Paulus Cornelis van Beresteijn, zoon van de heer van Maurik, wilde niet deugen. Na enige tijd aan de Universiteit van Leiden te hebben gestudeerd, waar hij 'tot zeer verregaande buijtensporigheden' was 'uijtgespat', was hij thans voornemens zijn geluk te beproeven in Oost-Indië. Hij kreeg echter onenigheid met zijn vader, Christiaan Paulus van Beresteijn, over de hoogte van het geldbedrag waarmee deze laatste de onderneming zou financieren. Dit meningsverschil leidde in 1753 tot een rechtszaak voor de Raad van Brabant, die vervolgens de zoon in het gelijk stelde. Van Beresteijn senior beklaagde zich hierover in een rekest aan de Staten-Generaal en beweerde dat de Raad van Brabant hem onheus had behandeld.[9]
Volgens de procureur-generaal van Brabant echter bevatte dit verzoekschrift 'verschijde onbesonne, onwaere, en voor Haer Hoog Mofgenden] en voor de Justitie disrespectueuse, lasterlijke, en injurieuse en calumnieuse positiven en consequentien.'[10]
Bij de belediging van de Justitie had het officie in het bijzonder Van Beresteijns gemis aan respect tegenover de Brabantse justitieraad voor ogen. Nadat er op 29 oktober 1753 een dagvaarding tegen hem was uitgegaan, werd de heer van Maurik op 3 mei van het daarop volgende jaar [pag.74]
'Tot disrespect van desen Rade' door het beledigde college veroordeeld om eigenhandig de gewraakte passages uit zijn geschrift te royeren. In het vonnisboek werd daartoe een afschrift van het originele rekest opgenomen, waarna Van Beresteijn ten overstaan van een tweetal raadsheer-commissarissen en in aanwezigheid van de procureur-generaal de desbetreffende zinsneden moest doorhalen. Hij diende voorts te verklaren dat hij kwalijk en ondoordacht had gehandeld, dat hem dit speet en dat hij zich in de toekomst van 'calumnien en buijtensporigheden' tegenover de Raad zou onthouden. Ten slotte werd hij veroordeeld tot het betalen van een boete van 600 Carolus guldens."
---
Uit: 'Tot disrespect van desen Rade, en ter bespottinge van het Officie Fiscaal'. Het beledigen van de leden van een landsheerlijke justitieraad ; door Erik-Jan Broer
Paulus Cornelis van Beresteijn | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.