Gijsbrecht van Brederode werd op 11 maart 1435 kanunnik ten Dom en 29 november 1437 domproost te Utrecht. Hij was bisschop van Utrecht van 7 april 1455 tot 6 augustus 1456. Hij werd verdreven door zijn tegenstander David van Bourgondië, die hem opvolgde. David hield hem gevangen van 1470 tot 1474, daarna moest Gijsbrecht zijn domproostdij afstaan, hij werd verbannen.
Gijsbrecht van Brederode was een telg uit het roemrijke Huis Brederode. Hij was de zoon van Walraven I van Brederode en de jongere broer van Reinoud II van Brederode. Als jongste zoon was hij uitgesloten van erfopvolging en koos hij voor een geestelijke loopbaan. In 1428 werd hij kanunnik van het Sint-Lambertuskapittel te Luik. Verder was hij kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel in Kamerijk. Later werd hij benoemd tot zowel domproost als proost van Oudmunster te Utrecht, waardoor hij veel invloed kreeg in de Domstad.
In 1453 deed de Bourgondische hertog Filips de Goede een beroep op Reinoud en Gijsbrecht van Brederode om hem te steunen in de strijd tegen de opstandige Gentenaren (Gentse Opstand, 1449-1453). De broers namen elk met duizend man deel aan de Slag bij Gavere en hielpen Filips de overwinning te behalen. Als aanhanger van de Hoekse partij bij de Hoekse en Kabeljauwse twisten voerde hij het verzet tegen bisschop Rudolf van Diepholt aan. Op 7 april 1455 werd hij door de Utrechtse kapittels tot bisschop gekozen, maar onder druk van Filips de Goede benoemde paus Calixtus III diens bastaardzoon David van Bourgondië. Filips bestreed met geweld de weerstand in het Hoekse kamp tegen deze benoeming en belegerde de stad Deventer (Beleg van Deventer, 1456).
In 1456 gaf Gijsbrecht, tegen een ruime schadeloosstelling, zijn aanspraak op de bisschopszetel op. Hij werd daarop benoemd tot proost van Sint Donaas in Brugge, met de daaraan verbonden eervolle functie van kanselier van Vlaanderen. In 1467 ruilde hij deze positie met Antonius Hanneron voor het proosdijschap bij het kapittel van Sint-Servaas in Maastricht. Hij bleef echter een luis in de pels van David van Bourgondië, zodat deze hem enkele jaren na de Eerste Utrechtse Burgeroorlog, samen met zijn broer Reinoud, in 1470 gevangen zette op het Kasteel Duurstede in Wijk bij Duurstede.
Gijsbrecht overleed in 1475 te Breda en werd begraven in het Kartuizerklooster van Geertruidenberg. Hij liet minstens twee bastaardzoons na, Anthonie en Walraven. Ook Joris van Brederode wordt als een zoon van hem genoemd.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Gijsbrecht van Brederode | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Onbekend | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.