J. Decavele, ‘Catharina van Boetzelaer, kasteelvrouwe van Aalter. Protestantisme volgens adellijk recept’, in: Idem, De eerste protestanten in de Lage Landen (Zwolle/Leuven 2004) 159-171 [bewerking van het artikel ‘Katharina van Boetzelaer, een merkwaardige figuur in het protestants verzet tijdens het wonderjaar’, Bulletin van de Vereniging voor de Geschiedenis van het Belgisch Protestantisme, 5 (1969) 151-171].
Catharina van Boetzelaer groeide op in Holland, als enige dochter in een gezin van ten minste acht kinderen. Zij was van aanzienlijke geboorte. Haar vader, Wessel VI van Boetzelaer, was vrijheer van Asperen en heer van Langerak, Half Nieuwpoort en Carnisse, haar moeder een jonkvrouwe van Praet van Moerkerken. Haar geboortejaar is onbekend, maar ze moet ruim voor 1550 geboren zijn: in 1552 betrok zij als echtgenote van Jacob van Vlaanderen van Praet het Vrijhof in Aalter bij Brugge. Dit kasteel had haar man, zoon van Joost van Praet en Martine van Moerkerken, geërfd van zijn kinderloze oom Lodewijk. Zijn familie stamde door bastaardij uit het Vlaamse gravenhuis.
De ouders van Catharina van Boetzelaer kozen al vroeg voor het protestantisme en vluchtten in 1567 naar Duitsland. De vader werd in 1568 door de Raad van Beroerten veroordeeld omdat hij jarenlang doopsgezinden in zijn huis had laten preken en uiteindelijk tot het calvinisme was overgegaan. In Asperen had hij bovendien samen met zijn zoons de beeldenstorm geleid.
In deze tijd had Catharina’s tante Elburg van Boetzelaer, abdis van Rijnsburg, zich bovendien genoopt gezien haar klooster voor protestantse preken open te stellen.
Uit: http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/DVN/lemmata/data/CatharinavanBoetzelaer
Boetzelaer en haar echtgenoot werden voor verhoor gedagvaard door de Raad van Beroerten. Op dat moment waren ze al apart over de grens gevlucht, Boetzelaer met haar zoontje Lodewijk. Op 27 februari 1568 werd ze bij verstek veroordeeld tot eeuwige verbanning en verbeurdverklaring van goederen.[1]
De achtergeblevenen verging het nog minder goed: uit de door haar gevormde kerngroep in Aalter werden drie personen terechtgesteld omdat ze weigerden hun geloof af te zweren (de griffier Simon Stalpaert, de pastoor Adriaan van Maldreghem en de amman Jan de Dendere). Over wat er van haar is geworden, zwijgen de bronnen. Vermoedelijk had ze nog contact met Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, want haar zoon trouwde later met diens dochter Maria.
(1) Zij is getrouwd met Jacob [vrijheer] van Vlaanderen (van Praet).
Zij zijn getrouwd in het jaar 1552.
Kind(eren):
(2) Zij is getrouwd met Frans van Haeften (de Cocq).
Zij zijn getrouwd in het jaar 1567.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Catharina Dame van Boetzelaer van Praet | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1552 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jacob [vrijheer] van Vlaanderen (van Praet) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1567 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Frans van Haeften (de Cocq) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.