(Die Nederl. Leeuw 197-5 jg.88 k138)
In DNL1966-k395, stelt dhr Dek: ,, Willem van Dalem, heer van Dongen sen ,de Zwaluwe, . . . stierf tussen 12 januari 1422 en 4 sept. 1422. Hij was drie malen gehuwd, eerst met Badeloge Bije (Johannes-& . . .), daarna met Elisabeth de Jonghe Wericusdr., doch deze vrouw was in de vierde graad verwant aan de eerste vrouw, waarop de officiaal van Luik 25 okt. 1386 besliste, dat Willem kerkelijk moest worden gestraft. Doch reeds op 11 dec. d.a.v. besliste dezelfde officiaal weer, dat Willem gestraft moest worden, hij was nu weer getrouwd en wel met Sophia van Salmen, terwijl het tweede huwelijk niet was ontbonden. Willem beriep zich op de uitspraak van 25 okt.! De derde vrouw werd later toch als wettige echtgenote beschouwd en komt nog voor in het testament van haar zoon Willem op 26 juni 1438."
,,De kinderen uit het tweede huwelijk werden verder als bastaarden behandeld . . .” Deze voorstelling van zaken is vrijwel van A tot Z onhoudbaar, ook onvolledig.
Willem huwde niet drie malen, maar slechts éénmaal namelijk ruim voor 1382 met jonkvrouw Sophia van Salmen, overleden na1438. Staande dit huwelijk leefde willem achtereenvolgens met drie bijzitten :
A. Badeloga, dr van Joannes de Bye, wonende te Dongen, zoon van Anselmus de Bye van Goirle.
B. van 1382 - 1386 met Elizaberh, dr van Wericus de Jonghe en Elisabeth Theodoricusdr Stercken (NB: Theodoricus Stercken was zoon van Elisabeth Jansdr de Bye van Goirle).
C. later met Ijda, dr van Jan Meynaerts en Engele.
{over de toelichting hierop lees verder in DNL1971-5 kolom 139 ev}
Zij is getrouwd met Willem Roelofsz [Knape] van Dalem en Dongen.
Zij zijn getrouwd voor 1382.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.