archieven.nl / 122. Heerlijkheid Heenvliet / de Herenvan Cruyningen en Heenvliet stad.
Wij zagen reeds, dat door het kinderloos overlijden van Jan van Heenvliet van der Capellen in 1436 de Heerlijkheid Heenvliet in handen kwam van het geslacht van Cruyningen. Dit adellijk geslacht, dat zeer aanzienlijk was, voerde zijn oorsprong terug op het huis Barthout, Heren van Mechelen, Grimberg en Assche. De van Cruyningens stonden op één lijn met de van Borsselens, Renesses, de bastaarden van Bourgondië en de Markiezen van Bergen op Zoom, die met de van Cruyningens tot de vijf eerste adellijke geslachten van Zeeland werden gerekend. Deze eerste edelen hoorden voor alle edelen van Zeeland de rekeningen der rentmeesters van Zeeland af. *
De eerste Heer van Heenvliet uit het geslacht der van Cruyningens volgde zijn oom, Jan van Heenvliet van der Capellen in 1436 als zodanig op. Zijn vader, Adriaan van Cruyningen, en zijn moeder Elizabeth van Heenvliet waren reeds overleden, de eerste omstreeks 1392. In dat jaar werd de minderjarige Jan van Cruyningen beleend met de Heerlijkheid Woensdrecht. Pas in 1411 bereikte hij de mondige leeftijd. Zijn titulatuur luidde na 1436, „Jan van Cruyningen, Heer van Swijndrecht, Ackoy, etc. Heer van Heenvliet ende tot Woensdrecht, Ridder". De belangrijkste titel, die de van Cruyningens, als afstammende van het huis van Heenvliet en dus van Voorne, plachten te voeren, n.l. Burggraaf van Zeeland, treffen wij achter zijn naam nog niet aan.
Hij was gehuwd met Vrouwe Maria van Treslong, die hem overleefde.
De zuster van Jan van Heenvliet van der Capellen, Elizabeth van Heenvliet, Vrouwe van Heenvliet, was gehuwd met Heer Adriaan van Cruyningen. Haar broeder Adriaan stierf kinderloos en toen ook haar oudste broeder, de heer van Heenvliet, geen opvolger naliet, kwam de heerlijkheid Heenvliet aan haar toe. De Heerlijkheid kwam daarmee in het geslacht der 'van Cruyningen', die daarbij in de gunst kwamen van het Bourgondische hof. Vóór 1436 waren Elisabeth en haar man Adriaan van Cruyningen overleden. Hun zoon Jan van Cruyningen erfde de heerlijkheid. En werd heer van Cruyningen en Heenvliet.
Repertorium op de lenen van Arkel; gelegen in Delftland, Schieland, Voorne en IJsselmonde. 1373-1648
Eerder gepubliceerd in ‘Ons Voorgeslacht’, jrg. 31 (1976) en jrg. 40 (1985), een uitgave van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie ; pag.6 en .7
- HEENVLIET 9. Een uitgors genaamd Bornisse, gelegen tussen Heenvliet en Zwartewael, met heerlijkheden en tienden, zoals de heren van Voirne en van Arckel hebben bezeten (1652: 2 gorzen genaamd Bornisse en Bornisseroort)
1-9-1386: Zeger Florisz. na koop van de leenheer Otto heer van Arckel (Rijksarchief Utrecht: m.s. inv. 357, van Buchell M, fol. 98v en L.H. 62, fol. 190)
8-9-1388: Zeger Florisz. met ledige hand (R.A. Utrecht, m.s. 357, fol. 98v)
25-4-1435: Floris van Kijfhoeck (L.H. 114, fol. 37) : Heer JAN VAN CRUNINGEN na overdracht door Florijs van Kijfhoec (L.H. 114, fol. 157v)
17-5-1469: Heer ADRIAEN, heer van CRUYNINGEN, burggraaf van Zeellant, bij dode van zijn vader heer Jan, heer van Cruyningen (L.H. 118, cap. Zeeland, fol. 2v)
6-11-1490: JOHAN, heer tot CRUYNINGEN, ridder, bij dode van zijn vader ADRIAEN, heer tot Cruyningen (L.H. 120, cap. Zeeland, fol. 26).
16-6-1514: Jonkheer JOOST, heer tot CRUYNINGEN, bij dode van zijn vader heer JOHAN, heer tot Cruyningen, ridder (L.H. 123, cap. Zeeland, fol. 22v)
15-12-1543: Jonkheer JOOST, heer van CRUYNINGEN bij dode van zijn vader jonkheer JOOST VAN CRUYNINGHEN (L.H. 126, cap. Zeeland, fol. 34v)
29-4-1549: Jonkheer Johan, heer van Cruyningen, bij dode van zijn broer jonkheer Joost van Cruyningen (L.H. 127, cap. Zeeland, fol. 17v)
8-7-1560: Jonkheer MAXIMILIAEN, heer van CRUNINGEN, onmondig, hulde door Cornelis van Haeften, procureur voor het Hof van Hollandt, volgens procuratie verleden op door zijn moeder Jacqueline van Bourgoignen, douairière van Cruningen, Heenvliet, Tongrenel, vrouwe van Beveren en Tournichem (L.H. 129, cap. Zeeland, fol. 8v)
23-7-1616: Jonkvrouwe MARIA SABINE VAN CRUNYNINGEN, mede namens haar 3 zusters, hulde door meester Reynier van Persijn, advokaat voor het Hof van Hollandt, bij dode van haar vader heer Maximiliaen, heer van Cruyningen (L.H. 142, cap. Arckel, fol. 8v)
1-3-1652: Het leen wordt ten vrij eigen gegeven (L.H. 151, cap. Arckel, fol. 64).
uit : https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mizig=210&miadt=126&miaet=1&micode=122&minr=3068385&miview=inv2
122 Heerlijkheid heenvliet (en Ambacht)
18 Februari 1436 consenteerde Hertog Filips van Bourgondië aan Jan van Heenvliet wegens ziekte en ouderdom, dat hij met zijn onderzaten vrij zal mogen wonen in het land van Voorne en onbeschadigd zitten, gedurende de „veede" tussen de Hertog en zijn nicht Jacoba. Na aldus Heenvliet te hebben bewaard voor verwoesting stierf hij in datzelfde jaar 1436, zonder de Heerlijkheid aan een zoon te kunnen nalaten. In 1392 was hij gehuwd met Heilwich van Borssele, dochter van Claes en van Janna van Zevenbergen. Volgens Gouthouven had hij een zoon Frank van Heenvliet, die vóór zijn vader overleed, en een dochter, die geestelijke zuster werd. *
Hiermede stierf het geslacht Van Voorne—van Heenvliet in rechte lijn uit. De oudste zoon van zijn zuster Elizabeth van Heenvliet, Jan van Cruyningen, werd in 1436 met de Heerlijkheid Heenvliet beleend. *
De zuster van Jan van Heenvliet van der Capellen, Elizabeth van Heenvliet, Vrouwe van Heenvliet, was n.l. gehuwd met Heer Adriaan van Cruyningen. Haar broeder Adriaan stierf kinderloos, en toen ook haar oudste broeder, de Heer van Heenvliet, geen opvolger scheen te zullen nalaten, moest de Heerlijkheid Heenvliet wel aan haar vervallen. De Heerlijkheid kwam zodoende in het geslacht der van Cruyningens, die snel in de gunst kwamen van het Bourgondische hof. Vóór 1436 was zijzelf als haar man, Adriaan van Cruyningen, reeds overleden, want hun zoon, Jan van Cruyningen volgde zijn oom als Heer van Heenvliet op, zoals hierboven werd vermeld.
Repertorium op de lenen van Arkel; gelegen in Delftland, Schieland, Voorne en IJsselmonde. 1373-1648
Eerder gepubliceerd in ‘Ons Voorgeslacht’, jrg. 31 (1976) en jrg. 40 (1985), een uitgave van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie ; pag.6
HEENVLIET 9. Een uitgors genaamd Bornisse, gelegen tussen Heenvliet en Zwartewail, met heerlijkheden en tienden, zoals de heren van Voirne en van Arckel hebben bezeten (1652: 2 gorzen genaamd Bornisse en Bornisseroort)
1-9-1386: Zeger Florisz. na koop van de leenheer Otto heer van Arckel (Rijksarchief Utrecht: m.s. inv. 357, van Buchell M, fol. 98v en L.H. 62, fol. 190)
8-9-1388: Zeger Florisz. met ledige hand (R.A. Utrecht, m.s. 357, fol. 98v)
25-4-1435: Floris van Kijfhoeck (L.H. 114, fol. 37) : Heer JAN VAN CRUININGEN na overdracht door Florijs van Kijfhoec (L.H. 114, fol. 157v)
17-5-1469: Heer ADRIAEN, heer van CRUYNINGEN, burggraaf van Zeellant, bij dode van zijn vader heer JAN, heer van CRUYNNGEN (L.H. 118, cap. Zeeland, fol. 2v)
6-11-1490: Johan, heer tot Cruyningen, ridder, bij dode van zijn vader Adriaen, heer tot Cruyningen (L.H. 120, cap. Zeeland, fol. 26).
16-6-1514: Jonkheer Joost, heer tot Cruyningen, bij dode van zijn vader heer Johan, heer tot Cruyningen, ridder (L.H. 123, cap. Zeeland, fol. 22v)
15-12-1543: Jonkheer Joost, heer van Cruyningen bij dode van zijn vader jonkheer Joost van Cruyninghen (L.H. 126, cap. Zeeland, fol. 34v)
29-4-1549: Jonkheer Johan, heer van Cruyningen, bij dode van zijn broer jonkheer Joost van Cruyningen (L.H. 127, cap. Zeeland, fol. 17v)
8-7-1560: Jonkheer Maximiliaen, heer van Cruningen, onmondig, hulde door Cornelis van Haeften, procureur voor het Hof van Hollandt, volgens procuratie verleden op door zijn moeder Jacqueline van Bourgoignen, douairière van Cruningen, Heenvliet, Tongrenel, vrouwe van Beveren en Tournichem (L.H. 129, cap. Zeeland, fol. 8v)
23-7-1616: Jonkvrouwe Maria Sabine van Cruyningen, mede namens haar 3 zusters, hulde door meester Reynier van Persijn, advokaat voor het Hof van Hollandt, bij dode van haar vader heer Maximiliaen, heer van Cruyningen (L.H. 142, cap. Arckel, fol. 8v)
1-3-1652: Het leen wordt ten vrij eigen gegeven (L.H. 151, cap. Arckel, fol. 64).
"In goud 3 palen van sabel"
- De oudste vermelding van (een Heer van) Kruiningen dateert uit 1203. Uit in ieder geval 1214 dateert een acte, met daaraan een ruiterzegel van Walter van Cruninghe. De ruiter draagt voor zich een schild, maar welk wapen daarop staat is niet duidelijk. Hij was in ieder geval wel in bezit van een familiewapen. Dit wapen was waarschijnlijk identiek aan het gemeentewapen. Zijn nakomeling, Jan III zegelde in ieder geval in 1382 met het wapen gehouden door 2 leeuwen. Zijn wapen wordt ook vermeld in het manuscript van heraut Gelre.
- Het wapen blijft daarna in gebruik als heerlijkheidswapen, ook nadat het geslacht Van Kruiningen in de loop der 17e eeuw uitstierf en de heerlijkheid in andere handen overging. Latere heren voerden het wapen als onderdeel van hun eigen wapens. Het wapen is niet overgenomen in het wapen van Reimerswaal. (1970).
Raadt Sceaux Armores T2-pag.293
- Jean, . . . , seigneur de Crvninghen, chevalier, déclare tenir, du duc de Bourgogne, le riddertol d'Anvers, la pecherie dans le Schint, le Schenkeldijck, etc. . 1440, le 27 juin : trois pals. C. (un peu fruste) : une tete de more entre un vol. L : S Ian he va Cruningen e . . . . (Av. et den., No.18).
Overdracht Leen Heenvliet nr.9: 17-5-1469: Heer ADRIAEN, heer van CRUYNINGEN, burggraaf van Zeellant, bij dode van zijn vader heer JAN, heer van CRUYNNGEN (L.H. 118, cap. Zeeland, fol. 2v)
Hij is getrouwd met Maria (dr van Jan illeg.) Bloys Van Treslong.
Zij zijn getrouwd rond 1415.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan IV [Heer] van Cruyningen (& Heenvliet) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1415 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria (dr van Jan illeg.) Bloys Van Treslong | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.