Renier I kon echter niet de heerlijkheid en de bezittingen aan zijn zoon Jan overlaten zo deze bezittingen niet waren vrij gemaakt van erfrechten die zijn moeder, Clarissa, vrouw van Arnold, en zijn zuster Elisabeth daarop hadden. Daartoe hadden deze twee reeds afstand gedaan van hun rechten op 7 juni 1310 (Lib. R.S.P. pag 160) ten voordele van Jan, terwijl de zuster van Jan, Beatrix, in een archiefstuk van 1318, erkent dat zij door haar broer betaald werd voor het haar toekomende erfdeel (24 okt. 1318, Lib R.S.P. pag 160). Jan betaalde haar daarvoor 60 ponden.
Zo is de heerlijkheid, die zowat van overal erfelijk belast was, terug in handen gekomen van Jan, Reniers zoon. Deze Jan wordt nagenoeg in alle stukken genoemd Causidicus Lovaniensis, Leuvens advokaat. Uit deze erfenis en transactie blijkt dat hij zijn beroep met grote vaardigheid uitoefende. Moreel was hij echter niet zo briljant. Opvallend is wel dat in deze tijdspanne De Rodes te Leuven ook minder gemeentelijke functies krijgen
Zie: Nieuwe bijdragen tot de geschiedenis van Sint-Pieters-Rode
http://www.actagena.org/nl/home/index.php
In 1310 dus, onmiddellijk nadat hij alles had geërfd, vermaakt Jan zijn bezit aan zijn bastaardkinderen. Dit werd als volgt verdeeld (Lib. R.S.P. pag 162 e.v.)
Voor Margharetha, dochter van Elisabeth Schouden uit Leuven:
100 halve gouden ponden op 2 bunders land gelegen te Rode, Kempine genaamd, en gekocht door Jan van Rode van Henricus van Thunen.
Voor Catharina:
200 halve ponden op 2 bunder in de Caveyshoeve. Huis waarin vader van Jan (Renier) woont. Kist in dat huis, gesloten met ijzeren sloten, waarin allerlei kostbaarheden en kleinoden steken.
Voor Liefsta:
100 halve ponden op weiden gelegen tussen het kasteel en de pastorie, toebehorend aan wijlen Arnold van Rode, gelegen langs gene en deze kant van de beek.
Voor Jan Junior:
Huis te Leuven op de markt naast de deken van Berthem waarin zijn vader, Jan, woont, plus de 4de schoof die hij van Henricus van Thunen kocht. Deze vierde schoof hield de Thunen in leen op de goederen van Walter van Winge, zoon van Stalpaert.
Jan van Horst | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.