Jacob de Gheyn III, also known as Jacob III de Gheyn, is a 1632 oil painting by Rembrandt. The portrait is of Dutch engraver Jacob de Gheyn III and is part of a pair. The other piece is a portrait of de Gheyn's friend Maurits Huygens, wearing similar clothing (ruffs and black doublets) and facing the opposite direction.
The painting is smaller than most of Rembrandt's works, measuring only 29.9 by 24.9 centimetres (11.8 by 9.8 inches). This is one factor that has contributed to the numerous thefts of the work.
Huygens and de Gheyn had commissioned Rembrandt to paint them in identical formats and he did so upon the same oak panel. The friends had agreed that the first of them to die would receive the painting owned by the other, as evidenced by inscriptions on the their reverse. They were reunited when de Gheyn died. Rembrandt used the same piece of wood for a third painting, a self-portrait, and all three pieces were displayed in London's Dulwich Picture Gallery, which owns the painting of de Gheyn, in 2006.
The painting has been given the title "takeaway Rembrandt" as it has been stolen four times since 1966 - the most recorded of any painting.
Between 14 August 1981 and 3 September 1981 the painting was taken from Dulwich Picture Gallery and retrieved when police arrested four men in a taxi who had the painting with them. A little under two years later a burglar smashed a skylight and descended through it into the art gallery, using a crowbar to remove the painting from the wall. The police arrived within three minutes but were too late to apprehend the thief. The painting was missing for three years, eventually being found on 8 October 1986 in a luggage rack at the train station of a British army garrison in Mnster, Germany.[10]
The other two times, the painting was found underneath a bench in a graveyard in Streatham, on the back of a bicycle. Each time the painting has been returned anonymously with nobody ever being charged for its disappearance.
25J.7 morgen 250 roede land in 4 kampen met de werf en de laan, belend ten westen en noorden: de erfgenamen van meester Vincent Cornelisz., ten oosten: de Nieuwe molensloot; de helft van 8 morgen land in twee kampen ten oosten van het voorgaande complex, belend ten noorden: de erfgenamen van meester Vincent Cornelisz., ten oosten: jonkvrouwe Catharina Stalpaerts van der Wiele.
4-8-1614: Jonkvrouwe Eva Stalpart van der Wiele, gehuwd met Jacques de Geyn, bij dode van haar vader meester Johan Stalpart van der Wiele (L.H. 141, cap. N.H., fol. 33v).
16-9-1622: Jacques de Gheyn de Jonge bij dode van zijn moeder Eva Stalperts van der Wiele (L.H. 143, cap. N.H., fol. 60).
5C. Een van de 6 vicarieën van het college van Sint Hieronimus binnen de stad Delft, waarbij een zesde deel van 83 morgen 75 roede land behoort.
18-7-1626: Jacob de Ghein de Jonge namens zijn mede-erfgenamen bij dode van zijn grootvader meester Johan Stalpaert, volgens octrooi d.d. 6-12-1581, testament d.d. 3-3-1593 en scheiding op
23-1-1612 (L.H. 144, cap. N.H., fol. 68).
Lenen van de Grafelijkheid van Delft
5C. Een van de 6 vicarieën van het college van Sint Hieronimus binnen de stad Delft, waarbij een zesde deel van 83 morgen 75 roede land behoort.
18-7-1626: Jacob de Ghein de Jonge namens zijn mede-erfgenamen bij dode van zijn grootvader meester Johan Stalpaert, volgens octrooi d.d. 6-12-1581, testament d.d. 3-3-1593 en scheiding op 23-1-1612 (L.H. 144, cap. N.H., fol. 68).
8-2-1642: Jonkvrouwe Elisabeth van Lambrouck, weduwe van Willem Dimmer, rentmeester van de baronie van Ysselsteyn, en haar nicht jonkvrouwe Anna Wijntgens, weduwe van Jonkheer Bucho van Schroyesteyn, hulde door Cornelis Dimmer, lid van de kamer vanjustitie van Vyanen, volgens procuratie verleden op 22-11-1641 voor Thobias van Helmont, schout-, Jan Jansz.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacob (III) [Graveur] de Gheyn | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.