Geloof: Ned Herv
Op 1 april 1928 aangenomen als lidmaat der Ned.Herv.Kerk te Driebergen, volgens het lidmatenregister 1863-1938.
Getuige: moeder
Heeft bij haar grootouders,van moederszijde, gewoond aan de Boschstraat 36, later vernummerd naar 34, te Driebergen.
Mei 1930 ingekomen in Driebergen van Rijsenburg en woonde aan de Hoogeslag nr.2.
Volgens de Persoonskaart is zij sinds 28 april 1932 woonachtig in Zeist.
Bij overlijden woonde zij in het Zorgzentrum "De Amandelhof" te Zeist.
In Memoriam Jannigje Steenhof (1907 - 1999)*
Lieve familie, geachte aanwezigen,
Een mens weet het maar nooit, maar ik vermoed, dat het voorlopig wel de laatste keer zal zijn, dat de Domselaar-tak van onze familie, in zo'n grote getale aanwezig is, als vandaag het geval is, vandaag, de drieëntwintigste november 1999, hier op deze begraafplaats te Zeist, waar we bijeen gekomen zijn, om moeder en om oma, om Jannigje Steenhof, geboren op 26 september 1907, naar haar laatste rustplaats te brengen.
En hier zijn we dan. Ieder met zijn eigen verhaal, ieder met zijn eigen herinnering. Hier zijn we dan. Om afscheid te nemen van een vrouw, van wie op zijn minst gezegd kan worden, dat de meesten hier aanwezig, er zonder haar niet zouden zijn geweest. Zo gaat dat nou eenmaal in het leven.
Wie een poging onderneemt, een korte schets te geven van haar leven, merkt al gauw, dat het niet meevalt, iets compacts te zeggen over een bestaan, dat zo'n beetje de gehele eeuw omspant. Daarbij komt, dat het sowieso niet gemakkelijk is, een voorstelling te maken van onze ouders, voordat ze onze ouders waren. Van moeder dus, toen ze nog geen moeder was, maar een jonge vrouw of een jong meisje, een meisje, spelend aan de rand van de bosvijver, achter de Zwitserse brug, bij 'De Koekepan', op zomerdagen, in het beschutte Driebergen van de jaren twintig, het meisje ook, dat een keer te ver van huis ging, richting de wetering, om te koekeloeren achter de hekken van het klooster.
Wie was dat meisje van elf, dat aan de hand van een zichtbaar trotse vader een dagje in de grote stad was, om aldaar een foto te laten maken bij de fotograaf? Wat weten we van haar, van haar dromen en van de verwachtingen die ze had, in dat prille voorjaar van haar bestaan?
We weten wel, dat ze aardig kon leren. Toen de eerste wereldoorlog uitbrak, zat Jans inmiddels op de ulo en dat was heel wat. Naar haar eigen zeggen kon de oorlog niet lang genoeg duren, want er waren in Driebergen asielzoekers uit België ondergebracht, waartoe ook een jongen behoorde die in haar klas was geplaatst en op wie ze een oogje had. Dat zal wel wederzijds zijn geweest, tenminste, dat denk je dan, als je een wat later portret bekijkt: een mooie jonge rondborstige vrouw van een jaar of achttien, negentien met een ietwat dromerige blik, prachtig donker dik lang haar, stevig opgestoken voor de gelegenheid.
Niet voor niets kwam de slagersknecht genaamd Gerrit van Domselaar gaarne bij de Steenhofjes aan de deur om de vleeslapjes te brengen. En met succes want na een onderbreking van een jaar leidde deze relatie in 1932 tot een huwelijk.
Had dit meisjesleven ook anders kunnen gaan? Toen door de oorlogsperikelen de onderwijzers in Nederland niet langer betaald konden worden, ging de school dicht. Naar de kweekschool, dat wilde ze wel. In Utrecht was een mogelijkheid maar dat kostte veel geld en geld was er in die tijd niet zo veel. Tante Grietje zou bereid geweest die studie te bekostigen maar om een of andere reden is daar nooit iets van gekomen.
Hoe dan ook, Jansje kwam in dienst bij de rijke Amsterdamse koopman Van Eeghen op Huize Aerdenberg en wel in de linnenkamer. Daar leerde ze de zeden en gewoonten van het stadse leven kennen met alle toeters en bellen van dien.
Zou Jansje een goede onderwijzeres geweest zijn? Ik denk het wel, misschien wat streng en wat te overheersend maar zeker met gevoel voor humor. Want lachen, dat heeft ze haar hele leven graag gedaan, als ze zich goed voelde, alles veilig was en ze door haar omgeving bevestigd werd.
Want bevestiging, dat was voor de vrouw die wij vandaag begraven een levensvoorwaarde. Als vrouw, als moeder, als grootmoeder, als overgrootmoeder. De dichteres Neeltje Maria Min heeft eens geschreven: o, bevestig mijn bestaan, o, noem mij bij mijn diepste naam, laat mijn naam zijn als een keten, voor wie ik lief heb, wil ik heten. In een ander soort leven hadden het de woorden van mijn moeder kunnen zijn.
Maar als het niet eens ging, zoals ze zich dat voorstelde, als er te weinig aandacht was, als ze zich achtergesteld voelde, niet voor vol werd aangezien, als er een boze buitenwereld was, dan waren de poppen aan het dansen en zat ze zichzelf dagenlang in de weg. Naarmate de jaren verstreken, de kinderen het huis verlieten, de ouderdom naderde, ze afhankelijker werd, groeide dit ongenoegen en voelde ze zich al gauw door iedereen verlaten.
Was het een goede moeder? Een bijzondere moeder was het in ieder geval. Als haar oudste zoon zijn opwachting kwam maken, stond ze steevast als een trotse duif te koeren. Dat zusje Dicky in haar dagelijks leven zoveel voor haar betekende, is een feit. Maar dat accepteren en bevestigen, dat ging niet altijd vanzelf. Maar haar kinderen waren alles voor haar. Zusje Greet, die zoveel zeelucht en vrolijkheid in haar leven bracht, zusje Henny, die, ondanks alles, haar zo onvoorwaardelijk trouw is gebleven, door dik en dun, broer Hans, haar steun en toeverlaat bij alle grote-mensen-zaken die hij regelde: me dunkt, een aardige hofhouding. Maar kinderen zijn we in haar ogen altijd gebleven, en inderdaad, als kinderen hebben we aan haar gehangen, tot op het laatst.
Oma. Oma Domselaar. Oma Krikkemik, of hoe zo ook mocht heten, het was een oma die de hele club zo graag bij elkaar wilde houden. Wat zou ze glunderen, als ze ons hier zou zien vandaag. Zo rond deze tijd van het jaar begon het al. Een lijst met alle kleinkinderen, - en die liep aardig op in de loop der jaren - , en achter elke naam stond dan een kleine aantekening: wat die zou krijgen of wat die moest hebben. En zo struinde ze rond deze tijd van het jaar al dan gemotoriseerd in haar Daf de winkels af om voor 5 december iets passends te vinden.
En zo komen we toch even op de Daf en op die o zo dappere en ondernemende kant van onze moeder. Over een halve generatie weet natuurlijk niemand meer wat een Daf was. Zeg dan maar, dat dat een slee van een wagen was, waarmee je ouwe oma vroeger, op een verkeerstechnisch gezien bijzonder fantasie-rijke wijze, door het gansche land sjeesde. En nooit een ongeluk gehad. Behalve die laatste keer, middenin de garage, na een kleine reparatie. Auto 'total loss' natuurlijk, maar typisch oma: garage ook 'total loss'. Maar waarom stoppen met rijden, ze was toch pas 81?
De verjaardagen van de kleinkinderen. Die administratie hield ze bijzonder goed bij. Roemrucht was de chocolade-reep. Maar zo'n enkele reep, dat was natuurlijk niet genoeg. Op de reep was met grote ijver veelal een briefje van vijf gulden aangebracht maar wel op zo'n manier dat het de jarige de grootste moeite kostte, het briefje van vijf onbeschadigd van de reep te verwijderen. Oma was vrij goed met plakband.
Het zijn flarden en beelden uit een lang en gezond leven. Een vrouw met een krachtige persoonlijkheid. Een vrouw waar je niet omheen kon. Maar het was haast onmogelijk om niet van haar te houden. Het was me er eentje. Tot op het laatst. Toen het besef van tijd en ruimte afnam, was ze zich daar maar al te vaak, pijnlijk van bewust. Waar ben ik, wat moet ik doen, ik kan hier toch niet zomaar blijven liggen, wat gaat er nu gebeuren, Kees?
Het beeld uit oude verhalen: hoogbejaarde grootmoeder, mild geworden door de wisselvaligheden van het leven, die gelaten en vol berusting afscheid neemt van 's levens maal. Maar zo was het dus mooi niet. Het sterven van mijn moeder zal ik me blijvend herinneren als het sterven van een oude leeuwin die het er niet mee eens is, maar desondanks van uur tot uur levensterrein moet prijsgeven. En alle welpjes keken machteloos maar saamhorig toe, hoe de krachtcentrale ontmanteld werd, vol verbazing ook, hoe de wil tot leven nog tot zo'n heftig slotakkoord in staat was.
Een lang en gezond leven en een natuurlijke dood. Het moet vandaag gezegd zijn, dat het langzamerhand een uitzondering lijkt te worden in onze familie. De grote feiten uit ons leven, alles wat we aan dierbaars verliezen onderweg, ze breken veelal plotseling binnen, in de vorm van ziekte, of worden ons door de dienstdoende agent als rauwe feiten aan de deur bezorgd. Leny, Klaas, Paultje, Annemiek. We noemen hun namen. Moeder was ook hun schoonmoeder. Oma was ook hun geliefde grootmoeder Van Domselaar.
Mama, nu je daar zo ligt, in je kist, in je mooie jurk, je haar nog zo netjes gekapt door zusje Greet, met je mooie broche, met die margriet erop, moet ik denken aan dat liedje van Louis Neefs, dat je zo vaak zong, als je aan het koken was, als het zomer was, de deur van de keuken open stond, naar de bloeiende tuin, en alles goed was. Op je laatste verjaardag wist je de tekst nog. Weet je nog.
Ach Margrietje
De rozen zullen bloeien
Ook al zie je mij niet meer
Door je tranen heen zul jij weer lachen
Net zoals die laatste keer
En al denk je, dat komt nooit meer
Dat komt nooit, nee nooit meer terug
Ach Margrietje
De rozen zullen bloeien
Ook al zie je mij niet meer.
Rust zacht lieve mama.
Zij is getrouwd met Gerrit van Domselaar.
[hua of Family Search? huwelijksbijlagen opzoeken. Niet openbaar op 23-02-2016]
Zij zijn getrouwd op 28 april 1932 te Driebergen, zij was toen 24 jaar oud.Bron 5
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jannigje Steenhof | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1932 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Gerrit van Domselaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Huwelijksakte zijn niet openbaar op 20 februari 2002.