waarna hij in dienst treedt van Eduard III, koning van Engeland
vermoedelijk aanwezig toen deze in 1340 te Gent werd uitgeroepen tot koning van Frankrijk
De heerlijkheid Hilvarenbeek was een heerlijkheid die bestaan heeft tot 1795.
De heerlijkheid bestond uit de dorpen Hilvarenbeek, Diessen, Westelbeers en Riel.
De bestuursstructuur was ingewikkeld, daar er twee leenheren waren, namelijk de prinsbisschop van Luik en de Hertog van Brabant, die beiden halfheer waren.
De prinsbisschop van Luik gaf de halve heerlijkheid in leen aan telgen van adellijke geslachten die ook elders in het gebied bezittingen hadden. Achtereenvolgens waren dat: Van Herlaar, Van Horne, Van Leefdael, van Bronkhorst, Van Pietersheim en Van Merode. In 1672 moest Ferdinand van Merode zijn rechten verkopen wegens financiële problemen en deze kwamen in handen van de schuldeisers, de familie De Cort.
De rechten van de hertog gingen in 1648 over op de Staten-Generaal der Nederlanden.
volgt zijn vader op.
In overleg met de hertog trad hij in 1340 in dienst van diens bondgenoot, koning Eduard III van Engeland, zodat Jan vermoedelijk erbij is geweest, toen Eduard in 1340 te Gent werd uitgeroepen tot koning van Frankrijk. 77) Hij is tot het (vroege) einde van zijn leven in Engelse dienst werkzaam geweest in de zuidwestelijke Nederlanden.
Met hem stierf deze tak in wettige mannelijke lijn uit. Volgens Butkens zou hij wel enige, niet met name genoemde, bastaarden hebben nagelaten. In 1348 verzaakt Margriet van Gavre het vruchtgebruik van de vier molens van Veeweijde ten gunstevan haar zoon Jan van Walcourt (uit haar eerste huwelijk). Margriet wordt nog in 1349 als Jan's weduwe vermeld.
Hij is getrouwd met Margaretha ( Margriet ) van Gavere van Liederkerke - Wesenborch.
Zij zijn getrouwd voor 15 april 1339.
Door zijn drukke politieke activiteiten is Jan van Leefdael vermoedelijk pas laat aan een huwelijk toegekomen. De uitverkorene was Margriet van Liedekerke, uit het vooraanstaande geslacht van Gaveren/ Liedekerke/Breda. Zij was een dochter van Philips, heer van Wulvenhout en Alphen tot 1313, en na 1313 heer van Liedekerke en Breda en van (waarsch.) Sophie van Enghien, gezegd van Sotteghem. Margriet zou in eerste echt gehuwd zijn geweest met Dirk van Walcourt.
Kind(eren):
Son of Rogier van Leefdael, burggraaf van Brussel and Agnes ~ Elisabeth van Kleef Hülchrath
Husband of Margaretha van Wesenborg
Father of Dionis van Leefdael, heer van Laer
Brother of Catharina van Leefdael; Elisabeth van Leefdael-Grimbergen and Lodewijk van Leefdael, III
Half brother of Dirk III van Brederode, 5e heer van Brederode (1308-1377) and Maria van Brederode
De eerste vermelding van Rogier is in 1306, wanneer hij optreedt als drossaart van Brabant. In 1310 wordt hij vermeld als ridder en getuige bij het huwelijk van hooggeplaatsten. Vaak trad hij samen met Otto van Cuijk op in dergelijke aangelegenheden.
In 1312 werd hij beleend met Eckart. In 1318 werd hij genoemd als hoogschout van de Meierij van 's-Hertogenbosch. In 1320 kocht hij de heerlijkheid Oirschot en verwierf hij de heerlijkheid Perk van Gozewijn van Utenhove. In 1328 kocht hij de heerlijkheid Hilvarenbeek, waartoe ook Diessen behoorde.
Bron: www.karldegrote.nl reeks nr
a. Jan van Leefdael. Volgde in de voetsporen van zijn vader en had spoedig een vertrouwenspositie aan het hof van de hertog van Brabant. Zijn politieke loopbaan bracht een massa werk met zich mee, juist in de jaren na de dood van zijn vader. Hij zal er dan ook nauwelijks aan toegekomen zijn om zichzelf te bemoeien met het uitoefenen van die rechten.
Zo wordt de stichting van het St. Jorisgasthuis in Oirschot, vermoedelijk bepaald in het testament van Rogier, helemaal gerealiseerd door diens weduwe, Jan's moeder, Agnes van Kleef, die daarbij optreedt als vrouwe van Oirschot. Ook loste Agnes van Kleef als vrouwe van "Oerscot ende Beke" aan de Bossche familie van den Borchwert de schulden af, die op Rogier's goederen drukten.
Jan volgde zijn vader op als heer van Oirschot en later ook van Hilvarenbeek. Hij streed in 1334 bij Ten Hel-leken voor de hertog tegen de grote anti-Brabantse coalitie en werd door de hertog belast om diens bondgenoten, de koning van Navarre en de graaf van Etampes in Brabant te ontvangen en te be-geleiden. In 1334 als getuige voor de hertog van Brabant vermeld. Vermeld in 1336. In 1339 zegelde hij met de hertog het accoord tussen Brabant en Vlaanderen. Daarna trad hij in dienst van koning Edward III van Engeland.
Door zijn drukke politieke activiteiten is Jan van Leefdael vermoedelijk pas laat aan een huwelijk toegekomen. De uitverkorene was Margriet van Liedekerke, uit het vooraanstaande geslacht van Gaveren/ Liedekerke/Breda. Zij was een dochter van Philips, heer van Wulvenhout en Alphen tot 1313, en na 1313 heer van Liedekerke en Breda en van (waarsch.) Sophie van Enghien, gezegd van Sotteghem. Margriet zou in eerste echt gehuwd zijn geweest met Dirk van Walcourt. Het huwelijk tussenMargriet en Jan van Leefdael zal pas in 1339 of kort daarvoor gesloten zijn, want op 15.4.1339 wijst Jan van Leefdael aan zijn vrouw Margriet van Liedekerke voor Bossche schepenen een weduwerente toe. In deze laatste akte treedt als rechtsvertegenwoordiger voor Margriet op Berthold Bac van Westilborch. De toegewezen rente is 12 pond Tourse gro-ten. De rente wordt toegewezen op de allodiale en cijnsgoederen van Jan in Oirschot, een nieuwe aanwijzing dat Hilvarenbeek hem waarschijnlijk op dat moment nog niet toebehoorde. De rente is toegewezen door bemiddeling van de gemachtigde van de hertog "per manum habentis in hoc ex parte ducis heredandi et ex-heredandi potestatem tamquam per manus curie".
Als Jan en Margriet zonder kinderen sterven, zal de rente toevallen aan de erfgenamen van Margriet, alsof het haar privé-eigendom betrof, omdat Jan uit de goederen van Margriet al voor de tegenwaarde verkocht had. Uit e.e.a. volgt duidelijk dat Jan, noch Margriet, in weelde baadde. Een teken van weelde was het evenmin, dat Jan goederen te Hontsoert (Onsenoort) verkocht, op welke goederen zijn moeder een rente gevestigd had ten gunste van het St. Jorisgasthuis te Oirschot. Wel beloofde Jan van Leefdael 400 pond te betalen aan het gasthuis tot het kopen van een nieuwe rente, maar deze belofte was in 1360 nog niet nagekomen door hem of zijn rechtsopvolger. Lijten meent dat Jan's vader, Rogier, Onsenoort verkregen zal hebben via diens moeder, en dat het oorspronkelijk afkomstig zal zijn geweest van Sofia van Renen, die het als erfdochter van Herpen, tegelijk met die heerlijkheid mee zal hebben gekregen bij haar huwelijk met Hendrik II van Kuyc.
Op 11.12.1339 belooft hertog Jan van Brabant, wanneer Margriet, vrouw van heer Jan van Leefdael, en Marie haar zuster, dochters van wijlen heer Philips, heer van Liedekerke en Breda, afstand mochten doen van haar rechten op het land van Breda, heer Willem van Duvenvoorde daarmee te zullen belenen. In 1342 vermeld in verband met de tol te Niemandsvriend. In hetzelfde jaar doen Jan en Margriet afstand van hun rechten op het land van Breda. Op 5.5.1344 doet Otto van Kuijc, als arbiter, uitspraak in een geschil tussen Jan van Leefdael en Jan Gijsbrechtsz. van Amstel over goederen in het land van Herpen. In datzelfde jaar wordt Jan nogmaals vermeld. Ook nog in 1344, samen met zijn vrouw Margriet, vermeld als erfgenamen van Gerard, heer van Rasseghem en Adelise van Liedekerke zijn vrouw. Nog in dat jaar geeft Jan kwijting van de abt van Middelburg. Jan van Leefdael overleed tussen 17 augustus en 30 september 1346.
Met hem stierf deze tak in wettige mannelijke lijn uit. Volgens Butkens zou hij wel enige, niet met name genoemde, bastaarden hebben nagelaten. In 1348 verzaakt Margriet van Gavre het vruchtgebruik van de vier molens van Veeweijde ten gunste van haar zoon Jan van Walcourt (uit haar eerste huwelijk). Margriet wordt nog in 1349 als Jan's weduwe vermeld.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Wauters, Histoire II, blz. 692 e.v.
http://www.kareldegrote.nl/Reeks38_Van_Leefdael_Tussenreeks.html