STALPAERT - STALPERS XVII Generaties » Philip Josef (Raw Mozes Uri ben Joseph) Halevi-Witmund (± 1544-± 1625)

Persoonlijke gegevens Philip Josef (Raw Mozes Uri ben Joseph) Halevi-Witmund 

  • Hij is geboren rond 1544 in Braunschweig, Ndr-Schs, D.
    About Moses Uri (Philips Joosten) Halevie
    In 1603 Philips Joosten claimed to be about 60 years old. Hence, he was born in ca. 1543. He claimed to have been born in Braunschweig (see Zwarts 1929, p. 108, for a transcription of the original document). He must have left Braunschweig as a young child, because the Jews of Braunschweig were expelled in 1546.
    A granddaughter (Belitje Arents) was born in Wittmund in ca. 1622, strongly suggesting that Uri left Amsterdam for Wittmund, rather than Emden (see banns on marriage of Amsterdam in 1657. Uri died in or before ca. 1627, when a grandson was named after him (see banns on marriage in 1656).
    References: Zwarts, J., De Eerste Rabbijnen en Synagogen van Amsterdam (Amsterdam: Menno Hertzberger, 1929).
  • Hij is overleden rond 1625 in Emden, NdrSchs, D.
  • Een kind van Joseph B.Ephraim (Kalman) Halevi en NN bat Joseph Jona Helen
  • Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2024.

Gezin van Philip Josef (Raw Mozes Uri ben Joseph) Halevi-Witmund

Hij is getrouwd met Bele Joostens -e.Halevi-Witmund.

Zij zijn getrouwd

M Aaron Halevie 1578-1651
M Joseph HaLevi Wittmund 1598-1642
M Jacob Philips Josephs (Jacob de Jode) HaLevi 1620-1689
M Isaac HaLevi Wittmund

Kind(eren):

  1. Dochter Halevi-Witmund  ± 1600-????


Notities over Philip Josef (Raw Mozes Uri ben Joseph) Halevi-Witmund

https://www.genealogieonline.nl/de-joden-van-friesland/I4453.php

Het Levens verhaal van Philip Joosten alias (Uri ben Josef Halevie)
De Portugese Marranen (formeel tot het christendom bekeerde joden die weer tot het jodendom wensten over te gaan) trokken aan het einde van de zestiende eeuw naar de toenmalige Republiek der Zeven Verenigde Provincien.
In 1597 ontvingen zij toestemming om openlijk als joden te leven en de eerste rabbijn die zij kregen was Mozes Uri Halevi uit het Duitse Emden.

Moshe (Mozes) Ury HaLevy, de bekende Emdense rabbijn , die in het voorjaar van 1602 naar Amsterdam kwam en daar de eerste Spaanse en Portugese Joden opnieuw instrueerde in de Joodse gebruiken en voorschriften.
Dat was nodig omdat zij al enige generaties als schijn-Christenen hadden moeten leven onder dreiging van de Inquisitie.
Ook stelde hij het reglement op voor de Portugees Joodse Gemeente.
Hij ging terug naar Emden-Wittmund in 1622.

Uri Halevi Joosten, Philip Uri Halevi's naam is vooral verbonden met het ontstaan van de Portugees-joodse gemeenschap in Amsterdam. Hij zou het zijn die een groep van 10 spaanse marranen en 4 kleine jongens zou hebben besneden en de eerste beginselen van het jodendom bijbracht. Uri Halevi werd omstreek 1544 geboren. In 1602 kwam hij naar Amsterdam. Hij vervulde verschillende functies binnen de Portugees-joodse gemeente. In 1622 is hij naar Emden teruggekeerd. Vermoedelijk is hij nog voor 1627 overleden.

De naam Uri Halevi is vooral verbonden met twee van de drie stichtingsmythes rond de Portugees-joodse gemeente in Amsterdam. Naast de mythe van de beeldschone Maria Nunes, die bescherming van de Engelse koningin Elisabeth afwijst om in Amsterdam inalle vrijheid tot het jodendom te kunnen terugkeren, is er de mythe van de Portugese nieuw-christenen die in Emden Uri Halevi tegenkomen. Deze raadt hen aan naar Amsterdam te gaan waar hij ze helpt een joodse gemeente op te zetten. De derde stichtingsmythe betreft de arrestatie van Uri Halevi waarbij hij tegenover de schout de grote bloei voorspelt die Amsterdam zal gaan doormaken als de joden er zich mogen vestigen.

De mythes over Uri Halevi werden voor het eerst rond 1673 beschreven door zijn in 1627 geboren kleinzoon Uri Aaron Halevi en in 1710-1711 gedrukt. De historicus Robert Cohen heeft er terecht op gewezen dat het eigenlijk vooral dankzij die mythischeverhalen is dat namen als die van Uri Halevi en Maria Nunes nog steeds bekend zijn. De werkelijkheid van hun levens was waarschijnlijk heel wat prozaïscher. Op basis daarvan zouden ze waarschijnlijk al lang vergeten zijn.

Uri Halevi moet omstreeks 1544 geboren zijn. Volgens de zeventiende-eeuwse historicus Levi de Barrios was dat in de Oost-Friese havenstad Emden. De begin-twintigste-eeuwse historicus Jacob Zwarts meent dat Halevi in Braunschweig (Brunwiek) is geboren. Rond 1574 werd hij volgens Zwarts tot rabbijn in Emden benoemd. Enkele jaren later werd op 29 juni 1578 zijn zoon Aaron geboren.

In de lente van 1602 kwam Uri Halevi aan in Amsterdam. Hier nam hij zijn intrek in een huis in de Jonkerstraat nabij de Montelbaanstoren, waar hij joodse godsdienstoefeningen hield. Verder schijnt hij slachter en (evenals zijn zoon Aaron) besnijdergeweest te zijn.

Op 14 september 1603 werd Uri Halevi in aanwezigheid van zijn zoon in zijn huis aan de Jonkerstraat gearresteerd op verdenking van heling. De beschuldiging bleek vals en Halevi werd later weer vrijgelaten. Tijdens de verhoren bleek het hierboven vermelde feit dat Uri Halevi in zijn huis godsdienstoefeningen hield. Deze werden door de Hoogduitse Halevi volgens de asjkenazische ritus gehouden. Hij ontkende tijdens zijn verhoor ten stelligste ook volwassen mannen te besnijden, iets wat toen in Amsterdam op straffe van de dood verboden was.

Tijdens de arrestatie van Uri Halevi waren, behalve zijn zoon, ook Jacob Tirado, David Querido en Daniel Pereyras aanwezig. De eerstgenoemde stelde zijn huis open voor Portugese joden om te bidden. Tirado was in 1598 in Amsterdam komen wonen en zouin 1612 weer vertrekken.

In 1604 vaardigde de Portugees-joodse gemeenschap Uri Halevi, die in Nederlandse akten ook wel Philip Joosten genoemd wordt, af om een andere woonplaats voor de Portugese joden te vinden waar zij meer godsdienstvrijheid zouden genieten. Hij diende een petitie in bij het stadsbestuur van Alkmaar die op 10 mei 1604 gunstig beslisten. In de verwachting dat de gemeenschap zich spoedig in Alkmaar zou vestigen werd in datzelfde jaar een stukje grond in Groet gekocht voor een begraafplaats. De economische voordelen van Amsterdam bleken echter zwaarder te wegen dan de Alkmaarse vrijheden. De begraafplaats werd in 1607 aan de joodse gemeente in Amsterdam overgedragen. Die heette inmiddels Beth Jacob, waarschijnlijk naar Jacob Tirado die zoals we gezien hebben zijn huis voor synagogediensten beschikbaar stelde.

In 1608 kwamen de rabbijn Jozef Pardo en zijn zoon David vanuit Venetië naar Amsterdam. Vanaf nu kon de stichting van een echte Portugees-joodse gemeente vorm krijgen. Over conflicten tussen de nieuwe rabbijn en Uri Halevi is niets bekend. Hij en zijn zoon Aaron bleven tal van belangrijke functies in de Portugese gemeente vervullen. Volgens de historicus David Swetschinski leidde Uri-Halevi voordien vooral de informele diensten in het huis van Jacob Tirado.

Tot 1614 gebruikten de Portugese joden in Amsterdam de begraafplaats in Groet. In 1614 verwierven zij een stuk grond in Ouderkerk aan de Amstel voor een nieuwe en beter bereikbare begraafplaats. Enige jaren later, in 1618, kwam het tot een scheuring binnen de Portugees-joodse gemeente Beth Jacob. Er zou een conflict achter schuil gaan tussen zeer orthodoxe en meer vrijzinnige joden. Abraham Pharar en David Curiel vertegenwoordigden de vrijzinnigen en Chacham Pardo vertegenwoordigde de orthodoxe richting. De Pharar-groep kon al gauw bewijzen dat Beth Jacob van hun was. De andere groep moest uitzien naar een andere ruimte. Volgens Odette Vlessing speelde een conflict tussen joden en christenen over de begraafplaats in Ouderkerk een rol in de scheuring van 1618. Uri Halevi leidde in dat jaar een school van Beth Jacob.

Enkele jaren later, in 1622, heeft Uri Halevi Amsterdam definitief verlaten en keerde terug naar Emden. Hij was toen 78 jaar oud. Waarschijnlijk is hij nog voor de geboorte van zijn kleinzoon Uri Aaron Halevi in 1627 overleden.

Over Philip Joosten, Zwarts, ‘De eerste rabbijnen en synagogen van Amsterdam. Philip Joosten, die volgens Zwarts omstreeks 1544 te Braunschweig is geboren en vandaar naar Emden vertrok, kan maar kort in deze stad hebben gewoond; in 1546 werden de joden namelijk uit Braunschweig verbannen.

New Light on the Earliest History, benadrukt dat het allerminst onomstotelijk vaststaat dat de naar Alkmaar afgevaardigde Philip Joosten identiek is aan Uri Halevi of Philip Joosten uit Emden.

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Philip Josef (Raw Mozes Uri ben Joseph) Halevi-Witmund?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Philip Josef (Raw Mozes Uri ben Joseph) Halevi-Witmund

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Voorouders (en nakomelingen) van Philip Josef (Raw Mozes Uri ben Joseph) Halevi-Witmund


Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Over de familienaam Halevi-Witmund


Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Mark Stalpers, "STALPAERT - STALPERS XVII Generaties", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-stalpers/I40585.php : benaderd 14 januari 2026), "Philip Josef (Raw Mozes Uri ben Joseph) Halevi-Witmund (± 1544-± 1625)".