Oorzaak: ouderdom
Hij is getrouwd met Anna Cornelia Westerveld.
Zij zijn getrouwd op 11 juni 1942 te Amsterdam, prov. Noord Holland, hij was toen 25 jaar oud.
Kind(eren):
Tobias Stoll, een harde werker en altijd klaar gestaan voor zijn gezin. Mijn vader was meubelmaker, eerst in een stoelenfabriek, daarna in een kleine firma waar hij lijsten sneed voor b.v. dressoirs of andere meubelen. Tja, toen kwam de oorlog en werd daar vlak voor aangenomen bij Fokker. Daar maakten ze vliegtuigen die nog grotendeels van hout waren. Mijn vader maakten vleugels. Ook de zweeftoestellen waar de militairen in werden vervoerd had hij een hand in. Mijn vader werd net zo als elke andere man opgehaald voor te werken in Duitsland. Mijn moeder was felle tegenstandster en vader verstopte zich achter het tengelbehang bij de schuifdeuren in de achterkamer. Mevrouw Meijer die onder ons woonden op de Vrolikstraat 74, 2 hoog was een aanhangster van Hitler en had in de kamer ook zijn foto hangen. Naast mij ouders hadden ze ook buren die pro Hitler waren. Mijn vader bleef zo lang mogelijk werken voor Fokker samen met nog 3 mensen. Bij de inval bij Fokker heeft de personeelschef alle papieren verbrand van al het personeel dat nog werkzaam was bij hun. Maar mijn vader zat wel zonder werk. Hij ging op de fiets, zijn banden waren gevuld met vodden naar Utrecht maar ook richting de Noord om eten te verzamelen. Net na die verschrikkelijke oorlog kon mijn vader werk krijgen als hij een werkbank, hamer en Stanley schaaf had. Hij had alleen geen werkbank maar de rest wel. Mijn moeder wist op de Raad van Arbeid nog een werkbank staan en die mocht mijn vader dan hebben. Met de handkar naar Loosdrecht. Dit was een zware tijd met bijna 3 hele jongen kinderen. Piet Marianne en ik Cornelis was onderweg. Mijn vader ging solliciteren bij Gemeentelijk vervoer bedrijf, en werd aangenomen samen met dhr. Vinke Vrolikstraat 100 2 hoog uit 42 mensen. Een lot uit de loterij voor een honger loontje. Maar hij niet zo lang meer van huis. Mijn vader had fransen continudienst en kwam vaak heel laat in de nacht thuis of moest dan naar zijn werk. De wisselende diensten waren hopeloos, samen metTom Vinke kwamen ze er door heen en accepteerde de consequentie. Mijn moeder had last van haar rug en de kinderen moesten vaak van de GGD naar een kinderkolonie. Ik heb ze bijna allemaal gezien en zee veel koolraap en flensjes gegeten, ik kan ze nu dan niet meer zien of de kool ruiken of ik ga bijna over mijn nek. Mijn vader had problemen dat zijn kinderen telkens naar de kolonie werden gestuurd en samen met mij )Cornelis gingen we brillenglazenkisten halen bij de ENOT op de Iepenweg. Met een kinderfietswiel en een oud touw werden deze kisten naar zolder gehesen. Waar we met een blokje hout de kisten uit elkaar haalde. Het houtwol dat er inzat werd gedroogd en leverde we in bij de Poppenfabriek op het Iepenplein. Daar kocht mijn vader dan spijkers van op het Beukenplein zat de ijzerwinkel. Vele uren heb ik samen met mijn Pa doorgebracht. Hij maakten schotten van 90 cm breed en 2,5 meter hoog. De planken werden pans gewijs gespijker, vaak met zeer oude roestige spijker die ik op de leest had recht gemaakt. Met glas en looddeuren en ramen van het belastingkantoor in de Wibautstraat kwam er eindelijk vorm in het zomerhuis. Maar ja de binnenkant was niet om aan te zien. We gingen met de handkar naar Bruinzeel toe en haalden daar de deuren die afgekeurd waren omdat er lijmvlekken op zaten. Deze werden met heel veel zorg uit elkaar gehaald. Het papieren gaaswerk gebruikten we weer in de kachel. De Limba platen waren mooi en mijn vader kon naar vele vrachtjes het karwei klaren. We konden een plek krijgen bij Ome Jan Nijman, Creutzbergerlaan 21 tegen het duin aan. Daar stond RinusGreefkens de smit. Samen met die familie hebben we een hele mooie tijd gehad. Rinus was inventief en mijn vader handig in het timmeren. Ome Jan zorgden voor het eten, elke dag weer anders, altijd vers van het land, we hebben dan ook veel te danken aan deze man. In de winter hadden we bonen op het zout in een Keulsepot met een kinderhoofdjes erop (Amsterdamse blauwe Kei). Elke zomer ging mijn vader in nacht en ontij met zijn fiets naar Amsterdam, hij heeft vaak moeten lopen omdat hij pech had en geen geld voor banden. Als hij in de winter uit zijn werk kwam en had fooi gehadhaalde hij ons uit bed en kregen we af en toe een zoute punt drop doorgeknipt aan een knijper en genoten we van de drop. Soms zelfs Sprotjes van uit de nachtwinkel op de hoek van de straat.
Tobias Stoll, een harde werker en altijd klaar gestaan voor zijn gezin. Mijn vader was meubelmaker, eerst in een stoelenfabriek, daarna in een kleine firma waar hij lijsten sneed voor b.v. dressoirs of andere meubelen. Tja, toen kwam de oorlog en werd daar vlak voor aangenomen bij Fokker. Daar maakten ze vliegtuigen die nog grotendeels van hout waren. Mijn vader maakten vleugels. Ook de zweeftoestellen waar de militairen in werden vervoerd had hij een hand in. Mijn vader werd net zo als elke andere man opgehaald voor te werken in Duitsland. Mijn moeder was felle tegenstandster en vader verstopte zich achter het tengelbehang bij de schuifdeuren in de achterkamer. Mevrouw Meijer die onder ons woonden op de Vrolikstraat 74, 2 hoog was een aanhangster van Hitler en had in de kamer ook zijn foto hangen. Naast mij ouders hadden ze ook buren die pro Hitler waren. Mijn vader bleef zo lang mogelijk werken voor Fokker samen met nog 3 mensen. Bij de inval bij Fokker heeft de personeelschef alle papieren verbrand van al het personeel dat nog werkzaam was bij hun. Maar mijn vader zat wel zonder werk. Hij ging op de fiets, zijn banden waren gevuld met vodden naar Utrecht maar ook richting de Noord om eten te verzamelen. Net na die verschrikkelijke oorlog kon mijn vader werk krijgen als hij een werkbank, hamer en Stanley schaaf had. Hij had alleen geen werkbank maar de rest wel. Mijn moeder wist op de Raad van Arbeid nog een werkbank staan en die mocht mijn vader dan hebben. Met de handkar naar Loosdrecht. Dit was een zware tijd met bijna 3 hele jongen kinderen. Piet Marianne en ik Cornelis was onderweg. Mijn vader ging solliciteren bij Gemeentelijk vervoer bedrijf, en werd aangenomen samen met dhr. Vinke Vrolikstraat 100 2 hoog uit 42 mensen. Een lot uit de loterij voor een hongerloontje. Maar hij niet zo lang meer van huis. Mijn vader had fransen continudienst en kwam vaak heel laat in de nacht thuis of moest dan naar zijn werk. De wisselende diensten waren hopeloos, samen met Tom Vinke kwamen ze er door heen en accepteerde de consequentie. Mijn moeder had last van haar rug en de kinderen moesten vaak van de GGD naar een kinderkolonie. Ik heb ze bijna allemaal gezien enzee veel koolraap en flensjes gegeten, ik kan ze nu dan niet meer zien of de kool ruiken of ik ga bijna over mijn nek. Mijn vader had problemen dat zijn kinderen telkens naar de kolonie werden gestuurd en samen met mij )Cornelis gingen we brillenglazenkisten halen bij de ENOT op de Iepenweg. Met een kinderfietswiel en een oud touw werden deze kisten naar zolder gehesen. Waar we met een blokje hout de kisten uit elkaar haalde. Het houtwol dat er inzat werd gedroogd en leverde we in bij de Poppenfabriek op het Iepenplein. Daar kocht mijn vader dan spijkers van op het Beukenplein zat de ijzerwinkel. Vele uren heb ik samen met mijn Pa doorgebracht. Hij maakten schotten van 90 cm breed en 2,5 meter hoog. De planken werden pans gewijs gespijker, vaak met zeer oude roestige spijker die ik op de leest had recht gemaakt. Met glas en looddeuren en ramen van het belastingkantoor in de Wibautstraat kwam er eindelijk vorm in het zomerhuis. Maar ja de binnenkant was niet om aan te zien. We gingen met de handkar naar Bruinzeel toe en haalden daar de deuren die afgekeurd waren omdat er lijmvlekken op zaten. Deze werden met heel veel zorg uit elkaar gehaald. Het papieren gaaswerk gebruikten we weer in de kachel. De Limba platen waren mooi en mijn vader kon naar vele vrachtjes het karwei klaren. We konden een plek krijgen bij Ome Jan Nijman, Creutzbergerlaan 21 tegen het duin aan. Daar stond Rinus Greefkens de smit. Samen met die familie hebben we een hele mooie tijd gehad. Rinus was inventief en mijn vader handig in het timmeren. Ome Jan zorgden voor het eten, elke dag weer anders, altijd vers van het land, we hebben dan ook veel te danken aan deze man. In de winter hadden we bonen op het zout in een Keulsepot met een kinderhoofdjes erop (Amsterdamse blauwe Kei). Elke zomer ging mijn vader in nacht en ontij met zijn fiets naar Amsterdam, hij heeft vaak moeten lopen omdat hij pech had en geen geld voor banden. Als hij in de winter uit zijn werk kwam en had fooi gehad
haalde hij ons uit bed en kregen we af en toe een zoute punt drop doorgeknipt aan een knijper en genoten we van de drop. Soms zelfs Sprotjes van uit de nachtwinkel op de hoek van de straat.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Tobias Stoll | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1942 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Anna Cornelia Westerveld | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.