Dirk Hu(y)bert (Pruisisch Graaf 1767) Verelst (1717?-1774), toen extra-ordinaris envoyé en minister plenipotentiaris in Pruisen, in eerste echt gehuwd met Sara Lijdia Diodati (1723-1766), was een zoon van Mr. Johan (Jean) Louis Verelst, onder meer raad en burgemwwster van Veere, rentmeester der geestelijke goederen over Walcheren, gedeputeerde ter Staten-Generaal, en Elisabeth Margrita Sappius. Laatstgenoemde was een tante van de vader van de dopelinge. (Verg. Briët, Sappius, p 217-217: J.E. Elias, de vroedschap van Amsterdam, 1578-1795 (2 dln. Amsterdam 1903-1905) deel 1p 560-561, noot i en o. Schutte, repertprium der Nederlandsche vertegenwoordigers in het buitenland (1584-1810 ('s Gravenhage 1976) p. 216-217.
Getuigen: De heer Leendert Duijn,
In het kraambed overleden volgens de doopakte van Diderica Lijdia Viervant. (GAA DTB Amsterdam 135 folio 315)
Getuige: Olke de Vries
Zij is getrouwd met Hendrik Huslij Viervant.
Zij zijn op 14 juli 1782 te Vlaardingen in ondertrouw gegaan.Bron 3
Zij zijn getrouwd op 27 juli 1782 te Rotterdam.Bron 4Kind(eren):
Over haar leven staat een verhaal in De Nederlandsche Leeuw nr 9-10 van 1999 bladzijde 230 e.v.
Dietje was bijna 8 jaar oud toen zij wees werd. De voogden plaatsten haar op de kostschool in Delft.
In 1788 kwam zij met haar zuster Leentje in Rotterdam wonen. Gezien haar banden met Vlaardingem - de voogden hadden daar een huis aangehouden, waar de wezen 's zomers verbleven - zal zij daar haar toekomstige echtgenoot hebben leren kennen.
In het Iconografisch Bureau te 'sGravenhage ligt een schilderij van Diderica Lijdia Sappius.
Ook Diderica Lijdia of Dietje Sappius werd na haar vaders dood geplaatst op de kostschool van de dames De Bellon in Delft. Zij verbleef daar tot eind 1778 en kwam daarna in huis bij juffrouw Moreau in Rotterdam. In mei 1780 ontvingen de voogden van C. Onderdewijngaart uit Delft voor diens zoon een verzoek tot "provisioneel acces" met het oog op een huwelijk. Zij gingen daar echter gezien de jeugdige leeftijd van hun pupil niet op in. Diderica Lijdia woonde ten tijde van haar huwelijk te Rotterdam op de Leuvehaven. Zij passeerde tesamen met haar echtgenoot op 5 augustus 1782 een mutueel testament.
PS: C.Onderdewijngaart en zijn zoon waren Mr. Canzius Onderdewijngaart (1736-1820) advocaat, notaris, veertigraad, weesmeester, schepen, burgemeester etc. te Delft, en diens zoon Petrus Victor (1762-??) notaris te Delft.
Diderica Lydia Sappius | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1782 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendrik Huslij Viervant | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Zie het artikel van Mr. C.P.Briët in Maandblad CBG 1966 bladzijde 341.
Zie De Nederlandsche Leeuw nr 7-8 van 1999 bladzijde 329 e.v.
Ds. H.H. Viervant schreef op 22 december 1797 in het voorbericht op zijn boekje Nieuwjaarsgeschenk aan mijn kinderen, in eene aanspraak bij het einde van het jaar (nieuwe uitgaaf:Amsterdam 1820), "[...] dat mijne waardige huisvrouw Diderica Lydia Sappius, op den 19 september dezes jaars, in den ouderdom van 34 jaaren en ruim 3 maanden, overleden is. Zij werd,in de agste maand van haare zangerschap, met koortsen bezocht - in die krankte baarde zij, op den dag vóór haaren dood, haar tiende kind, enne gezonde, welgeschapen dochter, die nog leeft. Haar lijk werd te Vlaardingen begraaven (in haar ouderlijk graf). Zes kinderen betreuren met mij dit zo zwaar verlies".