In 1310 dus, onmiddellijk nadat hij alles had geërfd, vermaakt Jan zijn bezit aan zijn bastaardkinderen. Dit werd als volgt verdeeld (Lib. R.S.P. pag 162 e.v.)
Voor Margharetha, dochter van Elisabeth Schouden uit Leuven:
100 halve gouden ponden op 2 bunders land gelegen te Rode, Kempine genaamd, en gekocht door Jan van Rode van Henricus van Thunen.
Voor Catharina:
200 halve ponden op 2 bunder in de Caveyshoeve. Huis waarin vader van Jan (Renier) woont. Kist in dat huis, gesloten met ijzeren sloten, waarin allerlei kostbaarheden en kleinoden steken.
Voor Liefsta:
100 halve ponden op weiden gelegen tussen het kasteel en de pastorie, toebehorend aan wijlen Arnold van Rode, gelegen langs gene en deze kant van de beek.
Voor Jan Junior:
Huis te Leuven op de markt naast de deken van Berthem waarin zijn vader, Jan, woont, plus de 4de schoof die hij van Henricus van Thunen kocht. Deze vierde schoof hield de Thunen in leen op de goederen van Walter van Winge, zoon van Stalpaert.
Zij is getrouwd met Henri de Gueldere (Metter Gel??).
Zij zijn getrouwd
Margriete van Horst | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.