Diogo vlucht uit Peru voor de Inquisitors, gaat naar het Heilig Land en gaat wonen in de plaats Safed. In maart 1605 werd hij alsnog verbrand in de Auto-Da-Fé te Lima.
De eerste Auto da Fé had plaats in 1481 in Sevilla. Zes mannen en vrouwen, marranen, worden levend verbrand omdat ze in het geheim het joodse geloof hadden beleden. De straf geldt voor iedereen die beschuldigd wordt van ketterij, maar in de praktijk zijn vooral joden het slachtoffer.
Als de gestrafte (ketter, jood, afvallige) zich op het laatste moment tot de Katholieke Kerk bekeerde, dan pasten de inquisiteurs een opmerkelijke vorm van genade toe. De gestrafte werd dan eerst gewurgd en pas daarna in brand gestoken. De verbranding duurde meestal enkele uren en kon door toeschouwers worden meegemaakt. Zowel geestelijke als wereldlijke heersers waren bij het ‘schouwspel’ aanwezig. Auto da Fé was een religieus ritueel en een bizarre vorm van volksvermaak.
Verschillende redenen werden aangevoerd om de beschuldigingen te onderbouwen. Daaronder vallen het niet eten van varkensvlees, het wassen van de handen voor het gebed, het wisselen van kleding op de sabbat, en zo verder.
In totaal zouden in Spanje en de Spaanse overzeese gebieden meer dan tweeduizend auto-da-fé’s hebben plaatsgevonden. Buiten het Iberisch schiereiland vonden de verbrandingen plaats in Mexico, Peru, Brazilië en India. Deskundigen schatten het aantalslachtoffers alleen in Spanje op bijna 40.000: gemiddeld 20 personen per verbranding. De laatste verbranding vond plaats in Mexico (1850).
Oorzaak: verbrand door de Inquisitie
Diogo Peres da Costa Rodriguez | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.