Eigenaar en directeur plantage Huntly in Nickerie (langs de boven-Suriname)
Plantage Huntly aan de Nickerie. Eigenaren volgens de Almanak J. MacIntosh, Amthony Dessé en J.F. MacIntosh, geboren Gordon.
36 slaven: Batenbrough, Benhope, Bizan, Bar, Brahm, Edman, Favarin, Gordone, Hill, Jacote, Ligtfoot, Mackingtough, Nelson, Pronk.
Beste Ais,
Huntly komt niet voor op de plantagelijsten 1827-1843-1889 die ik heb. Volgens jouw beschrijving was het geen plantage, maar een 'houtgrond'. De structuur was verschillend:
1. Op de houtgronden was geen expertise van bovenaf nodig- je vindt er geen grote directeurs- en stafwoningen. De eigenaar woonde er zelden.
2. Voor houtslaven was het een koud kunstje om weg te lopen: zij werden dus beter behandeld dan plantageslaven. Gezinnen werden niet gesplitst, en er vond onder de slavenfamilies gemeenschapsvorming plaats. De praktijk was dat de slavengemeenschappen met de eigenaars onderhandelden over de hoeveelheid hout die op een bepaald tijdstip geleverd zou worden. De slaven leefden zelfvoorzienend, meer als inheemsen- kostgrondjes, jacht, visvangst etc. en bouwden dorpjes met gezinswoningen. De eigenaar kwam dan voor het transport naar de plantage met medeneming van aanvullende levensbehoeften- zoutvlees, alcohol en zelfs contanten. Er vond dus feitelijk een soort betaling plaats.
Bij de emancipatie kregen zoals je weet de slaveneigenaars forse bedragen in handen voor de slaven- 300 gulden per slaaf. Zij stonden dan voor de keus het geld anders te beleggen of te herinvesteren in de plantage met contractarbeid die voor hun een onbekende en onzekere factor was- voor de echte plantages werd merendeels de eerste optie gevolgd en de zaak gewoon in de steek gelaten. Zo mislukte daar ook de opzet van het 'staatstoezicht' bedoeld om de ex-slaven op de plantages te houden.
Bij de houtgronden liep het vaak anders: de eigenaars, gewend aan onderhandelen met de slavengemeenschappen, toucheerden het slavengeld en maakten overeenkomsten met de ex-slaven die inhielden dat die gedurende de tien jaar staatstoezicht onder dezelfde voorwaarden produktie bleven leveren, waarna de grond (meestal allodiaal eigendom en veel grotere arealen beslaand dan de plantages) aan de families van de ex-slaven werd overgedragen.
Zo ontstonden de onverdeelde boedels van bv Vier kinderen, La Prosperite (Bersaba is een stukje van die plantage dat door de nieuwe eigwnaars aan de EBG werd afgestaan), Hannover etc.
Yrs, Iwan
Sources: Aisha Ali, Olga van der Meer
--- :Domicilie
Adres: Lot Land La l, Plantage Huntly, Nickerie
Sources: Aisha Ali
--- :Marriage (with Jean Teeder Jane Gordon)
Burger Register nummer 1125 -- 4 personen : James Gordon, John Robertson, John, and Roland William.
Sur.Courant.1838, 3July; Scheepstijdingen.
Binnengekomen. den 29sten Junij, de Nederlandsche Sloep Trafalgar, kapt. J.H.Thomas, van Coronie, hebbende 3 dagen reis; Passagiers: de Heeren W. Mac intoch, J.Mac Intosch en J.Robertson, benevens de Mejufvrouwen Nany Campbelle, Ann Mac intosh, Jane Mac Intosh, M. mac intosh en zes bedienden, Mary Barker en een bediende.
Onbeheerde Boedels en Weezen, Kolonie Suriname.
NL-HaNA_1.05.11.13_1883_0001 Mac Intosh, John. +1864
Afschrift Ao.1872; No.2.
In naam der Konings Dictum, inzake van den Curator bij het departement der onbeheerde boedels in de kolonie Suriname, ten eenre, Op en jegens de Crediteuren van den boedel van JOHN MACINTOSH, aan het departement der Onbeheerde boedels vervallen den 18. Junij 1864. ter andere zijde,
Het collegie van Commissarissen voor het departement der Onbeheerde boedels,
Gezien het exploit en relaas, ten blijke dat de zich bekend gemaakt hebbende Crediteuren van voormelde boedel behoorlijk zijn gedagvaard;
Gezien den overgelegden staat en de beschrijving, mitsgaders de rekening en verantwoording van dien boedel, met de bescheiden en verificatoiren;
Gelet dat, in opvolging can art.26 van het reglement voor het departement der Onbeheerde boedels en weezen van 1836 / G.B... de crediteuren van gemelde boedel zijn geintimeerd tot examinatie der boedelbeschrijving;
Arresteer de voormelde rekening en (ver-) // verantwoording.
Wijders gezien en eexamineerd hebbende de sustenue en den eisch van PREFERENTIE van :
de wed.e J.MAC INTOSH geboren GORDON, en de sustessien en eischen van CONCURRENTIE van :
Ths. GREEN voor den schoener ELLEN,
Ths. Green voor W.CARBIN EN Co:,
Ths. GREEN voor L.CARBIN,
Ths. GREEN,
J DE JONG, Curator, als beheerende den boedel van H.Fe.WESENHAGEN.
A.DESSÉ (nu Boedel),
Allen met de overgelegde bescheiden; Gelet op de plaats gehad hebbende verificatie.
Rechtdoende
Verleent verstek tegen de zich niet bekend gemaakt hebbende crediteuren, en ontzegt hun alle regt en actie tegen het departement der Onbeheerde Boedels.
Verklaart te zijn PREFERENTIE Creditrice JEANE FEDER GORDON, weduwe van JOHN MACINTOSH,
-a- voor de som van DUIZEND GULDEN (f.1000,-), wegens ten huwelijk (aan-)gebragte gelden, volgens acte huwelijksche voorwaarden gepasseerd tusschen den overledene en JANE FEDER GORDON;
-b- voor de aanteekningskosten as EEN GULDEN verklaart te zijn CONCURRENTE Crediteuren Th.GREEN voor den schoener ELLEN.
-a- voor de som van ZEVEN EN VIJFTIG (GULDEN) (f.57,-), wegens // gedane vracht en passage in Mei 1864. -
-b- voor de aanteekeningskosten as EEN GULDEN. Ths.GREEN voor W.CARBIN enCo.;
-a- voor de som van VIJF HONDERD ZES EN TACHTIG GULDEN NEGEN EN DERTIG CENTEN (586,39), wegens saldo verschuldigd over 1863 en voor geleverde goederen in Januarij en Februarij 1864.-
-b- voor de aanteekeningskosten as EEN GULDEN.
Ths.GREEN voor L.CARBIN.
-a- voor de som van HONDERD DRIE EN VEERTIG GULDEN EN NEGEN EN VIJFTIG CENTS (f.143,59), wegens saldo eener rekening courant tot ultiem Mei 1864.-
-b- voor de aanteekeningskosten ad EEN GULDEN.
Th.GREEN
-a- voor de som van ZEVEN EN DERTIG GULDEN VIJFTIG (f.37,50) wegens geleverde goederen op 19 Mei 1864.-
-b- voor de aangeteekeningskosten ad EEN GULDEN.
J DE JONG curator, als beheerende den boedel van H.F.WESENHAGEN, gewezen procureur.
-a- voor de som van NEGEN EN VIJFTIG GULDEN VIJF EN TWINTIG CENTS (f.59,25), wegens saldo salaris en verschotten, nu wijlen H.F.WESENHAGEN, gewezen procureur bij het Geregtshof, competerende in 1856.-
-b- voor de aanteekeningskosten as EEN GULDEN.
A. DESSÉ (nu boedel).
-a- voor de som van HONDERD ELF GULDEN EN TWINTIG CENTS (f.111,20), wegens geleverde goederen // in 1864.-
-b- voor de aanteekeningsskosten ad EEN GULDEN.
Met last op den Curator om , ten aanzien der repartitie en uitbetaling te handelen overeenkomstig de wet !
Aldus gedaan te Paramaribo bij de Heren mr.Ph.H.Verbeek president , Mr.A.C.Wesenhagen en C.A.G. van Everdingen, leden en uitgesproken ter openbare zitting van Dingsdag den een en dertigsten December 1800 twee en zeventig. get. Ph.H.Verbeek, prest./ J.D.fernandes sse.Secrs. Voor eensluidend afschrift De we. Secretaris van het Collegie van Commissarissen voor het departement der Onbeheerde boedels. J.D.Fernandes.
18 June 1864 :Death - District Coronie, Suriname
John is overleden op 18-06-1864 in Plantage Maryshope, District Coronie, Suriname, ongeveer 44 jaar oud [bron: Aisha Ali].
Notitie bij overlijden van John: Folio 1859/40
In het jaar achttien honderd vierenzestig den achttienden dag der maand Juny compareerde voor mij Nicolaas van den Brandhof, Ambtenaar van den Burgerlijke stand te Coronie Alexander Edward Green, oud negentien jaren, van beroep waarnd. directeur woonachtig op de pl. Maryshope, dewelke ten overstaan van August Frederick Wilhelm Muller, oud zesentwintig jaren, van beroep agent van policie, wonende te Coronie en I.G. Mac Donald, oud dertig jaren, van beroep directeur, wonende op de pl. Bellevue, als getuigen; verklaarde dat op zaterdag den achttienden Juny achttienhonderd vierenzestig des morgens ten zes ure, overleden is, John Mack Intosh oud vier en veertig jaren van beroep directeur, gewoond hebbende op de Pl. Maryshope, geboren in Schotland.
En is hiervan deze acte opgemaakt en door getuigen en ons, na gedane voorlezing, onderteekend.
Hij heeft/had een relatie met Jane (Jean) Teeder Gordon.
De relatie startte
Kind(eren):
1843 – A. Macintosh (almanak 1843)
De buurplantages Totness (1000 a.), Friendship (500 a.), en Bantaskine (1000 a.) behoorden alle aan dezelfde eigenaar, Alexander Macintosh. Macintosh administreerde de plantages zelf. G. Cruden was de directeur. Totness was een kweekgrond, terwijl op Friendship katoen werd gekweekt.
De familie Macintosh had nog meer zaken in het Opperdistrict. Ene W. Macintosh was de eigenaar van de plantage Inverness, en voorts administrateur van de plantages Bellevue, John, Clyde, Leasowes en Oxford.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
John [pltg.John] MacIntosh (MacIntosh) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jane (Jean) Teeder Gordon | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.