Haar geboortejaar vermoedelijk 1804; aangezien zij 26jaar was bij inschrijving 1830 (datering Slavenreg.Sur. Inv.01-fol.967). Waarbij zij naar DJ.Lobo Jz. wordt verkocht (Inv..1105)
Alwaar zij (en haar 3 kinderen) op 20 dec 1841 wordt uitgeschreven (vrijdom).
---
INSCHRIJVING Isr.gemeente 1841, 20dec.
Adjuba en haar dochters bleken in 1841 bij de aanvraag tot manumissie te zijn ingeschreven in het Register van de Israelitische Gemeente. Zij vonden op die manier aansluiting bij de Joodse kleurlingengemeenschap die in 1759 een apart kerkgenootschap had opgericht dat de naam Dahre Jesarim droeg.
---
Behoord hebbende aan David Jesserun Lobo en Leah de Fonseca
Besnijdenis / geboorten Port.Joodse gemeente 1662-1866. Voorkomend in de gegevens voor het voorgaande overzicht, maar niet van Sefardische afkomst:
20-5-1849 Adjuba Sara Wolf : slavin van Daniël Jessurun Lobo Jzn., in 1839 aangenomen als lid v.d. Gemeente, 20-12-1841 Slavenregister(1838-ev) INV.07-fol.1105r ; eigenaar Lobo (Josz -Daniel Jeszurun.
datum aangifte mutatie: 20dec1820 aanmerking: Voor de vrijdom , vrij geworden enden naam bekomen van (sign. S.C.):
v Adoeba -> Adjuba Sara Wolf
m Daniel -> Daniel Wolf
v Josephina -> Josephina Gracia Wolf
v Marie -> Marianna Rachel Wolf
---
MANUMISSIE PARAMARIBO; 20dec 1841.
NOTE: Slavennaam Adjuba geslacht V beroep onbekend eigenaar/vrijlater Daniel Jessurun Lobo Jzn. datum cautie onbekend bedrag cautie 0 datum borgtocht 30 december 1840 bedrag borgtocht 400 borgen Danl. Jesserun Lobo Josephzoon en Isaac de Capadoce aanmerkingen GR 20-12-41, no. 1472; "...in de registers der Israelische Gemeenten onder de(ze) voornamen bekend"; deze gemanumiteerde is van Joodse religie.
Adjoeba; betekent in het afrikaans: Vrouw geboren op Maandag.
(NB: zoals Akoeba= op woensdag geboren)
Okke ten Hove & Frank Dragtenstein
Manumissies in Suriname, 1832-1863.
Utrecht 1997. Een paar maanden geleden belde Sigi Wolf mij. Ik was toen bezig aan de redactie van een boek waarin Okke ten Hove & Frank Dragtenstein de manumissie in Suriname over de periode 1832-1863 behandelden. Manumissie was het onder bepaalde voorwaarden vrijgeven van slaven. Het woord is afgeleid van de Romeinse rechtsterm manumissio, hetgeen letterlijk vertaald betekent: ‘uit de hand wegzenden’. Ook in Suriname bestond in de slavernijperiode de mogelijkheid voor slaven gemanumitteerd te worden.
In het manumissieboek van Okke ten Hove & Frank Dragtenstein zijn onder meer 6.364 namen opgenomen van alle slaven die tussen 1832 en 1 juli 1863 in Suriname op deze manier de vrijheid kregen. Sigi Wolf was geïnteresseerd in de vraag of zijn familie van één van die gemanumitteerden afstamde. Dat viel vrij gemakkelijk te achterhalen, want het boek heeft een aantal duidelijke indexen. En de naam Wolf kwam voor, onder de nummers 1140-1143. Uit de begeleidende informatie kon het volgende gereconstrueerd worden. Op 20 december 1841 kreeg de slavin Adjuba de vrijheid onder de naam Adjuba Sara Wolf. Tegelijkertijd werden haar drie kinderen gemanumitteerd: Daniel, Josephine en Marianna. De eigenaar/vrijgever was Daniel Jessurun Lobo Jzn.
Een heel klein beetje, maar niet al te wilde speculatie: ‘lobo’ is het Portugese woord voor ‘wolf’. De oudste zoon van Adjuba Sara heette Daniel, dus die zal wel naar zijn vader vernoemd zijn: Daniel Jessurun Lobo. Het was in Suriname niet toegestaan aan gemanumitteerden reeds bestaande familienamen te geven. ‘Lobo’ mocht dus niet, maar de vertaling ‘wolf’ wel. Adjuba en haar dochters bleken in 1841 bij de aanvraag tot manumissie te zijn ingeschreven in het Register van de Israelitische Gemeente. Zij vonden op die manier aansluiting bij de Joodse kleurlingengemeenschap die in 1759 een apart kerkgenootschap had opgericht dat de naam Dahre Jesarim droeg.
Hoeveel slaven gedurende de gehele periode van slavernij via manumissie de vrijheid hebben gekregen, valt niet exact te bepalen, daar vóór 1832 manumissies niet systematisch werden bijgehouden. Dat veranderde in 1832. Vanaf dat moment werden de gemanumitteerde slaven bijgeschreven in een manumissieregister. Een dergelijk manumissieregister is niet aanwezig in Nederland. Door combinatie van verschillende bronnen, die ieder op zich veelal incompleet waren, maar elkaar complementeren, konden denamen van alle 6.364 slaven die vanaf 1832 gemanumitteerd werden, achterhaald worden. Zij zijn allemaal in Manumissies in Suriname, 1832-1863 opgenomen.
De waarde van dit 441 pagina’s tellende standaardwerk schuilt in het feit dat het een chronologische opsomming geeft van alle gemanumitteerden tussen 1832 en 1863. Naast een familienaam zijn gegevens te vinden met betrekking tot het geslacht, de leeftijd, de datum van toekenning van manumissie, de eigenaar, familierelaties, het beroep dat men bij vrijwording ging uitoefenen en een bronverwijzing. In een uitgebreide inleiding verklaren Ten Hove & Dragtenstein het fenomeen manumissie, laten zij zien hoe de criteria voor het toekennen van manumissiebrieven gedurende de slavernijperiode veranderden en geven zij een overzicht van de sociaal-maatschappelijke positie van deze Surinaamse bevolkingsgroep. Een Fundgrabe zowel voor de genealogisch geïnteresseerde Surinamer, als voor de belangstellende in Surinames boeiende geschiedenis.
Wim Hoogbergen
Voorkomend in de gegevens voor het voorgaande overzicht (geboorten en besnijdenissen), maar niet van Sefardische afkomst :
20-05-1849 Adjuba Sara Wolfslavin van Daniël Jessurun Lobo Jzn., in 1839 aangenomen als lid v.d. Gemeente, 20-12-1841 gemanumitteerd. (zie voor manumissie: bron genoemd bij "Gelbrecht") (=mogelijk overlijdensdatum ?)
Lijst van vrij personen in Paramaribo; 1846. Wolff, Adjuba Sara.
Manumissie / vrijlating 20-12-1841
NOTE: Slavennaam Adjuba geslacht V; beroep onbekend
eigenaar/vrijlater Daniel Jessurun Lobo Jzn.; datum cautie onbekend; bedrag cautie 0; datum borgtocht 30 december 1840; bedrag borgtocht 400 gld;
borgen Danl. Jesserun Lobo Josephzoon en Isaac de Capadoce
aanmerkingen GR 20-12-41, no. 1472; "...in de registers der Israelische Gemeenten onder de(ze) voornamen bekend"; deze gemanumiteerde is van Joodse religie.
Manumissierekest Jessurun Lobo inzake Saratie (1817)
Aan Zijn Exellentie den Hoog Edele Gestrenge Heer mr. Cornelis Rijnhard Vaillant, Gouverneur Generaal ad-interim der kolonie Suriname mitsgaders opperevelhebber van de land en zeemagt in dezelve etc. etc. etc.
Bij non sessie van den Edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie der voorsz. kolonie etc etc.
Geeft met alle eerbied te kennen Aron Bueno de Mesquita.
Dat de mustice meijd Saratie, behoord hebbende aan nu wijlen David Jessurun Lobo, hem suppliant heeft ter handen gesteld drie onderscheidene verklaaringen afgegeeven door J-k Pinto da Fonseca en deszelfs huijsvrouw A.J. da Costa en J–b Wolff Demeza, als ook extract resolutie van de Edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie deezer kolonie, wel-ke de suppliant de vrijheid neemt hier bij eerbiediglijk te annexeeren.
Dat in de maand junij A…… gemelde D.J. Lobo ab intestato is overleeden en uijt dien hoofde dezelfs boedel en nalatenschap in handen van heeren Weesmeesteren der Portugeesche Joodsche Gemeente is gedevolveerd, zo als hij ook de nalatenschap voormeldhebben doen inventarisseeren. Dat bij die geleegendheid gemelde mustice meijd aan hun Edelens heeft kennis gegeeven dat nu wijlen D.J. Lobo aan nu wijlen M. Wageman haare kind genaamd Marjantje, heeft persent gedaan om haar de vrijdom te geeven, en alzo zij aan den suppliant heeft verzogt voor de belanges van voormelde kind in regten waar te neemen vermits zij nog geen persoon aldaar is.
Weshalven de suppliant zig bij deeze met alle reverentie tot U Hoog Edele Gestrenge Heer is keerende, ootmoedigst verzoekende hem suppliant tot straat voogd over de castice meisje genaamd Marjantje dogter van de mustitie meijd Saratje te willen stellen, ten eijnde de nodige addressen namens gemelde castice kind te kunnen doen.
En is de suppliant hier op eene gratieuze dispositie aller eerbiedigst imploleerende etc.
Aron Bueno Demesquita
Annexe bijlagen geligd
Paramaribo den 13 augustus 1817
Aron Bueno Demesquita
________________________________________
Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 444, inventarisnr. 698, sessie augustus 1817, bijlage 12/ nr. 110 / DK:444.698.8.12.demesquita-lobo
Manumissierekest Lobo inzake Mariantje (augustus 1817)
Aan den Hove van Politie en Crimineele Justitie der kolonie Suriname etc. etc. etc.
Geeft reverentelijk te kennen Aron Bueno de Mesquita, in relatie als straat voogd van de castice (vader blank, moeder mustice) meisje Mariantje, dogter van de mustice(vader=blank, moeder=mulat(vader=blank, moeder=zwart)) meid Saratje, behoord hebbende aan den boedel wijlen David Jessurun Lobo.
Dat gemelde mustice meijd Saratje, na het overlijden van voornoemde Lobo, aan heeren weesmeesteren (aan wien den boedel is gedevolveerd), heeft kennis gegeeven, dat haare dogter Mariantje door gezegde Lobo, aan nu wijlen M. Wageman, tot een presentwas gegeeven om haar ten zijne kosten de schat van vrijdom te bezorgen, blijkens geproduceerde drie stuks verklaaringen, welke de suppliant de vrijheid neemt hier bij te annexeeren sub No. 1, 2 en 3, zo als weesmeesteren ook daar van notitie hebben genoomen, en zig bij memorie aan deese Hove geaddresseerd, en verzogt ……….. zo wel de mustice meijd Saratje, haare dogter, als andere slaaven, te mogen verhuure etc. uijtwijzens copie autentieq memorie hier annex sub N. 4.
Dat het gevolg daar van is geweest, dat Uw Edele Gestrenge WelEdele Achtbare gunstig hebben behaag, onder andere te disponeeren, dat voornoemde kastice kind Mariantje behandeld moeste worden als zij in het leeven ….. D.J. Lobo is geweest, volgens annexe extract uijt register der notulen en resolutie van deeze Hove, sub N. 5.
Dat uijt de hier voorengemelde en overgelegde drie stuks verklaaringen afgegeeven door J. Pinto da Fonseca en huijsvrouw A.J. da Costa, en J-b Wolff de Meza, zal UwEdele Gestrengen ontwaaren hoe nu wijlen D. J. Lobo voornoemd kastice meijd Mariantje aan M. Wageman heeft present gedaan, onder deeze beding, omme haar ten zijne kosten de schat van vrijdom te geeven, waar voor gemelde M. Wageman ook pligts halven heeft bedankt, en dat zulx nu (het zij met alle eerbied gezegd) niet anders zoude kunnen uijt gelegd worden dan als een donatie.
Weshalven is de suppliant in relatie voornoemd te raaden geworden zig bij deezen tot Uw-HoogEdele Gestrengen en Wel Edele Achtbaare te keeren, ootmoedigst verzoekende dat het UHoog Edele Gestrenge en Edele Achtbare gunstig behaagen mogen, heeren weesmeesteren te authoriseeren om voorszegde het kastice meisje Mariantje, dogter van de mustice meid Saratje, aan de suppliant overtegeeven en haar als geweesene slaaf van den boedel wijlen D.J. Lobo te ontslaan, ten eijnde bij geleegenheid de noodige brieven van vrijdom voor haar van deezen hoven te verzoeken. En is de suppliant hier op eene gratieuselijk dispositie aller eerbiedigst imploreerende etc.
Paramaribo den 27 augustus 1817
Aron Bueno Demesquita
Het Hof steld deze in handen van Heeren Gecommiteerden tot de zaken van de Weeskamer om consideratien en advies.
Paramaribo 27 augustus 1817
C.R. Vaillant
Ter ordonnantij van den Hove
P.J. Changuion
De bijlagen geligt
Paramaribo den 15 september 1817
Aron Bueno Demesquita
Aan den WelEdelen Gestrenge Heeren J. Bruijning, H.L. Perret Gentil,
Gecommiteerde Raden tot de Zaken van de Weeskamer.
Wel-Edele Gestrenge Heeren!
Ter voldoening aan UWel Edele Gestrengen begeerte omme de gevoelens van den ondergetekendens intewinnen, op zekere rekweste van Aron Bueno de Mesquita, als straatvoogd van de castice meisje Mariantje, behorende aan den boedel David Jessurun Lobo, zullen den ondergetekendens, de eer hebben UwelEdelens het volgende voortedragen.
Dat zij zich geensints parthij stellen onder approbatie van UwelEdelens, in het verzoek van den suppliant, aangezien zulks meer tot voordeel van den boedel Lobo zal strekken vermits dat daardoor den gemelde boedel in preferentie zoude kunnen wordengebragt, en ten eerste aflopen, gemerkt de meeste schuldenaren dien boedel z……………..de ad een pct1 smaand, en volgens reeds gedaane handtekening van de opgekomene crediteuren blijkt, dat gemelde boedel insolvent is en versoekende den ondergetekendens omme wanneer den Edele Achtbaa-re Hove in het verzoek van den suppliant mogte consenteren, als dan tot menagement van kosten, den ondergetekendens te authoriseeren, omme de moeder van gezegde meisje genaamt
Saraatje, …..haare nog resterende twee castice (vader=blank, moeder=mustiec) kinderen bij namen, Rebekka en Daniel (welke laaste genoemde onlangs geboren) publiekelijk te mogen verkopen ten einde voorschreve boedel zonder verzuim in preferentie te brengen.
Vertrouwen den ondergeteekendens bij deeze hunnen pligt te hebben nagekomen.
Waarmeede wij ons met de meeste eerbied noemen.
Wel Edelen Gestrenge Heeren
U WelEdele Gestrenge DienstWillige Dienaren.
Paramaribo den 29e augustus 1817
Monsontafils
(………)
M. Naar
(cap. weesm.)
1 pct: procent
________________________________________
Auteur/verzamelaar: J.F. Sang-Ajang
Nationaal Archief: filmnr. 444, inventarisnr. 698, sessie augustus 1817, bijlage 40/ nr. 110/ DK:444.698.8.40.demesquita-lobo
In manumissatierekesten, volkstelling 1811 ev).
Manumissierekest: Mesties / Mustiece Meijd (1/4 zwart 3/4 blank) Saratie. .
Onderscheid : Blank / Zwart / gekleurd: Zwart-Mulat-Mesties-Casties-(Blank)
fol.967 Meza; Rachel wed: Jr de
in maart 1817 worden de slaven aan S. dela Parra verpand.
Omstreeks 29 april 1834 voor de vrijdom verkocht aan DJ.Lobo Jz.
Joanika 62jr, Ajuba 26jr, Charlotte 10jr(overleden), Anna 6jr, Kreeje 20mnd, Moses 19jr, Willem 14jr, Daniel (overleden), Maryane, jonas, Josephine
Zij is getrouwd met Daniel Josephzoon (eig: pltg.Pikien Juda) Jesserun Lobo Jzn. (Abarbanel).
Zij zijn getrouwd na 1840 te Paramaribo, Suriname.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.