(1) Hij is getrouwd met Cornelia Houben.
Zij zijn getrouwd op 9 juli 1701 te Boorsem, Limburg, België.
getuigen: Willem Lina en Jaspar Janssen
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Gertruy Beckers.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1718 te Boorsem, Limburg, België.
getuigen: Catharina Groenen en Leonard Stans
Kind(eren):
Op 11.3.1696 is Arnoldus Janssen peter bij het doopsel van Petrus Meyers. Op 12.1.1717 is Arnoldus peter bij het doopsel van Barbara Henricks.
Hij werd boer op het bedrijf van zijn vader Willem in de Voemert. Dit bedrijf ligt links van de weg van Cotem naar Goneuten. Het ligt in een lus van de Maas en moet eens een bedding van de Maas geweest zijn. Hij kon vrij goed schrijven, wat blijkt uit een eigenhandig geschreven testament. Vermoedelijk was hij al in de zestig toen hij 'matricularius' werd van de parochie. Dit baantje omvatte boekhouden en kosterij en werd door de regering betaald. De pastoor was in die tijd gemachtigd testamenten voor anderen te maken. Daar zal Arnoldus bij geholpen hebben. Omdat Willem en Jan naar Holland getrokken waren en Michael koster in Neerharen werd, en Geurt de kosterij van zijn vader in Boorsem overnam, zal Houb of een ons onbekende zoon op het bedrijf in Cotem gekomen zijn.
Nu volgt een testament, dat in 1747 eigenhandig door Arnoldus werd geschreven. Begin mei 1760 stierf Arnoldus. Willem en Jan schreven uit Holland een brief aan hun neef Peter Houben, een zoon van hun zus Joanna, waarin zij hem volmacht gaven hun huis te verdelen en het land te verkopen. Vijf maanden na de dood van Arnoldus moest Peter Houben deze volmachtsbrief tegelijk met het testament van Arnoldus aan de notaris voorleggen. De volmachtsbrief en het testament zijn het onomstotelijk bewijs dat Willem en Jan in Rotterdam en Den Haag afkomstig zijn uit Cotem, en dat Arnoldus hun vader is. Omdat Arnoldus in het testament de namen van zijn ouders noemt, is dit dokument een zeer belangrijke schakel van de Hollandse tak voor hun afkomst uit Belgisch Limburg. Origineel is toentertijd bewaard op Strijplaan 13 te Honselersdijk.
Ten overstaen van de Heeren J. Nijst ende C. Lutkenhausen, Schepenen der vrije Rijx Baronnye Borsheim op heden den 28 October 1760 compareerde Peter Houben nederleggende voor en in naeme van Willem en Joannes Janssen de naervolgende chirographaire dispositie versoeckende deselve te worden gerenoveert ende gerealiseert hetwelck hem mits deesen word verleent en is in hoeden van Reght gekeert salvo jure cujuslibet.
In den jaare van ons Heere Jesu Christi als men schrijft 1747 den eersten Decembris, soo ist dat,ick Arnoldus Janssen getrouwt zijnde met Gertruy Beckers kome te maecken bij forme van testament ofte uytersten wille, aengezien ick ben in mijne tweede Houwelijck van alle het gene ick verworven in mijne eersten houwelijck ende tweeden (te weten eerst getrouwt geweest met Cornelia Houben, dochter van Jan Houben saliger) verweckt hebbende eenighe kinderen met mijne voorschreven vrouwe is
komen te sterven in het jaar 1718 (ende het eerste afsterven is van mijne ouders te weten mijnen vader Willem Janssen in het jaer 1720 in October sonder just den dagh, ende mijne moeders Catherina Gelissen beyde voorschreven in het jaer 1726; soo is als dat de goederen van mijne voorschreven ouders eerst gedevolveert sijn op mij, siende in mijnen tweeden houwelijck soo is dit mijnen uytersten wille met consent van mijne tegenwoordighe huysvrouwe Gertruy Beckers als dat mijne voorkinders die ick verworven hebbe met mijne eerste vrouwe voorschreven, sullen genieten een somme van dartigh guldens maestrigter koers dewelcke ick hebbe moeten op mij nemen tot laste van zes groote roeden ackerlant geleghen omtrent de hameydelle reggenoten boven Jan Janssen Simons Soon van Cottem, onder armen lant van Borssem (al waer ick mijne voorschreven ouders in mijnen eersten houwelijck hadde voorgestrijck hondert guldens koers voorschreven ende in deelingh mijn mede consenten met noch tot mij te nemen dartigh guldens op voorschreven ses groote roeden ackerlant die verschult waeren van hondert guldens capitaal aen de H. H. Nevelsteyn soo ist dat deze dartigh guldens betaalt sien in mijnen tweeden houwelijck tot
vaffieur (gunste) van mijne voorkinderen en omdat ick voorschreven Aert Janssen soo wel vader van voor en nae kinderen soo wil ick oock een teecken doen als vader om mij voor Godt ende werelde komen te ontschuldighen item noch dartigh guldens koers voorschreven, staende op het huys van mijne voorschreven voorkinders de welcke tot laste van mijne voorkinders te weten als ick met mijn Swagher Houb Houben gemangelt heb van ons huysing ende ick zestig guldens moeten uyter hande geven soo is dat dartigh guldens betaalt met mijne eerste vrouw ende de resterende dartigh met mijn tweede vrouw soo is dat deze dartigh guldens is dan tesaemen zestigh guldens (ende dat tot voordeel van mijne voorschreven voorkinders oom alle questie en abusen voor te komen) want dit is mijne declaratie als dat mijne nae kinderen noch geen zes roeden lant ende zestigh guldens en sullen hebben (het is waer
hondert guldens had ick aen mijne gelanckt maar in mijnen tweeden houwelijck sien sie mij eerst toegevallen ofte toegedeelt alle het gene blijckt met de deel cedulen hier neffend gaende ende oock met eenighe hier nevens gaende acte raakende mijne kinderen verweckt in mijnen tweeden houwelijck met Gertruy Beckers mijne teghenwoordighe huys vrouwe.
x dit is de merck van mijn huysvrouw niet konnende schrijven.
Consent van mij Geurt soone van Aert Janssen.
dit is de merck x van houb janssen niet konde schrijven.
Het nu volgende is een eigenhandig geschreven en getekend recu, waarin Arnoldus erkent zijn kosterssalaris ontvangen te hebben. Hij was toen ongeveer 77 jaar oud en was toen op het einde van zijn kosterschap. Zijn zoon Geurt nam het over.
Den onderschreven bekent ontfanghen te hebben uyt handen van den H. Tossin als schathever de somme van twintigh gulden van mijn custers gehalde volgens repartitie actum den sevenden October 1752.
Arnoldus Janssen.
In het overlijdensregister staat een interessante opmerking zoals bij niemand anders vermeld staat:
5 mei 1760 Sepultus est Arnoldus Janssen, hujus Ecclesiae Matricularius, omnibus Sacramentis rite munitus ac in longe infirmitate patientissimus. Requiescat in pace. Amen.
Vertaald betekent dit hetvolgende:
Begraven werd Arnoldus Janssen, koster-boekhouder van deze parochie, tijdig gesterkt door al de Sacramenten en allergeduldigst in een langdurige ziekte. Dat hij ruste in vrede. Amen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Arnoldus Janssen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1701 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cornelia Houben | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1718 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Gertruy Beckers | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.