Lang is Horst niet in het bezit geweest van Bourgondië nauwelijks 20 jaar. Immers, in 1482 is Horst, bij decreet van de raad van Brabant, publiek verkocht aan de kleinzoon van Amelrijc Pinnock, Lodewijk, ridder en hofmeier van Leuven. Op 22 januari werd zijn heerlijkheid in de leenhof van Brabant opgenomen. Zo keerde het domein terug naar de familie die er eens zo fier over was. Het is met deze Pinnock dat Horst zijn grootste en zijn zwartste dagen zal beleven zoals zijn heer en meester zelf trouwens glorievolle en zwarte dagen kende.
Toen na deze verkoop bleek dat de schulden van Philips te hoog waren opgelopen en Schubbeek niet zou volstaan om de put te vullen moest de heerlijkheid Horst eraan geloven en kwam ook zij onder de hamer. Daar Henri Pinnock niet rijk genoeg was om de som te betalen werd het op een akkoord gegooid: zijn neef Lodewijk zou Horst overnemen indien bij ook Schubbeek zou kunnen kopen van zijn oom (Rekenkamer, reg.555 fol.13) Op 22 juli 1482 werd als meyer door Lodewijk Pinnock op de heerlijkheid vanHorst aangesteld: Pieter van der Straeten. Tegelijkertijd zou hij ontvanger zijn. De Horst-vijvers kwamen in 1482, uit de erfenis van Simon Pinnock over zijn oom Henri, het bezit vervolledigen.
In 1499 moest Pinnock Horst verkopen aan Iwan de Cortenbach om zijn schulden te voldoen. Wanneer in 1504 op 3 mei Pinnock overleed, was hij zo arm geworden dat zijn zuster Catherina zijn begrafenis moest betalen.
De nieuwe eigenaar, Iwan de Cortenbach, was een zeer bekende neef van Lod. Pinnock. Immers, Lod. Pinnocks' moeder was Mar. de Cortenbach, overleden in 1457. Een van de Cortenbachs was de Grootmeester der Teutoonse orde in Aldebiesen. Iwan was getrouwd met Philippine Winckaert. Hij was meyer van Leuven en van het kwartier van Leuven. In 1513 werd hij hoofd van de hofhouding van Karel V, de latere keizer. Hij woonde te Leuven in "De Duyve", huis dat hij huurde van de familie van den Tymple voor 39 Rijnsgulden en 20 stuivers.
De koop van Horst door de Cortenbach werd definitief bij de betaling van de heerlijkheid in het jaar 1500 op 22 augustus. De aankoopprijs bedroeg 2000 Rijnsgulden.
Bedoeling van Yvan de Cortenbach was de burcht te kopen voor zijn vier kinderen, Ludovicus, Philip, Jakob en Maximiliaan. Yvan verkocht het weer in 1516 aan Nicolaas de Gondeval en Gertrudus van Vucht. De Cortenbach zelf stierf in 1520 te Mechelen en werd er begraven in de kerk van O.L.Vrouw over de Dijie. Nicolaes en Gertrudus van Gucht lieten in 1521 de heerlijkheid aan hun dochter Adriana Gondeval.
Lodewyk van Pinnock | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.