235 ARA, Compagnieen op Oost-Indie, 1594 - 1603, inv.nr.27, klad-resolutieregister van bewindhebberen der Oude O.I.Compagnie en van de bewindhebbers-collegianten tot de aanneming van volk. 1599-1601, folio 40r-40v.
Repartitie vande Commisen [ ... ] op de Molucos
(Schip) Gelderlandtt
Wolfert Hermanssen, admirael
Cornelis vande Ghijn, oppercoopman
Jan Engels, fiscus
Cornelis Stalpaert van der Wiele, ondercoopman
Hans Rensdorp, ondercoopman ende boeckhouder
Symon Jacobsz, admiraels dienaer.
b/ Utrecht
Frachois Abelijn, ondercoopman ende boeckhouder
Jacob Alewynsz, ondercoopman
Hendrick van der Does, ondercoopman
Bron: Tresoor der zee en landreizen deel3.
in de Repartitie wordt Jan Engels als Fiscaal genoemd en Cornelis als ondercoopman. Mogelijk dat hij later tot fiscaal (= de vertegenwoordiger van de staat aanboord) werd benoemd.
Pag.710: Stalpaert van der Wiele, Cornelis fiscus aan boord van de Gelderland, het schip in de ‘Molukse vloot’ die onder commando van admiraal Wolfert Harmensz als onderdeel van de vijfde Schipvaart (1601-1603) op 23 april 1601 van Texel was vertrokken naar Bantam. C138,139 142.
Mogelijk is hier sprake van een lees-/ schrijffout, omdat elders iemand anders als Fiscaal is benoemd terwijl Cornelis meereisde als 'ondercoopman'.Ook mogelijk heeft hij die functie tijdens de reis verkregen.
Adelyk en aanzienelyk wapen-boek van de zeven provinciën; waar by gevoegt zyn een groot aantal genealogiën van voornaame adelyke en aanzienelyke familiën – Abraham Ferwerda. pag.167-ev. Genealogy der Familie Van der Wiele. 10e Generatie.
2. CORNELIS STALPERT van der WIELE, gehuwt aan Gerarda van Slingeland.
234 ARA, Compagnieen op Oost-Indie, 1594 -1603, inv.nr 130.
. . . Wy beloven byden eedt by ons opden artyckelbrieff gedaen, den inhouden deser instructie in allen deelen volcomelick na te comen ende dat wy int vorsz. collegie goede eenicheyt ende vruntschap sullen onderhouden ten exemple van de geheele vloote, ende ons also quijten als goede ende getrouwe raden te besten van dese Oostindische Compe betaemt.
[ondertekend]
W. Hermansz
Cornelis vanden Gheyn
Jan Bruijnsz
Cornelis Stalpt van dr Wiell
Gerrit Bicker
Reinier Adryaensz Pauw
Vincent van Bronckhorst
Sijmon Jansz Fortuin
Geurt Dircxsz
1.04.01-2.
Stukken betreffende de tweede voyage (uitreeding door de Oude Oost-Indische Compagnie in 1598).
Geschiedenis van de archiefvormer
De acht schepen der tweede voyage: Mauritius (admiraalschip van Jacob Cornelisz. Van Neck), Amsterdam (vice-admiraalschip van Wybrant van Warwijck), Holland (ook Hollandsche Leeuw genaamd), Zeeland, Gelderland, Utrecht, Vriesland en het jacht Overijsel staken 1 mei 1598 in zee. Van deze schepen bereikten de Mauritius, Holland en Overijsel, die in amaldeelwaren blijven varen, nadat zij in augustus 1598 van de anderen waren afgeraakt, het eerst Bantam, te weten in november 1598. Op den laatsten dag van het jaar kwamen aldaar ook de vijf andere schepen aan. In januari 1599 werden de Amsterdam, Zeeland, Gelderland en Utrecht doorgezonden naar de Molukken, onder Wybrant van Warwijck als admiraal op de Amsterdam en Jacob van Heemskerck als vice-admiraal op de Gelderland. Tegelijk keerden de Mauritius, Holland, Vriesland en Overijsel met rijke lading naar het moederland terug, waar zij in juli 1599 arriveerden.
* De vier schepen onder admiraal Van Warwijck kwamen begin maart voor Amboina. Heemskerck met de Gelderland en Zeeland werd doorgezonden naar Banda, waar deze schepen 15 maart 1599 arriveerden. Van Warwijck met de Amsterdam en Utercht bleef voor Banda tot 8 mei 1599, toen hij naar Ternate vetrok.
Begin juli verlieten de Gelderland en Zeeland de Banda eilanden. Hier liet men Adriaen van Veen met enkele gezellen achter. Van Veen hield verblijf op Lonthor, terwijl Augustijn Stalpart van der Wiele op Banda-Neira werkte. Midden Augustus 1599 stak Heemskerck met de Gelderland en Zeeland van de rede van Bantam in zee voor de terugreis naar het vaderland, dat midden mei 1600 bereikt werd.
De Amsterdam en de Utrecht bleven tot 19 augustus 1599 voor Ternate. Aldaar werd achtergelaten Franck van der Does met enkele gezellen. Eerst einde januari 1600 verliet Van Warwijck de reede van Bantam om de reis naar het moederland te ondernemen; de laatste twee schepen der tweede voyage kwamen aldaar eind augustus aan.
Op de Banda-eilanden bleven Van Veen en (Augustijn) Stalpart van der Wiele tot juni 1602, toen zij vandaar werden meegenomen door schepen der voyage onder Wolphert Hermansz. [NOTE Zie behalve den brief van Jacob Heemskerck aan Bewindhebberen d.d. 13 Juli 1602 eveneens de resolutie van den Breeden Scheepsraad, gehouden op de Gelderland onder den admiraal Wolphert Hermansz. 22 April 1602.Het past hier melding te maken van de , welk stuk in afschrift bewaard is gebleeven in het archief van de Kamer Zeeland der V.O.I. Compagnie. In een Register van Artikelbrieven en instructiën met bijbehoorende stukken 1602-1604 staat de Informacie ingeschreven bij de papieren, medegegeven aan de vloot, einde 1603 onder admiraal Steven van der Haghen uitgezeild. In een ander aldaar geregistreerd stuk wordt onder de medegegeven papieren genoemd Stalpaert's memorie. De Informacie, die vele gegevens bevat van iemand, die lang op Banda vertoefde, is dus hoogstwaarschijnlijk geredigeerd door .
Het stuk is gepubliceerd bij: Rouffaer en Juynboll. , Bijlage III; fragmentarisch is het uitgegeven bij De Jonge, III, p. 149, 163.]
Franck van der Does was nog op Ternate in den herfst van 1602; in het jaar daarna wordt vermeld zijne loslating uit de gevangenschap van den Vorst van Tuban op Java. [NOTE Zie: , pg. 66 (in: , deel I).]
Op 24 april 1601 vaart de 'Gelderland', met opnieuw als schipper Jan Bruyn, het zeegat van Texel uit op weg naar Oost-Indië. De (vijfde) vloot van de Oude Compagnie, bestaande uit Gelderland, Zeelandia, Wachter, Duifken en Utrecht, stond o.l.v. Wolfert Harmensz. In april 1603 keerde het schip in Nederland terug.
Stalpaert van der Wiele, Cornelis Evertsz,
Informatie van diverse landen en eylanden gelegen naer Oost-Indiën om aldaer bequamelick te handelen ende wat coopmanschap daer valt en daer best getrocken is.
Handschrift Rijksarchief, ongedateerd stuk van begin november 1603. Afgedrukt als bijlage III, p. XI-XXV, bij Rouffaer en Juynboll, De batikkunst in Nederlandsch-Indië en haar geschiedenis, deel tekst (Utrecht 1914).
NB: Dit werk wordt hier toegeschreven aan Cornelis SvdW.
In werkelijkheid, is de eerder in 1598 op Bantan achtergebleven Augustijn Stalpart vdWiele de auteur van de memorie aan JvanOldenbarnevelt en prins Maurits van Oranje. (dit vlgs. behouden kopie van de brief). Waarin hij de beschrijving doet.
-NB- niet zeker of dit een en dezelfde Cornelis Stalpaert is.
Historie ofte iaerlijck verhael vande verrichtinghen der ... West-Indische Compagnie, ..., vol 1 -(door : Johannes de Laet - Uitg: A. Elsevier -1644)
- Het Elfde boek pag. 415 ----Anno 1634.
Den sesthienden arriveerde uyt 't Vaderlandt 't Schip 't Huys van Nassauw, gheladen met Divisies ende Ammunitie ; ende mede brengende twee- en vijftich Soldaten : ende 't Schip Ernestus uyt de Camer van Groeninghen, met de Politique Raedt Ippo Eyssens, ende een Compagnie van hondert ende veertich koppen / onder Capiteyn CORNELIS STALPAERT VAN DER WIEL. Den eersten November {1634}. . .
(Kroniek v h Historisch Genootschap te Utrecht. 25ste Jg. 1869 - vijfde serie.)
296 Memorie, door den Kolonnel Arlichofsky, enz. (pag.253 ev)
(Anno 1636) Ten laetsten schrijvende dagelijcx aen de Heeren van die dingen , die ick in St Lourens vernam , ende sij mij weerom adviserende wat sij hadden, creech ick van haer tijdinge dat den heer Ipso Eyssens , Raedt in Brasil ende Gouverneur van Paraiba, den verleeden 14en October van Rebellino verrast ende dootgeslagen was op sulcken maniere.
Den H. Eyssens uytrijdende speelen, als hij gaeren groote suyte om hem sach, porde alle jonge cooplieden op , die maer paerden costen crijgen, om met hem te gaen ; hij nam noch met hem tot convoy 25 soldaten metten Luytenant van
Cap STALPAERT uyt de stadt Paraiba, item noch 25 Brasilianen.
Met all dit volck, niet aensiende het geruchte van viandt, gingh hij wel seven mijlen vande stadt nae sijn Ingenio, in dewelcke woonde Mr Micheel, te vooren geweest barbier (anders wierde de Ingenio genoemt van Manuel Piros Correo). Sij waren qualijck een half uyr .daer gearriveert, soo quam Rebellino met sijne musquettiers ende begoste het huys te beschieten. De Brasilianen hadden
geenen tijt om bij de andere in de Ingenio te comen ende namen de vlucht ; d'andere defendeerden haer met den H. Eysens met schieten wat onvoorsichtelijck, dat haer binnen een uyr allegaren het cruyt mancqueerde. Den viant dit merckende wt het slappe schieten, viel aen , ende wierde ten eersten gerepulseert, ten laetsten als geen schoot meer quam, brachte hij brant onder 't huys met gemack , de besprongene dit aensiende met patientie. Als haer vier ende roock begoste te genaecken, vielen se uyt eri versochten (=poogden.)
deur te slaen , ende daer bleef den H. Eysens met zijn.
Secretario et noch negen personen, soo van soldaten, Brasilianen als Negros ; noch ettelijcke sijn gequest, andere [pag.297] sijn gesont ontcomen. Den Luytenant van STALPAERT, mr Micheel , des H. Stadthouders Swager, Block , den schilder du Teer, den heertien Caertmaker zijn gesondt gevangen. Samuel Geraerts, vrij coopman, die met d'andere ontcomen is, heeft het naevertelt; zijn lichaem 2) is daernae in de stadt Paraiba gebracht ende begraven. Daerop wierde besloten op 't Reciff, dat ick allevenwel noch bij der hant in St Lourens blijven soude, luystereri off den vijant niet weerom naer de contreijen van Ste Lourens ende Reciff affsacken eri yets meerders attenteren mochte. Den H. Admirael wierde na Paraiba gedepescheert met ettelijeke hondert matrosen ende nieuwe recruyten. lek depescheerde wel den 18en (Mob. in den boss den Capn vanden Braude met 4 compe , met last nae den vijant te vernemen , ende met eens alle de rossas ende corailhos in den boss, uyt 3) het boven getoucheerde placcaet, te destrueren.
Stad Geervliet, Regesten dd. 1603, 10 november.
133 CORNELIS STALPAERT VAN DER WIELE transporteert aan juffrouw Maria van der Laan, vrouwe van Ghijsenburg,
- de helft in 9 G 34 R weiland en aveling genaamd de Galgewei, waarvan de wederhelft toekomt het weeshuis in Den Haag (belend w. en n. de Noorddijk, o. de Griendweg, z. de erfgenamen van Andries van Bronckhorst);
- de helft in 9 G 198 R weiland, waarvan de wederhelft toekomt het weeshuis in Den Haag (belend z. de Conijndijk, n. de erfgenamen van Andries van Bronckhorst, o. de Dankertseweg, w. de Polderweg).
Archief Stad Geervliet, Regesten dd 1619, 12 juli;
351 Jacob Francoijs van Bouckhoven pp. voor Sgr. CORNELIS STALPAERT, koopman te Amsterdam, transporteert aan het weeshuis in Den Haag landerijen onder Geervliet, alle met dit weeshuis gemeen liggend:
- de helft in 3 G 100 R aan de Deurlo tot aan de Polderweg (belend w. de Deurlo, n. Beresteijn met Gerrit Jansz, o. de Polderweg, z. de erfg. van Neeltje Ansems en de Carthuizers van Delft)
- de helft in 6 G 179 R genaamd Smits Halfge (belend n. de Griendweg, o. de Bronckhorsten, z. Jan Claasz, de Cathuizers te Utrecht en Willem Teunisz, w. de Weg Regtuit en de Bronckhorsten)
- de helft in 2 G in de Immecamp (belend n. de erfg. van Maritge Claas, o. Jan Claasz, z. de Dankertseweg, w. de Polderweg)
- de helft in 1 G in de Westhoek (belend n. de Bronckhorsten, o. de Polderweg, z. Beresteijn, w. Aalbrecht Cornelisz smid)
Hij is getrouwd met Gerarda van Slingelandt.
Zij zijn getrouwd
2 zonen
1 dogter
liet na twee zonen en een dochter
vlgs Groot alg woordenboek, historiael
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Cornelis Evertsz [VOC Ondercoopman] Stalpert van der Wiele | ||||||||||||||||||
Gerarda van Slingelandt | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.