de Maire in Vaassen ( Oene hoorde toen onder Vaassen), waar zij verklaren de familienaam Vanden Bremen te willen aannemen.
Zij deden dat omdat zij in Oene op een boerenerf woonden Den Braam genaamd samen met hun moeder Willempje Proper. Hun vader was op 04-03-1810 overleden en wordt in het begrafenisboek van de kerk in Oene vermeld als Jan Egberts op den Braam en hun grootvader Egbert Jans wordt in een acte van boedelscheiding uit 1792 Egbert van den Bremen genoemd. Deze Egbert Jans was de zoon van Jan Tonnis en Cornelisje Jans, zij woonden op de Emsterhof in het Westendorp bij Emst. Egbert Jans trouwde op 31-02-1762 met Aaltje Roelofs Riphagen, een boerendochter uit Oene en waarschijnlijk werden zij op of omstreeks hun trouwdag pachter van de boerderij de Bremen te Ooster- Oene. In mei 1815 verkoopt de toenmalige eigenaresse haar eigendommen waaronder de boerderij de Bremen en een deel van de percelen aan Jans van den Beld en bij de eerste kadastrale vastlegging in 1832 was hij nog steeds eigenaar. De betrokken boerderij is nu genummerd Bremensallee 2 (aangepast in deze tekst, redactie). Willempje Proper koopt bij de zelfde verkoping de Roseboom ook in Oene gelegen en dan verlaten de Van den Bremens de Bremen. Ruim 50 jaar hebben twee generaties van onze voorouders daar gewoond en daardoor onze familie de naam Van den Bremen naam gegeven. Andere nazaten noemen zich Van den Breemen,Van den Breem, van Bremen en van Breemen. De volgende vraag is waarom dit gebied de Bremen heet, want zo heet het gebied rond de Bremensallee al lang voor onze voorvaderen daar woonden. Betekenissen van woorden vind je in woordenboeken en mijn volgende stap was het zoeken in verschillendewoordenboeken naar de betekenis van het woord Bremen. Ik heb overal gezocht op de trefwoorden braam, breme en bremen Allereerst het Woordenboek van Epe van de ons bekende auteurs: A van den Bremen – van Vemde en L. van den Bremen. Daar vinden wij de volgende woorden Broame; braam, ruige rand. Bremen vinden we in de aanvulling uit 1988 Breamen de; naam van een boerderij in Ooster-Oene. In de dikke van Dale: Braam, ruige oneffen rand als ene betekenis en de andere braam de doornige struik met braamvruchten. De daar aangeduide vroegere betekenissen verwijzen naar rand, boord en doornige plant, brem. Er zijn nog twee andere woordenboeken, die tegenwoordig ook digitaal zijn te raadplegen maar ook in een bibliotheek wel beschikbaar zijn in ieder geval in Groningen heb ik ze gevonden. Het Woordenboek der Nederlandse Taal en het Etymologisch woordenboek van het Nederlands Het zoeken naar de genoemde woorden levert het volgende beeld op. De verschillende vormen van het woord braam zijn breme, brem, bremel en brame en afgezien van de Braamvis en sommige relaties met de stad Bremen is de betekenis; braamstruik en oneffen rand, zoom, omlijsting. Volgens het Etymologisch woordenboek van het Nederlands is de betekenis waarschijnlijk niet gerelateerd aan het woord berm zoals Otten zegt omdat omzetting van klanken zelden voorkomt in het betrokken taalgebied maar ligt het verband tussen de twee betekenissen van het woord braam; de uitstekende rand als ene betekenis en de doorn als andere betekenis. In een verwijzing in het WNT wordt braam en brem als identiek beschouwd. Het Etymologisch woordenboek beschouwt dat als te incidenteel en denkt, dat het twee verschillende woorden zijn, die in samenstellingen verward zijn. Breme is een oudere vorm van het woord braam. In onze stamboom wordt de naam” op den Braam” eerder genoemd dan “den Bremen” maar waarschijnlijk heet de plek van oudsher de Bremen en is op den Braam een nieuwere variant. Kortom Bremen betekent uitstekende rand, doorn. Blijft uiteindelijk de vraag over waarom de betreffende plek deze naam heeft gekregen. Ik ga er vanuit dat de veldnaam de oudste aanduiding is en dat boerderijen de naam van de plek hebben gekregen. Zeker vanaf het begin van onze jaartelling was de IJssel een rivier die in het gebied waar we hier over spreken meanderde tussen de hogere gebieden van Salland en de Veluwe en in dat gebied lagen drogere en nattere plekken. De drogere plekken waren rivierduinen die we nu nog kunnen herkennen als de dorpen Welsum, Veessen en Vochten. Welsum en Marle horen bij de provincie Overijssel, Veessen en Vorchten bij Gelderland. In de oudste vermeldingen van Welsum in de 13e eeuw wordt aangegeven dat Welsum behoort tot het kerspel Olst. Dat behoren tot had te maken met de bereikbaarheid. Voor de vroege bewoners van Welsum was Olst makkelijker te bereiken dan Oene of Epe. Voordat in de middeleeuwen het IJsseldal bereikbaar en bruikbaar gemaakt is zal ongetwijfeld de rivier anders gemeanderd hebben maar het is ook heel wel mogelijk dat het makkelijker was de rivier over te steken dan door het moeras te gaan ten westen van Welsum. Ten noorden van Welsum ligt de Bremen en is naar mijn oordeel ook een rivierduin gescheiden van Welsum en Veessen maar aansluitend op Oene. In het midden van het IJsseldal ligt een reeks rivierduinen Welsum, de Bremen, Veessen, Vorchten en Marle waar de rivier langs en door meanderde. Het bestuderen van het huidige kaartbeeld levert deze conclusie op. Op de eerste Topografische kaarten uit het begin van de 19e eeuw is duidelijk te zien dat het gebied de Bremen de uitstekende rand was gekeken vanuit Oene. Op de kaart is er kleurverschil te zien tussen de bouwlanden en de broeklanden. Waarbij de broeklanden het later ontgonnen gebied is. De Bremen is dus een rivierduin aan de rand van het begaanbare gebied van Oene en had een enigszins puntige vorm.
Jan van den Bremen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Willempje Propers | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.