Hij promoveerde tot doctor in de plantkunde aan de Universiteit van Basel en was daarna vier jaar assistent bij de hoogleraren Fischer en Senn. Vooral
eerstgenoemde moet hem in de richting hebben gestuurd, waarin hij aanvankelijk naam maakte: de mycologische phytopathologie. Doch hij heeft deze richting pas ingeslagen na zijn benoeming in 1914 tot plantkundige aan het Surinaamse Departement van Landbouw, waarvan in 1919 het landbouwproefstation als zelfstandige afdeling onder directoraat van Stahel werd afgesplitst. Een uitnodiging, in 1917, om het directoraat van het Proefstation Midden-Java te aanvaarden, werd afgeslagen.
In 1921 werd Stahel aangezocht de door het emeritaat van Ritzema Bos aan de Landbouwhogeschool te Wageningen ontstane vacature van hoogleraar in de phytopathologie te vervullen. Hij aanvaardde deze betrekking en hield op 1 Juli 1921 zijn inaugurele rede. Doch, teleurgesteld over de hem ter beschikking gestelde hulpmiddelen en niet geduldig genoeg om te wachten op het malen van de ambtelijke molen, nam hij nog in hetzelfde jaar ontslag, zonder enig college te hebben gegeven. Hij keerde onverwijld naar Suriname terug en nam zijn oude positie weer in. Zijn functie aan het proefstation eindigde 24 September 1948, waarna hij tot 9 October 1950 de leiding voerde over de cacaokwekerij, welke onder het Welvaartsfonds ressorteerde.
Uit: huygens Institute -Jaarboek 1954-1955, p292-295;KNAW.
Naturalisatie 23-06-1927
voorn Gerold
achtern Stahel
beroep directeur van het*
geb.plts en LndElgg Zwitserland
geb.datum 29-06-1887
woonpl Paramaribo (Suriname)
opmerking: dr.; * Landbouwproefstation in Suriname
ALmanak voor Suriname 1925; Paramaribo
Stahel, Prof. G., Direct. Landb. Proefst. Gravenstr. 45 bov
Hij is een partner van Helena Christina (tante Peet) Arron.
Ze werden partners
Tante Peet was , vrijwel diens hele leven, de vaste verzorgster, kok van Prof. G. Stahel. Over de aard van hun relatie sprak zij zich nooit uit.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.