Kind(eren):
Mogelijke afkomst; in het wapenboek van Beieren vermeld 1238 een zilveren leeuw op een rood schild met Schindeln (Verticale streepjes) Dit wapen zien we ook bij Gottfried I Mul van Lovenberg te Alsdorf geboren ca 1128.
Voormalige cisterciënzerinnenabdij, thans kasteel Hocht.
De St.-Agatha-abdij van Hocht is een stichting van Theodoricus of Diederik van Lodenaken (Lanaken) heer van Pietersheim (cf. Pietersheim), van ca.1180. zelf gekocht van Diederik
de Rudere. Ze wordt het eerst vermeld ca.1186 als Predium de Huckte.
Het is aanvankelijk een mannenklooster, de kloosterlingen zijn afkomstig van Eberbach, een cisterciënzerabdij in het bisdom Mainz.
De schenking omvat mogelijk een omgrachtte curtis, waartoe een watermolen behoorde, die expliciet in de stichtingsacte wordt vermeld.
De abdij wordt, waarschijnlijk om economische redenen, in 1217 door de monniken verlaten, die zich in Val-Dieu, in Aubel, vestigen. Waarschijnlijk is de abdij in 1218 reeds opnieuw bewoond, ditmaal door cistercinzerinnen, afkomstig van de Salvatorberg te Aken, die zich in die tijd ook in de abdij van Burtscheid bij Aken vestigen.
Als mogelijke vader komt in aanmerking;
Graaf Godfried III van Leuven, bijgenaamd de Moedige (voor 1142 21 augustus 1190) was Hertog van Neder-Lotharingen van 1142 tot aan zijn dood in 1190 (als Godfried VII).
Hij was ook landgraaf van Brabant en graaf van Leuven.
Hij beëindigde de Grimbergse Oorlogen door in 1159 de motte van Grimbergen te laten afbranden. Hij veroverde ook de graafschappen Aarschot (vóór 1179), Geldenaken (1184) en Duras (1189).
Zijn huwelijk met Margaretha van Limburg (1155) moest een einde maken aan de strijd met het hertogdom Limburg.
Toen Margaretha in 1172 overleed, hertrouwde hij met Imena, een dochter van graaf Lodewijk I van Loon.
Als compensatie voor de verdediging van Jeruzalem tegen de inval van de Egyptische sultan Saladin (1183/1184) werd zijn zoon Hendrik I van Brabant door keizer Frederik Barbarossa in het landgraafschap Brabant tot hertog verheven.
Een andere zoon van hem, Albert van Leuven, werd bisschop van Luik
Na zijn dood trad zijn weduwe Imena in het klooster.
Zij werd nog vóór 1203 abdis van de abdij van Munsterbilzen
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Diederik I von Petershem | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Onbekend | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.