ook aangemerkt als dochter van Van Ringelbergh, 1e echtg. van Hellegond, haar moeder.
Et Elisabethae de Ringelbergh, sororis huius ecclesiae. Obiit anno 1489(EC349) p. 260-261 and Cerutti, Legal Sources II, p. 219.
Apparently, in 1440, damsel Lysbet, daughter of Hendrik van Ringelberghe, was already materially preparing for a transition to monastic life. She then bought a half acre of rye inheritance on a property at Princenhage. After her death, these fields would inherit to Catharinadal. (A. Cath. Hs. Van der Malen, p. 62.)
In 1453 she was mentioned as a nun in the receipts of annuities. Man. 3 (Land book 1487-1488). The annuity amounted to 5 old shillings.
Et Elisabethae de Ringelbergh, sororis huius ecclesiae. Obiit anno 1489(EC349) p. 260-261 en Cerutti, Rechtsbronnen II, p. 219.
Blijkbaar was jonkvrouw Lysbet, dochter van Hendrik van Ringelberghe, zich in 1440 al materieel aan het voorbereiden op een overstap naar het kloosterleven. Zij kocht toen een halster rogge erfcyns op een goed te Princenhage. Na haar dood zou deze cyns vererven op Catharinadal. A. Cath. Hs. Van der Malen, p. 62. In 1453 werd ze genoemd als kloosterzuster bij de ontvangsten van de lijfrentes. Man. 3 (Cynsboek 1487-1488). De lijfrente bedroeg 5 oude schilden. Erens, De oorkonden, p. 302. In 1459 gaf Jacoba, dochter van wijlen Wilhelmus Scobbelant van Breda, aan Catharinadal, ten behoeven van zuster Elisabeth van Ringelberch, een cyns van 1 halster rogge op een goed te Ginneken. Na de dood van Elisabeth zou deze cyns aan het klooster komen. Mocht de prijs van de rogge te ver dalen, dan mocht het klooster een cyns van 1 Corona heffen op een goed bij de Eindpoort. Man. 3 en 6 (Cynsregister 1520-1536). Twee cynsen van 1 halster rogge op goederen te Ginneken kwamen via Elisabeth aan het klooster.
Zij is getrouwd met Jan (II) van Nederveen.
Zij zijn getrouwd
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Elisabeth Jansdr van Ringelbergh (van Breda) | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.