Na overleg met zijn zonen, Rudolf, Hendrik, Gijselbert en Willem, draagt hij 5 augustus 1265 zijn burcht te Rhenoy, alsmede al zijn goederen gelegen tussen de rivieren de Lek en de Linge op in ruil voor de heerlijkheden Hiern, Neerijnen en Opijnen. Hij krijgt daarbij toestemming om een kasteel te bouwen. Dit wordt het Kasteel Waardenburg (Weerdenburg). De naam van het kasteel gaat later over in het dorp.
Hij verstevigde het houten huis tot stenen borg.
Trad in dienst van de Graaf Otto (II) van Gelre (1229-1271).
Na overleg met zijn zonen, Rudolf, Hendrik, Gijselbert en Willem, draagt hij 5 augustus 1265 zijn burcht te Rhenoy, alsmede al zijn goederen gelegen tussen de rivieren de Lek en de Linge op in ruil voor de heerlijkheden Hiern, Neerijnen en Opijnen. Hij krijgt daarbij toestemming om een kasteel te bouwen. Dit wordt het Kasteel Waardenburg. De naam van het kasteel gaat later over in het dorp.
In 1265 gaf Otto, graaf van Gelre, Hiern (de heerlijkheid Waardenburg) in het bezit zijnde van de graven van Gelre, alsmede Opijnen en Neerijnen, ten geschenke aan Rudolf Cock, ridder, en gaf hem tevens verlof op de berg te Hiern een huis te bouwen, dat de naam Waardenburg ontving (de NL.1978, kol.348).
Omdat hij in Frankrijk zich niet meer veilig voelde week hij uit naar het door hem geërfde kasteel te Rhenoy, gelegen tussen Beesd en Leerdam. Zijn nicht, Philippina van Dammartin, een dochter van Simon van Dammartin trouwde in 1253 met graaf Otto II van Gelre.
Huis van Chatillon; drie pal en vair (rood, azuur en zilver), met schildhoofd van goud, bezet met een azuren lelie
(1) Hij had een relatie met Aleida van Ochten & Ysendoorn.
De relatie startte rond 1245.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Agnes van Cuijk.
Zij zijn getrouwd rond 1245.
(3) Hij had een relatie met Barbara/de Joode Jeude.
De relatie startte rond 1260.
Kind(eren):
Rudolf wordt samen met zijn vader en broers in 1265 vermeld als zij hun vader toestemming verlenen tot verkoop van hun burcht te Rhenoy aan Otto II graaf van Gelre en Zutphen. Rudolf koopt goederen te Isendoorn in 1280 en is borg voor de kinderen van Wele van Zoele en van Arnt van Arckel in 1298. Rudolf wordt in het jaar 1285 door de Brabanders bij Tiel gevangen genomen. Hij pachtte in 1280 van het kapittel van St.Jan te Utrecht de “tienden van Hyre [Hiern=Waardenburg], Neerijnenende Oppinen” voor de tijd van zestien jaren en in 1287 kreeg hij ze voor acht en vijftig jaren in pacht.
Hij zegelt met Châtillonwapen zonder breuk (onderscheiding) in het gouden schildhoofd.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Rudolf (I) (Raoul ) [Heer] de Cocq van Weerdenburg (Chatillon) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) ± 1245 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Aleida van Ochten & Ysendoorn | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) ± 1245 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Agnes van Cuijk | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) ± 1260 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Barbara/de Joode Jeude | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.