het graafschap Rhode werd 1191 ingelijfd door Graaf Gerard van Gelre; Roelof werd Heer van Rode, verloor Bronkhorst en Rekum, maar verkreeg daarvoor Mierlo / Meyrlo.
Aan de hand van het werkingsgebied van de in 1546 opgetekende costuijmen van Rode kan men stellen dat de plaatsen: Sint-Oedenrode, Liempde, Son en Breugel, Veghel en Erp, Schijndel, Stiphout, Lieshout, Aarle-Rixtel, Beek en Donk, Bakel, Deurne, Lierop, Tongelre, Nuenen, Gerwen en Nederwetten tot het Graafschap Rode hebben behoord.
De zuidelijke delen van het Kwartier van Peelland hebben dus geen deel uitgemaakt van het Graafschap Rode. Het Roois recht werd wel aangeduid met: Jure Rodensi beate Ode.
- Het Graafschap Rode, geen graafschap in de eigenlijke zin maar eerder een landstreek, voortkomend uit een allodium, wordt vermeld in de Annalen van Egmond (1172-1215) en in het oudste leenregister van Brabant uit 1312.
- Er is een vroege burcht in Sint-Oedenrode geweest. Omstreeks 1250 werd gesproken van Rodensis ecclesiae oppidulum, een kleine sterkte bij de (Sint-Oda)kerk. In 1311 gaf Jan II van Brabant een huis dat staat te Rode aan de Sint-Odakerk in leen uit. In 1401 mocht de leenman dit huis afbreken en een nieuw huis bouwen. De huidige kastelen in Sint-Oedenrode houden geen rechtstreeks verband met deze burcht. Kasteel Henckeshage gaat terug tot de 14e eeuw en Kasteel Dommelrode is van latere datum.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Roelof Graaf de Rode | ||||||||||||||||||