Geloof: G.K.
Overleden aan "ongemak in de long".
(1) Hij is getrouwd met Diderica Lydia Sappius.
Zij zijn op 14 juli 1782 te Vlaardingen in ondertrouw gegaan.Bron 5
Zij zijn getrouwd op 27 juli 1782 te Rotterdam, hij was toen 27 jaar oud.Bron 6Kind(eren):
WordPress.org
Artikelen
Genealogy
Proudly powered by WordPress | Theme: Amadeus by FlyFreeMedia.ie De Nederlandsche Leeuw nr 7-8 van 1999 bladzijde 229 e.v. waarin ook het een en ander staat over zijn studie.
Predikant in 1775 te Scherpenzeel, 1776 te Haastrecht, 1780 te Vlaardingen, 1783 te Haarlem, te Rotterdam 1788 en te Amsterdam 1792.
"Hendrik stamt uit een geslacht van timmerlieden en aannemers dat een aantal stadstimmerlieden heeft voortgebracht. Zijn vader en grootvader hadden een functie in Arnhem, evenals een zwager tevens volle neef. Een broer bracht het tot directeur der stadswerken. Hij vervulde het predikantambt achtereenvolgens in zeven gemeenten. Ook hij werd in de Bataafse en Franse tijd niet onberoerd gelaten. Hij was van 1796 tot eind 1804 uit zijn ambt te Amsterdan geschorst omdat hij geweigerd had de van de predikanten geëste eed van onderwerping aan de volkssoevereiniteit af te leggen. Financieel zal hij die periode minder geschonden zijn doorgekomen dan zijn zwagers Gravestein en Sappius.Zij tweede vrouw en weduwe, waarschijnlijk uit een handelsfamilie, liet in elk geval bij haar dood aan zijn kinderen vermogen na".
In het Iconografisch Bureau te 's Gravenhage ligt een foto van een schilderij van Hendrik Huslij Viervant.
Het huwelijk met Anna Elisabeth de Haan is kinderloos gebleven.
Hendrik Huslij Viervant zou in Utrecht gestudeerd hebben. Hij legde op 3 mei 1775 in de classis Overveluwe (Arnhem) het preparatoir examen af. Op 20 augustus 1775 werd hij bevestigd als predikant te Scherpenzeel, waar hij tot 25 mei 1777 bleef. Op 8 juni 1777 volgde zijn bevestiging te Haastrecht en op 17 september 1780 die te Vlaardingen. Vervolgens diende hij vanaf 27 juli 1783 de gemeente van Haarlem en, na op 28 december 1787 naar Rotterdam beroepen te zijn, sedert 20 april 1788 de gemeente aldaar. De executeurs van het testament van Walter Senserf (Deze was ridder, raad in de vroedschap en burgemeester van Rotterdam, bewindhebber V.O.C. ter kamer Rotterdam. Hij had bij codicil van 16 oktober 1751 behorend bij zijn testament van 24 april 1748 onder meer een som gelds afgezonderd met de bepaling dat daaruit altoos 500 caroli guldens zouden worden verstrekt aan een theologant binnen de stad Rotterdam om jaarlijks acht preken in een of andere Gereformeerde Kerk te houden tegen de genoemde tegenspelers van het christelijk geloof. Vergelijk K.J.R. van Hardrwijk, Naamlijst en levensbijzonderheden der predikanten, die sedert de kerkhervorming in de Nederduitsche Hervormde en Waalsche gemeente te Rotterdam tot op dezen tijd in dienst zijn. In de Nederlandse Staatscourant 30 juni 1977 nr 125 staat dat de Staatssecretaris van Financien heeft goedgekeurd dat het fonds per 28 juni 1977 overgaat naar de Hervormde Kerk in Rotterdam) belastten hem in 1789 met het houden van acht leerredenen tegen atheïsten, naturalisten, deïsten, heidenen, joden, mohammedanen of andere openbare tegensprekers van het christelijk geloof. In hetzelfde jaar bedankte hij voor een beroep naar Amsterdam, doch hij werd op 20 maart 1792 opnieuw naar die stad beroepen, en dat beroep nam hij aan. Hij preekte afscheid op 27 mei 1792, waarna begin juni 1792 zijn intree in Amsterdam volgde. Toen de Volksrepresentanten van Holland in 1796 van alle predikanten een eed van onderwerping aan de volkssoevereiniteit vorderden, weigerden vijftien Amsterdamse predikanten. Viervant was een van hen. Zij werden geschorst en vervolgens uit hun ambt ontzet. Op 10 maart 1803 aanvaardde hij een beroeping in de plaats van Ds. H. van Kortenhoef te Utrecht. Hij was gewoon leraar aldaar van 11 april 1803 tot 15 april 1804. Krachtens besluit van het Uitvoerend Bewind van 11 augustus 1803 werd hij door de kerkeraad te Amsterdam op 31 december 1804 in zijn ambt te Amsterdam hersteld. Hij vervulde dat na terugkeer uit Utrecht tot zijn dood. Viervant had roem als kanselredenaar. Een aantal van zijn leerredenen werd in druk uitgegeven. Hij was lid van de op 11 januari 1809 geïnstalleerde commissie onder voorzitterschap van Prof. JW. te Water voor het ontwerpen van een nieuwe organisatie van de Hervormde Kerk.
Viervant was in 1784 benoemd tot honorair lid van de Haarlemse
Tekenracademie. In Rotterdam woonde hij op de Wijnhaven en de Nieuwehaven en in Amsterdam in het huis De Lettergieterij, het zevende huis op de oostzijde van de Keizersgracht vanaf de Leidsegracht tegenover het Molenpad, dat hij huurde van Sara Troost, weduwe van Jacob Ploos van Amstel. In 1794 werd aan hem en zijn
zuster Bartha Elisabeth Viervant en aan hun echtgenoten hun voormalig ouderlijk huis te Arnhem toegescheiden. Hij deed als voogd op 17 oktober 1798 ten behoeve van zijn kinderen bewijs van hun moederlijke legitieme portie, die hij op 18.000 begrootte. Hij beloofde bovendien aan elk kind 7500 uit te zullen keren bij mondigheid of eerder huwelijk. Op 12 januari 1799 passeerde hij samen met Anna Elisabeth de Haan een testament. In mei 1807 woonde Viervant op de Herengracht bij de Huidenstraat, terwijl hij bij zijn overlijden woonachtig was op de Keizersgracht bij de Leliëngracht nr. 464 kanton 4.
Dit "huisken eertijts gehoort hebbende tot de vicarij van S. Tonis" aan de Bakkerstraat te Arnhem behoorde sinds 1741 toe aan Leendert Viervant (1689-1762) en Hendrica Rensinck (??-1771). Het werd in 1774 bij boedelscheiding toegedeeld aan hun zoon en schoondochter Hendrik Viervant (1718-1775) en Catharina Maria Otten (1718-1786). Bij boedelverdeling d.d. 18 juni 1794 tussen hun kinderen en behuwdkinderen, de echtparen Leendert Viervant (1752-1801) en Clasina Frauwen (1753-1814), Hendrik Husley Viervant en D.L. Sappius, Lodewijk Knoops (1757-1795) en Anna Hendrica Viervant (1756-1826) en Roelof Roelofs Viervant (1755-1819) en Bartha Elisabeth Viervant (1760-1810), werd het de echtparen Viervant-Sappius en Viervant-Viervant toegescheidcn. (GAAr, Tweede |rX protocol van het Binnen Poster Quartier van Arnhem, inv. nr. 466. fol. 96.)
Hendrik Huslij Viervant | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1782 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Diderica Lydia Sappius | ||||||||||||||||||||||||||||||||||