Kind(eren):
Uit DNL-1900, p.137-140 ; Geslacht van Dijm voerende tot haar wapen een velt van Lazuur, daarop een gulden koeper met drie witte Roose, welke naam en wapen gevonde in de wapen Caart van den Adeldom van Gelderland." Dit blijve ter verantwoording van Jan van Kuijl. Volgens Rietstap bestaat het helmteeken uit een gouden roos tusschen een vlucht van zilver en blauw.
De eerste Deijm die bekend is schijnt Claes Willemsz Deijm te wezen, in 1499 Regent van het St. Nicolaas-'gasthuis te 's Gravenhage. Een handschrift afkomstig uit de XVIIIe eeuw en waarschijnlijk opgemaakt door een Gorcummer aan de maagschap Deijm verwant, begint de geregelde afstamming met Joris Gerrit Deijm, vroedschap van 's-Gravenhage. In de regeeringslijsten bij de Riemer komt evenwel deze Vroedschap niet voor, wel Geryt Deijm Jan3z, Vroedschap in 1516. Volgens het voormelde handschrift had Joris Gerrit Deijm een zoon met name Maarten, die bij 'de Riemer' als Maarten Deijm Joriszoon onder de Rentmeesters van het St. Nicolaasgasthuis in 1552 wordt genoemd. Hoogst waarschijnlijk is dus de Vroedschap van het handschrift dezelfde als die door 'de Riemer' opgenoemd.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.