Brab Leeuw 1964-1; p56-64
Aryaen van Beurden, alias Jongbloedt, geb. 1558, overl.
voor 28-9-1649 ('s Bosch R 1604, f. 429v), huwt Adrïaentje
Jeronïmus Claessen. Ook Oisterwijk R 339, i 72, noemt hem
17-10-1645 al overleden.
Hij was Mulder eerst op de windmolen van Esbeek op het
Spul onder Hilvarenbeek waarvan hij in 1591 een vijfde
deel kocht van zijn schoonzoon, Gerrit Woutersz. van der
Veken, gehuwd met zijn dr. Anna, zulks volgens 's Bosch
R 1430, f. 382, welk deel hij toch echter weer 14-10-1595
verkocht naar 's Bosch R 1423, f. 3, dd. 14-10-1595. Een half
jaar vroeger wordt hij bovendien uitdrukkelijk Mulder ge-
noemd als hij aldaar te Hilvarenbeek 3-3-1595 land koopt
naar 's Bosch R 1408. f. 161, meldt. Later pacht hij tesamen
met zijn broer, Peeter, 13-6-1602 volgens 's Bosch R 1853,
f. 238, vanaf St. Jan 1602 voor 4 jaren de watermolen van
Nïeuw-Herlaer en de windmolen aan den Dungense Cant,
beide onder St. Michiels-Gestel, met als borgen : Pauwei
Jansen Olyslagers en Reynder Ygrom Pottey. Andermaal
pacht hij, nu echter alleen en dus zonder zijn broer, Pester,
dezelfde laatstgenoemde molens 27-7-1606, nu echter slechts
voor l jaar, zulks volgens 's Bosch R 1425, f. 394v, thans
met als borgen : Niclaes Jansen Donckers en Ygroms Pottey.
Na verloop van dat jaar koopt Adriaen dan 31-1-1607
volgens de énige Oïsterwijkse schepenacte, die hem meteen
molen in verband brengt, en wel naar Oisterwijk R 301,
f. 20, van de erfgenamen van wijlen Wouter Jans van der
Veken de windmolen van Nedervonder te Oisterwijk. Tenslotte
koopt hij 6-11-1610 volgens 's Bosch R 1485, f. 65v, als
„M°ldere" de helft van de windmolen te 's Bosch aan de
Hinthamerse Poort bij de Rosmalense Toren. En 9-5-1613
verwerft hij volgens 's Bosch R 1460, f. 153v, weylant in ds
parochie van Oisterwijk ter plaatse, genaemd „Achter de.
Watermolen". „Molder" wordt hij opnieuw genoemd, als hij
29-4-1614 in 's Bosch R 1489, f. 234v, een hoyvelt te Haren
koopt.
Adriaen van Beurden, „geheyten Jongbloed", heet hij inderdaad
14-3-1617 in N 5247, f. 42v, oud 59 jaar, zodat hij
hiervoor geboren gezegd mocht worden omtrent de jare
1558. Hij deelt 28-8-1602 in Oisterwijk R 298, f. 73v. Het testament
van hem en zijn bovengen. vrouw in Oisterwijk
R 331, f. 96, dd. 25-1-1637. Als „Adriaen, sone wijlen Cornelis
Janszoon van Beurden", koopt hij 9-9-1591 volgens Oisterwijk
R 286, f. 20v, land te Haren. Blijkens 's Bosch R 1431,
f. 33v, dd. 8-11-1591, waren Adriaen en Adriaentje bovengenoemd
reeds 8-11-1591 gehuwd ; ook in deze acte heet hij
weer zoon van Cornelis Jansz. Nog wordt hij als wonende
te Oisterwijk in navolgende Bossche Schepenacten genoemd
: R 1457, f. 17v, dd. 24-3-1611, en 1458, f. 518, dd. 25-
6-1612, R 1520, f 21v, dd. 11-10-1619, waarin Adriaen zijn
zoon, Cornelis, een huys te Oisterwijk aan de Lindt overdraagt,
R 1538, f. 432v, dd. 12-6-1627, waaruit blijkt dat hij
land in Boxtel bezat, terwijl ook zijn vrouw nog altijd in
leven is, en R 1502, f. 256, dd. 6-8-1626. Toch werd hij ook
vaak in de Schepenacten van Oisterwijk-zeïve genoemd,
maar toch slechts een enkele keer, naar alreeds boven
14-9-1607, en l 57v, dd. 7-12-1607, en R 306, l 2, dd. ca. 1610.
Ook in R 304, f. 55, dd. 2-8-1610, waarin hij iets „vernadert".
In R 307, f. 16, dd. 8-2-1613, zien we Adriaen als „sone van
Cornelis Jans van Beurden" in margine dd. 23-1-1614. In
een erfdeling ziet men hem in R 308, f. 57, dd. 19-9-1614.
Nadat hij in R 309, f. 12, dd. 2-3-1615, enig goed aan een
derde verkocht had, wordt dit in margine dd. 31-5-1615 door
zijn zoon, Cornelis, als „naeder van den bloede" met de vereiste
„clinckende penningen vernaedert". Andermaal compareert
hij in R 310, nu f. 48v, dd. 26-7-1616, om een lening
te lossen. Met zijn zoon, Willem, in R 315, f. 49, dd. 30-6-
1621, waarin hij zelf weer zoon van Cornelis Jansz. heet,
evenals trouwens in R 315, f. 54 en 62 v, dd. 2-9-1621, en 17-
11-1021. Wijders compareert hij meestal als zodanig nog in
een 17-tal andere Oisterwijkse acten in de periode van 1622
tot 1635 (1). Hier vermelden wij alleen nog: R 324, f. 12v,
dd. 31-1-1630, in margine van welke acte dd. 15-12-1675, ook
zijn kleinkinderen, Cornelis en Jeroen van Beurden, en
Maycken van Beurden, weduwe van Cornelis Jans van
Beurden, compareren ; deze trits van kleinkinderen waren
zoons en dochter van Adriaen's zoon, Cornielis van Beurden.
In margine dd. 14-5-1646 van R 328, f. 46v, dd. 7-6-1634,
blijkt hij ook nog op eerstgenoemde datum in leven. Met
zijn zoon, Willem, nog eens in R 330, f. 51v, dd. 23-10-1636.
In het Leenboek v.d. Griffier, Strick, van het Leenhof van
Brabant R 1322, f. 274, compareert Adriaen Cornelisz. van
Beurden. Aldaar trouwens in R 1324, f. 34, andermaal, terwijl
hier bovendien tal van nazaten als leenvolgers worden
genoemd in een leen, bestaande uit een hoeve lants, gelegen
in Haaren bij Oisterwijk, die Adriaen zelve eerstelijk 8-5-
1630 en daarna andermaal 23-7-1633 verheven had ; op 22-
2-1651 blijkt Adriaen echter overleden, want op die datum
wordt dit leen door enige zijner nazaten verheven.
Uit dit huwelijk :
1. Cornelis, volgt III bis.
2. Willem, volgt III ter.
3. Anna, huwt Gerrït van der Veken, zn. v. Wouter. Vermoedelijk
was hij Mulder. Hoger werd hij genoemd als verkoper
van een vijfde deel van de Esbeeker molen aan zijn
schoonvader.
4. Gerrit.
1) R 316, f. 2, dd. 3-2-1622 ; R 317, f. 59, dd. 8-10-1624; R 319, f. 68, dd. 2-10-1625; R 321, f. 23, dd. 27-2-1627; R 321, f. 49v, dd. 7-6-1627; R 322,
f. 41v, dd. 29-3-1628; R 323, f. 13v, dd. 27-1-1629; R 323, f. 27, dd. 15-3-1629; R 323, f. 50, dd. 19-0-1629; R 323, f. 50v, dd. 19-10-1629; R 326, f. 2, dd. 22-1—1623; R 325, f. 63v, dd. 2-8-1631; R 325, l 85v, dd. 16-12-1631; R 326, f. 41, dd. 6-5-1632, enf. 68, dd. 3-8-1632; R 326, f. 84v, dd. H-12-1633; R 329, f 6, dd. 22-1-1635.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Adriaen / Aryaen van Boerden (Beurden, Rugdijks) | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.