NB: Op basis van naamsgelijkenis.
Erpe -Meere 1924 Augustijn Stalpaert aan de gouverneur van Oost-Vlaanderen.
‘Hij doet aanmerken dat hij van goed gedrag en zeden is’
Het kon echter nog tragischer dan bij de gebroers Roels. Augustin Stalpaert woonde in 1924 niet eens in een kamer: ‘Mij is het nu al 2 jaar onmogelijk van te werken, den eenen nacht ben ik verplicht hier [Met hier bedoelde de man de kelder van Victoor Redand, gelegen in de Dorpstraat in Erpe] slapen te zoeken, en dan eens door in een kelder of varkenskot te kruipen’. De man was bijna verplicht om als een dier te leven; hij sliep soms in een varkensstal! Dat had zo zijn consequenties voor de gezondheid en het sociaal leven van de man: ‘Daardoor heb ik nu al eenige maanden een ziekelijk been gekweekt, dat ik verplicht ben, op stokken voort te kruipen, en door die gebrekkelijkheid het volk mij begint te verafschuwen’. De man had een vuile wonde op het been, die maar niet genas en hem immobiel maakte. Gebrekkige mensen werden blijkbaar geassocieerd met negatieve dingen, want het volk meed hem. Dat laatste zegt ook iets over de mentaliteit van het gewone volk: in 1924 was het principe van de persoonlijke hygiëne blijkbaar al goed ingeburgerd. Mensen die hier van afweken werden scheef bekeken.[425: Brief van Augustin Stalpaert aan de gouverneur van Oost-Vlaanderen (originele spelfouten), 11.11.1924 (PAG, FOL, 1/5791/1-10, 192).]
uit: Public en hidden transcripts in Oost-Vlaamse armenbrieven 1882-1926 ; Eline De Keulenaer. scriptie RUGent. p.176-177.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Augustus Stalpaert | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.