De oudste vermelding vinden we in een akte uit 1134 waarin Hermanno de Mirlare genoemd wordt onder de getuigen “leeken en geestelijken van grooten invloed” van de Utrechtse bisschop Andries van Cuijk bij de schenking van de kerk van Lochem aan de kanunniken van Zutphen door gravin Ermengardis, de weduwe van graaf Gerard (van Gelre).
Er bestaat geen familiearchief van de heren van Mierlaer, maar door hun optreden in tientallen documenten kunnen we hun genealogie vanaf het begin van de dertiende eeuw toch reconstrueren.
Jacob onderhield nauwe contacten met zowel de Heren van Meerhem (bij Roermond) als met de Heren van Kuijk, maar ook met de Graven van Gelre en Holland. In 1213 is hij getuige voor Rutger van Meerhem. In 1240 zegelt hij een akte van Hendrik III van Kuijk. Via zijn vrouw kwam de familie van Mierlaer rond 1260 in bezit van 1/3 deel Well en 1/3 deel Afferden (met onder meer het goed Bleijenbeek).
Hij is getrouwd met Nn Arntsdr van Straelen.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
Jacob (I) van Mierlaer (Mirlare, Mierlo) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Nn Arntsdr van Straelen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.