15 Wouter van Redingen (†voor 9 juli 1427). Op die datum ontvangt Hendrik van Redingen, zoon van heer Wouter van Redingen, ridder, die heerlicheit, dorp ende goede tot Oplynter in leen, na het overlijden van zijn vader en krachtens een Leuvense schepenbrief. LH 396 f. 154v; Wauters, Tirlemont, p. 24.
In 1487 koopt heer Maarten van Wilre deze helft van Oplinter (uitgezonderd de hoge heerlijkheid) van Wouters erfgenamen. RKB 555 f. 218v. Wouter is meier van Tienen 1396, 1399-1400. Kerremans, Étude, p. 349. Schout van Kontich 1411. Verkooren, Inventaire III, nr. 8859. Een Wouter van Redingen genoemd in 1387 genoemd als geldschieter van de heer van Heverlee. Van Uytven, Stadsfinanciën, p. 453 noot 2.
Na de dood van Margaretha (vóór 1372) kwam het leen in handen van haar oudste dochter Maria Berthout van Berlaar, vrouwe van Oplinter. Zij was eveneens tweemaal gehuwd: een eerste maal met Gerard Berthout van Duffel (gestorven 1349), en vervolgens met Wauter de Ponte of Van den Bruggen (gestorven 1370). In 1355 was ze in het bezit gekomen van de goederen van haar zuster, aangezien Elisabeth, vrouwe van Heverlee, zonder erfgenamen gestorven was. Hierdoor werden beide heerlijkheden Oplinter en Heverlee verenigd; later viel ook de heerlijkheid Bertem haar ten deel. Uit haar tweede huwelijk waren twee zonen voortgekomen, Jan en Hendrik. Hendrik I van der Bruggen deed in 1383 het verhef van Oplinter en Heverlee; hij was de laatste heer van Heverlee te Oplinter, en stierf in 1430. Zijn vrouw, Jacobina of Jacqueline Rym, alias van Baasrode, had hem geen nakomelingen geschonken. In 1397 verkocht deze dame haar heerlijkheid Kraainem; ook van de heerlijkheid Gooik deed ze afstand, in 1430. Oplinter kwam uiteindelijk terecht in handen van een andere familie, maar Jacobina behield wel nog het vruchtgebruik ervan, tot aan haar dood in 1440.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
NN woutssone van Redinghen van Oplinter | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.