Tijdstip: 15:00
Willem Steenhof
Willem Steenhof is op 29 juni 1855 om 15.00 uur geboren te Driebergen.
Hij was het derde kind in een tuinmansgezin van 8, waarvan 3 jongens en 5 meisjes.
Nationale Militie
Hij werd in 1874 in Arnhem gekeurd voor de militaire dienst en kreeg inschrijvingsnummer 123.
Werd op 7 mei 1875 ingelijfd.
Sara Cornelia Gerritsen
Willem krijgt tijdens zijn diensttijd kennis aan Sara Cornelia Gerritsen.
(geboren op 6 maart 1857 in Muiden als dochter van Albert Gerritsen, werkman in Muiden en moeder Cornelia de Blauw.)
Sara raakt zwanger en in maart 1880 wordt op nummer 10 in de J.M.Kosterstraat in Amsterdam hun zoon Albert geboren.
vele huizen op het Oetgenspad
Eind 1882 zit zijn diensttijd er op en Willem wordt ruim zeven jaar na de inlijving uit de dienst ontslagen.
Hij vertrekt van de kazerne in Deventer naar Amsterdam.
Samen met Sara en baby Albert gaat hij in Amsterdam wonen op het Oetgenspad op nummer 44.
Na vier maanden verhuizen ze naar nummer 177.
Sara is opnieuw in verwachting.
Zeven maanden zwanger trouwt ze in Amsterdam op 25 april 1883 met Willem.
Opnieuw wordt er verhuisd. Ze vertrekken in juni 1883 naar nummer 6, nog steeds op het Oetgenspad.
Daar wordt een maand later dochtertje Wilhelmina geboren.
Eind dat jaar vertrekt het jonge gezin van nummer 6 naar nummer 79. De jaren erna verhuizen ze nog naar nummer 21, keren terug naar nummer 79 en nummer 6, en wonen in 1885 tenslotte op nummer 23.
Tussen 1883 en 1886 verhuizen ze acht maal op het Oetgenspad, wonen ze in zes verschillende huizen
(nr 6, 21, 23, 44, 77 en 79).
Bij het zoeken naar dat Oetgenspad stuit je op verwarring. Het is niet te vinden.
Het pad is er niet meer. Wat toen Oetgenspad heette, is nu de eerste Oosterparkstraat.
Het Oetgenspad was ooit een pad, maar in de jaren dat Willem en Sara er woonden was het pad al tot een straat verworden. We moeten het zoeken in Amsterdam-Oost, aan de oostzijde van de Amstel ('Weesperzijde').
Het moet er in die jaren druk geweest zijn. Er was veel bedrijvigheid. Er stonden molens, er waren meerdere lakenververijen (meekrap-) en er stond een grote chocolade-fabriek + -molen van Blooker.
Er was een groothandel in gasverlichtingsartikelen en verpakkingsglas. Er was sinds 1881 een metaalwarenfabriek.
Dwars over het Oetgenspad liep de spoorlijn van het Rijnspoor.
.
Jacob Olie legde de spoorwegovergang op het Oetgenspad vast
rechts is de onttakelde windchocolademolen van Blooker te zien.
Het Oetgenspad loopt links, achteraan in het midden het station
Direct aan het Oetgenspad had Bouw-Maatschappij De IJsbreker een complex woningen.
Even verderop lag het station van de Rijnspoorweg.
En er liep het spoor van de Gooise tram.
Kortom, een heel levendige buurt, vol opkomende bedrijvigheid, waarschijnlijk veel stank van de cacaofabriekjes, veel stank en roet van de treinen en trams.
Overal in de omgeving werd druk gebouwd.
Maar nog niet zo lang geleden was het hier nog echt 'buiten'
tien kinderen
Na Albert en Wilhelmina zullen Willem en Sara nog acht kinderen krijgen, allen geboren in Amsterdam.
Van de tien kinderen overlijden er vier als baby.
Begin 1887 woont het gezin, met inmiddels vier kinderen in de Gerard Doustraat op nummer 117.
Sara is in verwachting van het vijfde kind.
Het gezin woont in de 90-er jaren van de 19e eeuw in de Quellijnstraat, ten zuiden van de Prinsengracht, in de Amsterdamse 'Pijp'.
Ze woonden er ook weer op diverse nummers.
de Quellijnstraat
rechts de van der Helstraat
Ze verhuisden tussentijds terug naar de Gerard Doustraat.
maar keerden ook weer terug naar die Quellijnstraat waar ze in ieder geval rond de eeuwwisseling nog woonden.
Willem heeft diverse beroepen gehad: koetsier, voerman, slepersknecht en loopknecht.
Hij heeft in Amsterdam op minstens 38 adressen gewoond...
signalement:
lengte 1,60m
blond haar
grijze ogen
normaal voorhoofd
normale mond en neus
ovaal gezicht
ronde kin
blonde baard van 4 cm
gezonde kleur
rechts een liesbreuk
lidteken op het voorhoofd
landloperij ...
Willem verliet Amsterdam en is gaan zwerven.
We proberen ons een voorstelling te maken van zijn situatie op dat moment;
Rond 1910 was hij 55 jaar oud.
Van zijn tien kinderen waren er op dat moment vier overleden en drie getrouwd.
Dochters Cornelia en Sophia, 23 en 19 jaar oud woonden wellicht nog thuis.
Zoon Gerard was toen 17 jaar oud.
Eind december 1915 werd Willem in Utrecht aangehouden door een veldwachter.
Deze fouilleerde Willem en constateerde dat de man geen cent op zak had. Bovendien bleek de zwerver 'zonder vaste woonplaats' te zijn en zo werd Willem naar het bureau gebracht en opgesloten.
Twee weken later werd Willem voorgeleid. Hij werd schuldig bevonden aan landloperij en veroordeeld tot plaatsing in een rijkswerkinrichting voor de tijd van 2 jaar en vier maanden.
Er werd bij gezegd dat hij gezond is en goed in staat te werken.
De tekst van het vonnis is:
"... In de zaak tusschen den Officier van Justitie bij de Arrondissements-rechtbank te Utrecht en WILLEM STEENHOF
oud 60 jaar, geboren te Driebergen zonder beroep en zonder vaste woonplaats.
In verzekerde bewaring in het Huis van Bewaring te Utrecht.
De Arrondissementsrechtbank te Utrecht, recht doende in Strafzaken.
Gelet op het bevel der Raadkamer van deze Rechtbank waarbij beklaagde naar de openbare Terechtzitting is verwezen.
Gezien de act van de dagvaarding namens de Officier van Justitie behoorlijk aan beklaagde betekend, ten einde terecht te staan ter zake van de op 13 december 1915 te Utrecht te zijn bevonden zonder middelen van bestaan.
Gelezen een proces-verbaal van laatstgenoemde datum opgemaakt op den eed, bij den aanvang zijner bediening afgelegd, door den veldwachter T. Stolk te Utrecht in substantie houdende, dat beklaagde op dezen datum te Utrecht heeft rondgeloopen en dat bij fouilleering door den verbalisant geen geld of geldswaarde op beklaagde is gevonden.
Gelet op de verdediging der beklaagde
Gehoord de vordering van den Officier van Justitie voormeld, daartoe strekkende dat de Rechtbank beklaagde zal schuldig verklaren aan de overtreding van landlooperij, en veroordelen ter hechtenis voor den tijd van drie dagen voorts tot plaatsing in een rijkswerkinrichting voor den tijd van 2 jaar en vier maanden.
Overwegende dat uit de opgave alsmede uit de houding en het voorkomen van beklaagde het der Rechtbank voldoende is gebleken, dat beklaagde tot werken in staat is en mitsdien diens plaatsing in een Rijkswerkinrichting noodzakelijk is te achten.
Gezien artikelen 18,32,432 en 434 van het Wetboek van Strafrecht.
Verklaard beklaagde schuldig aan de overtreding en veroordeeld beklaagde tot drie dagen hechtenis en tot plaatsing in een Rijkswerkinrichting voor den tijd van twee jaar en vier maanden.
Gewezen bij de Heeren Boers, vice-president en Jhr. Schuurbeque Boeye en Dr. van Brakel Rechters. w.g. enz."
Veenhuizen
Op 10 januari 1916 werd Willem opgenomen in de Rijkswerkinrichting te Veenhuizen.
het tweede gesticht in Veenhuizen
Zijn straf zou moeten worden beëindigd op 10 mei 1918. Hij werd echter eerder vrijgelaten op 28 februari 1917 wegens ontruiming van het gesticht.
Willem overlijdt
Op 17 oktober 1935 om 23.00 uur is hij in Amsterdam overleden, ruim 80 jaar oud.
Sara vertrok in 1941 naar de 1e Jan v.d. Heijdenstraat 142.
Ze overleed op 14 februari 1945 te Amsterdam.
VEENHUIZEN
Personen die veroordeeld waren wegens bedelarij en landloperij werden vanaf 1827 naar de bedelaarskoloniën in Ommerschans of Veenhuizen gebracht.
Later werden er speciale rijkswerkinrichtingen ingericht voor dronkaards, landlopers en bedelaars, o.a. in Veenhuizen.
Daar de gevangenissen overvol waren, trad in november 1918 een "noodwet" in werking die het mogelijk maakte gevangenisstraf ook in gemeenschap te ondergaan. Vanaf die tijd werden in Veenhuizen ook gevangenisstraffen ten uitvoer gelegd.
de Rijkswerkinrichtingen in Veenhuizen
Veenhuizen was een onderdeel van de Maatschappij der Weldadigheid.
In 1917 waren er al 1100 gevangenen in Veenhuizen ondergebracht, n van hen was Willem Steenhof..
Dit hoge aantal nam langzaam af, drie jaar later bedroeg het aantal gevangenen rond 100 man.
het OETGENSPAD en omgeving
burgemeester Oetgens
Buitenpaden in de nabijheid van de stad zijn veelal gedoemd prozaïsche straten te worden.
Zo ook het Oetgenspad, in de volksmond ook wel 'Oetjespad' genoemd, naar een burgemeester Oetgens (eind 16e eeuw).
Het pad lag even buiten de Weesperpoort, ten Zuid-Oosten van de stad.
De burgemeester verkocht aldaar landerijen. Eigenaren kregen het gebruiksrecht van het pad.
Wagenaar vertelt in zijn geschiedenis van Amsterdam :
,,Aan de Oostzijde des Amstels loopen door een gedeelte der Outewaaler of Over-Amstelpolder, drie Paden, die geheellijk binnen de vrijheid der Stad leggen: het Olyphants of Outewaalerpad, het Oetgenspad, welke door een sloot in t midden, in twee Paden verdeeld is en het Agter-Oetgenspad, even voorbij welke, de Paal van honderd gaarden staat. Er leggen eene reeks van Baamen en Moes- en andere Tuinen.
De eigenaars dier Tuinen op het Oetjenspad zijn overeengekomen, dat deze kampen nooit anders, dan tot wei of hooiland zullen worden gebruikt. "
De eigenaars moesten het pad onderhouden. Ook moesten ze de dijkjes ophogen en de sloten uitdiepen.
Zo vinden we ondermeer de verordening tot het ophogen van het pad :
,,er is bevonden dat het buitenwater door en over het Oetjespad buiten de Weesperpoort is komen door te dringen en over te loopen in den Overamstelpolder ... achterdammen aan het einde van dezelven voor hun landen te moeten aanhoogen, zoo dat het buitenwater daar niet door of overheen kan loopen".
De spoorwerken
In 1726 hadden deze huiseigenaars zich verzekerd 'op het onverminderd behoud van het ,,gesigt" van de huizen'.
Nadat de spoorweg dwars door deze kampen gelegd was, bleek de spoorbaan hoger te liggen, en het ,,gesigt" daardoor onvermijdelijk te worden gehinderd . Na eindeloze processen gevoerd te hebben, kreeg het spoor pas in 1881 de handen geheel vrij. Vele stukken grond rond het Oetgenspad werden opgekocht.
De chocoladefabriek Blooker
In 1798 werd een snuifmolen aan het Oetgenspad gekocht door Jurriaan Blooker, die toen voor verfmalerij werd gebruikt.
Een zoon, Johannes Blooker, heeft eerst in die molen wederom snuif gemalen en werd later samen met zijn broer oprichter van de firma J.en C. Blooker, waarbij het molentje in een chocolademolen ('de Vriendschap') werd veranderd;
In 1876 werd er een fabriek met een stoommachine bijgebouwd. Er waren toen dertig mensen in dienst.
Ondertussen kwam het Oetgenspad steeds meer in de bebouwing te liggen en er werd omgezien naar een nieuw
terrein. Maar nog voordat die plannen vastere vorm hadden aangenomen, brak op 30 december 1884 brand uit in de fabriek.
Bij deze brand bleef de oude fabriek met de windmolen gespaard. Willem en Sara woonden toen op nummer 79.
Een jaar later kwam de windchocolademolen buiten gebruik
Andere chocolademakers waren J. Meulman Czn., sedert 1818 eigenaar en exploitant van de chocolademakerij de Denneboom op het Oetgenspad, voorheen onder de namen van Hk. Schukkink Wz. en Wed. Hk. Schukkink
molens en ververijen
Aan het Oetgenspad lagen meerdere molens en laken (meekrap-) ververijen, tot laat in de 19e eeuw toe.
het Oosterpark
In 1890 werd in het verlengde van het voormalig Oetgenspad begonnen met de aanleg van het Oosterpark.
Hier woonde volgens het adresboek van Amsterdam de kunstschilder H. Valkenburg met zijn dochter Bertha, eveneens kunstschilderes. Ook andere schilders hebben hier, reeds in 1888 of iets later hun woningen of ateliers gehad, op 82 Isaac Israëls en Breitner.
de IJsbreker
De later zo bekende uitspanning De IJsbreker aan de Weesperzijde (t.o. het Oetgenspad) werd in 1763 ,,met een stalling en de helft in vier + kampen weiland" verkocht
In de tijd dat Willem en Sara er woonden, bevonden zich pal naast het Oetgenspad de huisblokken van 'Bouw-maatschappij de IJsbreker"
het Weesperpoortstation
De Weesperpoort, toegang tot de stad, werd begin 19e eeuw afgebroken.
Op die plaats verscheen het Weesperpoortstation (aan het tegenwoordige Rhijnspoorplein/Wibautstraat), even ten Noorden van het Oetgenspad.
In 1843 werd dit station door de NRS gebouwd als begin station voor de lijn Amsterdam-Arnhem.
Tot de bouw van het Centraal Station was dit het belangrijkste station in Amsterdam
In 1939 werd het station gesloopt. De spoorbaan, die dus dwars over het Oegenspad liep, werd opgebroken en maakte plaats voor de Wibautstraat.
de tram
De Gooische Stoomtram onderhield de verbinding tussen het Weesperpoortstation in Amsterdam met plaatsen in het Gooi.
De trambaan liep naast de spoorrails, dwars over het Oetgenspad.
plattegrond met situatie Oetgenspad anno 1884
plattegrond met situatie Oetgenspad anno 2002
Op de oude kaart is de situatie weergegeven in de jaren dat Willem en Sara er woonden.
In rood het Oetgenspad, aan de Weesper Zijde van de Amstel,
in geel het verlengde ervan.
In blauw het blok van BouwMaatschappij 'de IJsbreker'.
In groen de chocoladefabriek.
Het Oetgenspad wordt doorsneden door de rails van de Gooise stoomtram en de verbinding van de Rijnspoorweg.
Het open terrein van deze Rijnspoorweg ligt heel nabij, in het zuiden.
In oranje het station.
De huidige situatie is onherkenbaar vergeleken met een eeuw geleden.
Het Oetgenspad heet nu 'eerste Oosterparkstraat'.
Wat nu Oetgensstraat heet, was een eeuw geleden nog geen echte straat.
Waar eens de spoorlijnen liepen, ligt nu de Wibautstraat.
Geloof: Ned Herv
29-06-1855 Wijk A nummer 72 te Driebergen
Komt van Deventer Kazerne in Deventer. (ambtshalve weder inschrijving)
October 1882 naar deel 338a/219 Oetgenspad 44 Buurt ZZ te Amsterdam
Februari 1883 naar deel 338/244 Oetgenspad 177 Buurt ZZ te Amsterdam.
Juni 1883 naar deel 338a/151 Oetgenspad nummer 6 Buurt ZZ
November 1883 naar deel 338/16 Oetgenspad nummer 79 buurt ZZ te Amsterdam.
December 1885 naar 337/162 buurt ZZ Oetgenspad 21 te Amsterdam
Oetgenspad 79 te Amsterdam Buurt ZZ (deel 338-16)
1885 Oetgenspad huis 6 te Amsterdam
Gaat naar 337/165 Oetgenspad 23 te Amsterdam
april 1887 Gerard Doustraat 117 te Amsterdam
juni 1887 Danierl Stalpertstraat 117 te Amsterdam
september 1888 naar Gerard Doustraat 117 te Amsterdam
1889 Quellijnstraat 115 te Amsterdam
1891 Quellijnstraat 125 te Amsterdam
Volgens de Gezinskaart Amsterdam periode 1893-1939 heeft hij gewoond:
25-1-1892 Quellijnstraat 49
24-5-1892 Quellijnstraat 115
19-7-1895 Gerard Doustraat 193
12-11-1895 Quellijnstraat 122
29-1-1896 YY
17-1-1896 AA Lijnbaansgracht 178
3-2-1897 YY Gerard Doustraat 75
22-2-1897 YY Gerard Doustraat 107
19-3-1900 ZZ 1e Oosterparkstraat 79
9-4-1900 YY Gerard Doustraat 107
11-9-1900 CC Lange Leidsedwarsstraat 99
19-11-1900 YY Albert Cuijpstyraat 1242-9-1901 YY v.d.Helstrstraat 17
8-4-1904 van Ostadestraat 285 bovenhuis
17-11-1904 YY Ferdinand Bolstraat 60 3 hoog achter
23-12-1904 van Ostadestraat 287 1 hoog
1-3-1905 van Ostadestraat 219 1 hoog
2-10-1907 Rustenburgerstraat 148 1 hoog
16-1-1908 Ruijsdaelstraat 51 1 hoog achter
17-3-1908 Ruijsdaelstraat 7 1 hoog voor.
6-7-1908 Const Huijgenstraat 62 huis
14-12-1908 Korte Leidschedwarsstraat 205 1 hoog voor.
19-7-1909 Korte leidschedwarsstraat 199 1 hoog
17-5-1912 Keizersgracht 465 insteek
31-1-19?? Govert Flinkstraat 159 1 hoog achter.
In 1908 verbleef hij in Norg. Zie de ntariele akte vermeld bij het huwelijk van zijn zoon Anthonius Willem.
Tijdstip: 23:00
Hij is getrouwd met Sara Cornelia Gerritsen.
In de huwelijksbijlagen staat niets vermeld over erkenning van de
zoon Albert.
Zij zijn op 5 april 1883 te Amsterdam in ondertrouw gegaan.Bron 4
Zij zijn getrouwd op 25 april 1883 te Amsterdam, hij was toen 27 jaar oud.Bron 5Akte nummer 689
Getuigen: Hendrikcus Fredericus Frederiks schoenmaker, Cornelis Kolman schoenmaker, Meindert van Gemen werkman,
Kind(eren):
[assen hij heeft in 1908 in Norg gezeten. Dossier Burgerlijk Armbestuur en inschrijvingsregister van veroordeelde bedelaars en landlopers]
Boeken: " Een onherroepelijk verlorene" van W.L. Breese Rotterdam 1904.
Inschrijving in de Nationale Militie te Arnhem jaar 1874 en lichting 1875. Inschrijvingsnummer 123. Op 7 mei 1875 ingelijfd, uit hoofde van expiratie van dienst, en op 18 oktober 1882 uit de dienst ontslagen. Het regiment is niet genoemd.
Volgens de gegevens van de Burgerlijke stand van Amsterdam is hij naar Veenhuizen gegaan op:
1 mei 1896
3 augustus 1905
7 mei 1906
28 oktober 1913
11 januari 1916
27 mei 1918 en
3 mei 1919
Op 11 januari 1916 is hij opgenomen in de Rijkswerkinrichting (RWI) te Veenhuizen.
Hij is daartoe veroordeeld door de rechtbank in Utrecht op 3 januari 1916.
De overtreding bedroeg " Landloperij".
Bron: HUA Toegang 382 Inventaris 271.
Rolnummer 1 Vonnis 14.
In de zaak tusschen den Officier van Justitie bij de Arrondissements-rechtbank te Utrecht en
WILLEM STEENHOF
oud 60 jaar, geboren te Driebergen zonder beroep en zonder vaste woonplaats.
In verzekerde bewaring in het Huis van Bewaring te Utrecht.
De Arrondissementsrechtbank te Utrecht, recht doende in Strafzaken.
Gelet op het bevel der Raadkamer van deze Rechtbank waarbij beklaagde naar de openbare Terechtzitting is verwezen.
Gezien de act van de dagvaarding namens de Officier van Justitie behoorlijk aan beklaagde beteekend, ten einde terecht te staan ter zake van de op 13 december 1915 te Utrecht te zijn bevonden zonder middelen van bestaan.
Gelezen een proces-verbaal van laatstgenoemde datum opgemaakt op den eed, bij den aanvang zijner bediening afgelegd, door den veldwachter T.Stolk te Utrecht in substantie houdende, dat beklaagde op dezen datum te Utrecht heeft rondgeloopen en dat bij fouilleering door den verbalisant geen geld of geldswaarde op beklaagde is gevonden.
Gelet op de verdediging der beklaagde
Gehoord de vordering van den Officir van Justitie voormeld, daartoe strekkende dat de Rechtbank beklaagde zal schuldig verklaren aan de overtreding van landlooperij, en veroordeelen ter hechtenis voor den tijd van drie dagen voorts tot plaatsing in een rijkswerkinrichting voor den tijd van 2 jaar en vier maanden.
Overwegende dat uit de opgave alsmede uit de houding en het voorkomen van beklaagde het der Rechtbank voldoende is gebleken, dat beklaagde tot werken in staat is en mitsdien diens plaatsing in een Rijkswerkinrichting noodzakelijk is te achten.
Gezien artikelen 18,32,432 en 434 van het Wetboek van Strafrecht.
Verklaard beklaagde schuldig aan de overtreding en veroordeeld beklaagde tot drie dagen hechtenis en tot plaatsing in een Rijkswerkinrichting voor den tijd van twee jaar en vier maanden.
Gewezen bij de Heeren Boers, vice-president en Jhr. Schuurbeque Boeye en Dr. van Brakel Rechters.
w.g. enz.
HUA: Toegang 382 Inventaris 96.
Proces-Verbaal R1/1916. Dit is een voorgedrukt formulier met enkele handmatige invullingen.
Hierin staat niets anders vermeld dan in het vonnis.
Dagtekening van vertrek 28 februari 1917, reden van het vertrek was:"ontruiming"
Bizondere renseignementen:
Lengte:1,60m, haar:blond, Voorhoofd:gewoon, Ogen: grijs, Mond/neus:gewoon, Kin:rond,Baard:4cm blond,Aangezicht:ovaal, Kleur:gezond, Taal:gewone taal, Rechts een liesbreuk, litteken op voorhoofd. Ouderdom bij opname: 60 jaar.
Bron: Rijksarchief te Assen: Registers van Bedelaars en landrovers Toegang 0137.01
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Willem Steenhof | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1883 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Sara Cornelia Gerritsen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Getuigen:Jan de Kruyf,veldwachter en Aart Jan Steenhouwer,logementhouder.
Aangever: Marinus de Kleyn aanspreker.
Begraven om 10.49 volgens klasse4 in graf vak 71 regel 7 nummer 108.