Hij is getrouwd met Hendrika van Theuffken.
Zij zijn getrouwd op 23 oktober 1735 te 's-Gravenhage, Zuid-Holland, Nederland.
Plaats: Oude Molstraat
Kind(eren):
Willem schrijft vanuit Rotterdam in 1760, vier en een halve maand na de dood van zijn vader Arnoldus, een brief naar zijn neef Peter Houben in Cotem. Uit het keurige handschrift blijkt de degelijke opvoeding die hij genoten heeft. Uit de gehele brief blijkt het diepe geloof dat hij vanuit Limburg naar Holland had meegebracht.
Aan Eerzame Joa. frauw Alberts op het hoek van de Roey mark tot Maestrigt om voorders te behandigen aan Pieter Houben tot Cottem de graschap Rekem tot Maestrigt.
Rotterdam den 17 Oct.1760
Seer waerde neef ende nigte, desen dient om aen u.l. te laate weten den staat van onse gesontheit die godt danck nog redelijk is verhop het selven van neef ende nigt te hooren en van hare geheele family. Nu voorders heb uwen brief seer wel ontfange en oock den inhoudt daar uyt verstaan wegens de scheiding en deeling door u.l. gedaan het is seer wel naer onse genoegen alles wat gij daar in gedaan hebt en doen sult.
Voor soo moet gij het huys oock maar deelen en wat daar van komt dat moet gij amploiyeren om aan het kapitaal af te lossen en dat manquiert dat moet gij niemen, jeder van het siennigen te weten van jeder deel of porsie gevallen tot deel so wel van mijn als van alle de anderen en mijn broer Jan is oock seer wel daar mede te vreden. Alles wat gij doet dat is welgedaan en mijn deel kont gij verkopen en dat van mijn broer Jan oock van gelijken, en het gelt datter overschiet dat moet gij tot Maestrigt aen iemant ter hand stellen die op Hollant negotie doet maar als alles verkogt is soo schrijft mijn dan oonen brief, sul u? Dan aanwising doen waar gij het geIt sult ter handen stellen dan sal ick u willen om horen naar een occasie bij de koop luyden die op Maestrigt doen.
En omdat gij mijn geschreven hebt dat gij dat uyt lyfden (liefde) gedaan hebt soo sal ick aan u.I. een presentje doen van een klein tonnetje haring tegen de aanstaande vasten, maar gij moet mijn laate weten waar ick het sal adresseren, soo gij het gelieft op de hulst hoef soo moet gij mijn schrijven hoe
die man heet om aan hem te adresseren en dan voorders aan u.I.
En soo gij genegentheit hebt om het lant van ons beyden te kopen soo hebt gij de voorkuur voor iemant anders. Soo en twiffelen wij niet of gij sult de waerde daar voor geven volgens de lant kosstume en wij sullen alles over laten in uwe bevolmagtigde neefschap sonder datter niemant jets op te seggen heeft en gij siet oock hondert maal daar voor bedanck, van mij en oock van mijn broer Jan.
En soo saacken is dat gij ons van nooden hebt en het is in onse magt soo en twiffelt niet of wij benne bereyt om also voor u.I. als oock voor uwe verdere family te doen alles naar een neefs plycht. En sal oock altyt in gedagten houden de selve lyfden die gij ons betoont hebt en wens aan uwe kinderen en kinskinderen de selve minsamkeit als wij van u.I. genoten hebben.
En also doende soo betoonen wij als dat wij op regte Rooms. Catolijcke sien, en niet gelijck heidenen of turken, en naar den loop van dit verganckelijk leven sullen genieten dat eeuwig leven het welck ons verleenen godt den vader allemagtig die ons Iuyt niet geschapen heeft en wederom sullen keeren tot niet; danckende godt den soon dat hij ons door siene mildadige lijfden verloost heeft van dat eeuwig verdrit tot de eeuwige vreugden ofte eeuwige blijtschap; danckende godt den heyligen geest dat hij ons heeft afgewassen en geopent den weg naar de eeuwige zaligheyt in het heylig doopsel; gelooft geeert moet sien de Alder heyligste drievuldigheyt van nu tot in der eeuwigheyt der eeuwigheden, amen.
Hondert goede nagten van mijn Willem Jansen en mijn broder die hem hier onderteekent toterdood,
Willem Jansen
Joannis Janssen.
In het hierboven afgedrukte dokument verkrijgt Pieter Houben de voorkeur om het land van Willem en Jan te kopen. Hij schijnt dit aanbod niet te aanvaarden, aangezien in de nu volgende koopakte
Hendrik Beckers en Maria Hendrix zijn vrouw als kopers genoemd worden.
Daar is vooreerst de mogelijkheid dat Hendrik Beckers een broer is van Gertruy Beckers, de moeder van Pieter, en dus een oom van Pieter. Er kan echter nog een nauwere relatie zijn. In het trouwboek van Boorsem staat vermeld: 1708 trouwen Houb Houben en Joanna Janssen (waaruit Pieter is geboren).
1721 trouwen Houb Houben en Maria Hendrix (zou Joanna gestorven zijn en Houb voor
de tweede keer met Maria getrouwd zijn? Dan is Maria Hendrix de stiefmoeder van Pieter).
1760 Hendrick Beckers en Maria Hendrix kopen land als man en vrouw.
Het ligt voor de hand te vermoeden dat Houb Houben ondertussen is gestorven en Maria Hendrix als weduwe achterliet. Zij is hertrouwd met Hendrick Beckers. Hierdoor zou Hendrick stiefvader van Pieter geworden zijn. In dit geval verkoopt Pieter het land dat hem wordt aangeboden door Willem en Jan aan zijn stiefouders. Mogelijk heeft hij het weer van hen geërfd.
1786 is weer een Maria Hendrix meter bij het doopsel van Hein Seekles. Deze kan nauwelijks
dezelfde zijn.
Ten overstaen van de Heeren Joan. Nijst en Jan Maes, Schepenen der Vrije Rijx Baronnye Borsheim op heeden den 28 October 1760 compareerde den eersamen Peter Houben, inwoonder van Cothem denwelcken in qualiteyt als geconstitueerde van vvillem Janssen en Johannes Janssen, beyde woonagtig in Holland den eersten tot Rotterdam en den tweeden in 's Hage, ingevolge derselver volmagt gecomprehendeert in hunne missi ve geschreven uyt Rotterdam den 17 der gepasseerde maand September hier naer Van woord tot woord te insereren, verclaerde overgedragen, gecedeert en getransporteert te hebben soo als doer cragte deeses aen en ten behoeve van den eersame Hendrick present en in coop accepteerende seecker stuk ackerlands groot aen mate ses groot roeden geleegen in 't borsemer veld, reygenoten (dit betekent aangrenzend) boven Hendrick Janssen en Nol Houben, onder het arme land van Borsheim, doende den comparant in sijne voorschreven qualiteyt deese overdragt om en voor de somme van hondert drey en vijftig guldens maestrigter koers, licop naer lands coop godsheller vijf stuyvers welcke coop penningen met licop en godsheller reclijck in contante penningen op heeden door den cooper aen den vercooper sijn overgetelt en daar hem opgetrocken bekennende ons daer ten vollen verneugt en voldaen te weesen sonder eenige reserve, surrogerende vervolgens hem cooper in sijns constituates plaatse reght en geregtigheyd, caveerende de voorschreven gecedeerde ses roeden nieverants mede belast nog beswaert te weesen, daer voor als mede voor alle .andere calengien, aenspraecken, recherges en naermaningen ten allen tijde guarranderende onder obligatie ende verbond van der constituanter persoon en goederen en verders als naer reghten en is alsoo naer gedaene stipulatie in hoeden van Reght gekeert salvo etc.
Merk van x Peter Houben verclaerende niet te kunnen schrijven.
Merk van x Hendrick Beckers niet kunnende schrijven.
Johan Nijs, Jan Maes , Schepenen.
Geschiedkundige opmerkingen:
Het land wordt genoemd gelegen te zijn in het Borsemerveld, dwz. het open land van Boorsem. Cotem schijnt nog nauwelijks te bestaan. Hetzelfde stuk land wordt in het testament van Arnoldus 1747 genoemd als te liggen omtrent de hameydelle. Nu betekent hamey gehucht, delle = dal. Dus het lag in het dal nabij het gehucht, of nabij het dal van het gehucht. Dit dal is een oude Maasbedding die zich verschillende malen verplaatst heeft, ook nog rond 1600. Zal ook vaak overstroomd zijn. In het dodenregister van Boorsem wordt een man genoemd die verdronk tegelijk met vier paarden. De veronderstelling is, dat onze oudste bekende voorouders ontginningswerk deden en hierdoor hun bedrijf uitbreidden.
Gemeente-archief Rotterdam
Notarieel vol. 2819, blz 207:
Testament van man en vrouw die verklaert hebben beneden de 4000 guldens gegoet te zijn. En is hier inne geene fidei commis of eenig ander verband vervat.
Op heeden den 26 ste September, 1757 compareerden voor mij, Jacob de Bergh, openbaar Notaris in Rotterdam, Willem Janssen, Seemverkooper ende Hendrica van 't Heufke, egtelieden woonende binnen deze stad ----- ende komende nu opnieuw ter dispositie van hunne tijdelijk natelatene goederen, soo verklaerden sij testateuren elkanderen over en weder over, ende sulx de Eerststervende de langstlevende van hun beyde bij deze te noemen ----- Des dat den langstlevende van hun beyden gehouden zal zijn de kind of kinderen die sij lieden bij den anderen zullen hebben verwekt en die de eerststervende zal nalaten behoorlijk te onderhouden en op te voeden tot der zelve ouderdom van 25 jaren, eerder huwelijken state ofte nog eerder overlijden toe, dezelve intusschen te doen en laten leeren lezen, schrijven en een bekwame stijl, handwerk of andere eerlijke exercitie om door de Wereld te kunnen geraken ----- Verkiezende de testateuren in het versterven van de goederen van hunne na te laten kind of kinderen het Aasdoms versterfregt, soo als het selve te Leyden en in Rhijnland plaats heeft en geobserveert wert, al ware het dat dezelve kwam of kwamen te overlijden, of de goederen gelegen waren ter plaatse van eenig ander versterfregt gebruikelijk is -----
Willem Janssen
Deze letter H is gestelt bij de comparante Hendrika van 't Heufke.
Het volgende dokument is een bewijs van de zakelijke voorzichtigheid van WilIem. Vermoedelijk heeft Elisabeth, zijn dochter, die op het punt van trouwen staat, de zaak van haar vader overgenomen. Willem zelf is gaan rentenieren in Maastricht of waarschijnlijker in Cotem bij Maastricht. Voordat hij zijn dochter Elisabeth aan Pieter Willems ten huwelijk geeft, laat hij aanstaande schoonzoon even bij notariele akte tekenen om hem elk jaar 100 gulden naar Maastricht op te sturen.
Gemeente-archief Rotterdam.
Notarieel vol. 3207, blz 311:
Op huyden den 17de Mey 1775 compareerden voor mij Damel Meesters, Notaris Publijk, bij den Hove van Holland geadmitteert, tot Rotterdam residerende, Sieur Pieter Willems meerderjarig jongsman en Juffrouwe Elisabeth Jansen, meerderj. Jongedochter, van voornemen zijnde om met elkanderen in de huwelijken staet te treden, beyde wonende binne deze stad, mij Notaris bekend, hebbende beyde bekwaamheid zoo uitterlijk bleek om van derzelve tijdelijk natelatene goederen te konnen disponeren en daer toe genegen zijnde ----- den voornaemde Pieter Willems gehouden zal zijn bij forme van legaet uit te keren aen haer Testatrices Vader Willem Janssen wonende te Mastrigt, een somme van een hondert guldens jaerlijks zijn. leven lang gedurende waer van het eerste jaer verschuld zal zijn en betaald, zal moeten worden een jaer na haer testatrices overlijden, en zoo vervolgens van jaer tot jaer tot het overlijden van haer voornoemde Vader toe -----
Pieter Willems
Elisabeth Jansen
Gemeente-archief Rotterdam.
Notarieel 3415, blz 55:
Op huiden den 25 February 1777 compareerde voor mij Woutterius Prill ----- Pieter Willeros, wonende binnen deze stat, als in huwelijk hebbende Elisabeth Jansen, eenige dochter en erfgenaem van wijlen Willem Jansen in leven weduwnaer en boedel houder van hare moeder Hendrica van 't Heuvel en verklaerde bij dezen te constitueren en volmagtig te maken den Ed. Petrus
Constantinus van Rijp, generalijk om alle zaken en processen die bij of tegen hem comparants reeds zijn of na dezen zouden mogen worden aen gevangen -----
Pieter Willemse
Gemeente-archief Rotterdam.
Notarieel, vol. 3210 blz.101:
Op huyden den 26 February 1778 compareerde voor mij Daniel Meester, Notarius publijk, bij den Hove van Holland geadmitteerd, tot Rotterdam residerende ----- Messieurs Jacob Gleim en Arnoldus Sanders van Well, wonende binnen deze stad, en zijnde van competenten ouderdom, dewelke verklaerden ter requisitie en verzoeke van Sieur Pieter Willems en Juffrouwe Elisabeth Janssen, Egtelieden beide wonende binnen deze stad waer en waeragtig te zijn: dat zij zeer wel weeten dat Sieur Willem Janssen voor deze gewoond hebbende te Mastricht en aldaar in den jare 1776 overleden, heeft nagelaten eene dogter, namelijke de Requirante Elisabeth Janssen, en dat dezelve Willem Janssen geen andere kind of kinderen en ook geen afkomeling of afkomelingen van vóór overlede kind of kinderen heeft nagelaten en dat dien volgende de Requirante Elisabeth Janssen is eenige erfgenaam ab intestato van wijlen haren vader den voornoemden Willem Janssen, gevende de comparanten voor redenen van wetenschap dat zij wijlen den voornoemden Willem Janssen zeer wel hebben gekend en met denzelven ommegang hebben gehad en dat zij de Requiranten nog zeer wel kennen -----
Gemeente-archief Rotterdam.
Not:lrieel vol. 3210, blz 109:
Op huyden 2de Maart 1778 compareerde voor mij Daniel Meester ----- Sieur Pieter Willems als in huwelijk hebbende Juffrouwe Elisabeth Janssen, en dezelve Elisabeth Janssen in dezen met denzelven haren man geadsisteert en door hem tot het navolgende geauthoriseerdt en gequalificeert, woonende comparante binnen deze stad en zijnde mij Notaris bekend: ende verklaerden de comparanten bij dezen te constitueren en volmagtig te maken de Heer Willem van der Sluys Makelaar binnen deze stad, specialijk om te compareren voor den Ed. Aghtb,Heeren Schepenen dezer 'stad, en aldaar in den namen ende van wegens hun lieden comparanten op de gewoone en vereyste wijze te transporteren aan Monsieur Aert Huysterman schoolmeester alhier, een Rentebrief groot geweest twee duyzend en zes honderd guldens en perreste nog groot zijnde twee duyzend en honderd en vijftig guldens capitaal, den 2de Mey 1774 door Ary van der Leest voor Heeren Schepenen dezer stad gepasseert ten behoeve van haar comparantes Vader Willem Janssen, inhoudende belofte van renten te betalen tegens drie en een half percento, dog binnen zes weeken na ieder verschijndag betalende te mogen volstaan met renten te betalen tegens drie percento in 't jaer en jaarlijks van 't Capitaal af te lossen en honderd en vijftig guldens, wel meer maar niet minder, beide ingegaan den 1ste Mey 1774 zulks dat op den 1sten Mey 1775 het eerste jaer renten en aflossingen omme gekomen en verscheenen zal zijn, geduurende alzoo van jare tot jare, ten volle betalingen en aflossingen toe, en dat van alles vrij geld, niet tegenstaende eenige Placaten en ter contrarie disponeerden, Speciaal verzekert op een thuis en Erve (uit koop rent welke de voorz. schuld is spruytende) staenda en gelagen aan de Oostzijde van de Nieuwstraat binnen deze stad, belend ten Noorden voor Willem Janssen, in 't midden Pieter Oosthout ----- welke rentebrief aan haar comparante Elisabeth Janssen is opgekomen als een nagelate dogter en enige erfgename van wijlen haren Vader Willem Janssen.
Pieter Willems
Elisabeth Janssen
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.