Zeer waarschijnlijk is door het besluit van deze belastingmaatregel een volksoproer ontstaan, want ingezetenen van Driel en dienaren van Johan van Rossem, de vader van de beruchte Maarten, waren aan het roven en branden geslagen, waarbij de zoon van Arnt de jonge, Johan de Cocq van Delwijnen, in Zaltbommel werd doodgeslagen door Gerrit van Oenzell, knecht van de schout Johan Roelofsen, die op zijn beurt weer een knecht was van Johan van Rossem. Van Oenzell moest zich voor zijn daad buiten
Gelderland begeven totdat de zoen zou zijn getroffen met de vader van Johan, Arnt de jonge. Een zoen is een verzoening, een minnelijke schikking, een schadeloosstelling van dader tegenover de nabestaanden. Maar de tragiek herhaalde zich in het najaar van 1494 toen ook de vader van Johan, Arnt de Cocq van Delwijnen, de jonge, werd doodgeslagen. De dader was zijn oom, Johan Spierinck van Well.
Oorzaak: gedood door Gerrit van Oenzell
Johan de Cocq van Delwijnen | ||||||||||||||||||