Regestenlijst van inv.nr. 143, Algemeen protocol, 3 aug. 1418 1421
Nr. 561.
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 3-C6, folium 63v-2 aktenr. 561, 25-09-1420.
Op 25-09-1420 werd vermeld dat Henric van Eten, provisor van de h.geest, voor het gebrek van de h.geest, te weten 12 jaar van een erfcijns van 3 schilling, gericht werd met vonnis der schepenen van Oisterwijk aan een hofstad in Oisterwijk, tussen erfgenamen van Gherijt Buckincs en tussen Willem die Weert zv Kathelijn metten eenre hant, beiderzijds strekkend aan de weg, en hij verkocht deze aan Wouter Watermael; de gezellen van de kerk van Oisterwijk behouden hun cijns.
63v-3. Voornoemde Henric als provisor van de h.geest, werd voor het gebrek van de h.geest, te weten 6 jaar van een erfcijns van 6 1/2 penning, gericht met vonnis der schepenen van Oisterwijk aan een stuk land in Haaren in Belveren genaamd aan de Hoge Heesakker, tussen Jan nzv Jan van Haren dat hij nu hantplicht en tussen de kinderen van Jacob van Laerhoven, en hij verkocht dit aan AELBRECHT LAMBRECHTS VAN LUCEL.
Regestenlijst van inv.nr. 144, Algemeen Protocol, 1422-1423.
Nr. 135.
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Leninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.144, microfiche 1-E6, f.23v-2, aktenr. 135, 15-04-1422.
Op 15-04-1422 verkochten Jan Willems van der Heijden man van Elisabet Henrici die Wijse en Ghijsbrecht Ghijsbrechts zoen aan Jan Henric Priem ½ van een deel van een moer, die wijlen Henric die Wijse gekocht had van Jacob Jans Nouden soen en van Jan Jan Nouden zoens van Huesden, waarvan de andere ½ behoort aan de kinderen van Aert Hermans zoen, gelegen te Moergestel, in de Oude Hoeve, tussen een moer van Wilhelmus Broet en tussen de moer van Henric van Crekelhoven.
23v-3. Jan Henric Priems verklaarde dat AELBRECHT LAMBRECHT LAMBRECHTS VAN LUCEL de moer van de helft van het deel van de moer, zoals die van Henric Swijsen was, de eerstkomende 30 jaar uit mag steken.
De kleine Meijerij; nr.105. 1222/13-2/15-12-1451.
Scabini noluerunt. Non solvit.
Wolterus Engberti van den Hezeacker droeg over aan zijn zoon Engbertus van den Hezeacker met zijn vrouw Aleijda Lamberti Christiani van Doernen een hoeve van dezelfde Wolterus in Haaren, in de Belver ter plaatse Hezeacker, dat wil zeggen:
1. huis, schuur, tuin en erfgoederen, tussen erfgoed van de erfgenamen van wijlen Nycolaus Scheijven en tussen een openbare weg,
2. een stuk land genaamd de Brokkenhof, tussen erfgoed van Katharina, weduwe van Henricus Vos en haar kinderen en tussen erfgoed van zijn zoon genoemde Engbertus van den Hezeacker en zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk,
3. een stuk land, tussen erfgoed van genoemde Engbertus en zijn kinderen en tussen erfgoed van AELBERTUS VAN LUIJSSEL en zijn kinderen, . . .
uit: http://www.dekleinemeijerij.nl/35-informatiebronnen/bossche-protocol/93-1450-1475-a
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.