varensgezel, bootwerker, transport-arbeider, stuurman bij de KNZHRM op de stoomreddingsboot "President van Heel" (1895-1922)
Plaats: later herbegraven in Hoek van Holland
Hij is getrouwd met Huibertje Kriek.
Zij zijn getrouwd op 21 juli 1888 te Sliedrecht, Zuid-Holland, Nederland, hij was toen 25 jaar oud.
Kind(eren):
Foppe Seekles vervulde van 12.5.1886 tot 11.5.1893 zijn militaire diensttijd als lengte1.737, ovaal aangezicht, rond voorhoofd, grijze ogen, grote neus, gewone mond, ronde kin, blonde haren en wenkbrauwen, laatste woonplaats Harlingen; bij beëindiging diensttijd paspoort en bewijs van goed gedrag afgegeven; de naam Foppe Seekles was onverbrekelijk verbonden met het Nederlandse reddingswezen; wat Dorus Rijkers voor Den Helder is geweest, was Foppe Seekles voor Hoek van Holland; hij behoorde tot dat troepje wakkere kerels, dat altijd weer eigen leven veil had, omdat van anderen te redden; als langs de Hollandse kusten de noodklok luidde, als de woedende Noordwester op de lage stranden beukte en het sein "schip in nood" gegeven was, trok Foppe er op uit; dan trotseerde hij de kokende branding en de het redden van schipbreukelingen; Foppe, die Fries van geboorte was, voer in zijn jongensjaren met zijn vader op de Zuiderzee en later op bijna alle Nederlandse binnenwateren; spoedig trad hij echter in dienst van de Zuidhollandse Maatschappij tot het redden van schipbreukelingen en werd hij op de stoomreddingsboot "President van Heel", welke te Hoek van Holland gestationeerd was, geplaatst; gedurende zeven en twintig jaar, van 1895 tot en met 1921, heeft hij als stuurman op deze reddingsboot gevaren en bij ontelbare scheepsrampen stond hij op zijn post; hij hield zeer nauwkeurig in een logboek bij welke reddingen verricht werden, meestal onder zéér slechte omstandigheden; het zou hier te ver voeren, al deze scheepsrampen te vermelden, doch de bekendste daarvan was ongetwijfeld de stranding van de Engelse Harwichboot "Berlin", op de Noorderpier in de nacht van 21 februari 1907; bij deze ramp verloren 129 mensen het leven, slechts vijftien konden er door Foppe en zijn mannen aan boord genomen worden; een zeer grote bijzonderheid is wel het feit, dat in al die jaren van zijn reddersloopbaan er geen enkel ongeluk met de reddingsboot gebeurde; het was daarom wel zeer tragisch, dat een jaar na zijn afscheid, in Oktober 1921, de "President van Heel" tijdens vliegend stormweer op het Zuiderhoofd bij Hoek van Holland geworpen werd, waarbij slechts van één der opvarenden het leven kon worden gered en enkele jaren later op 16 januari 1929, de "President der Nederlanden" met man en muis verging; op 72 jarige leeftijd nam Foppe afscheid, doch zijn hart bleef bij het water, want zijn eerste wandeling 's -morgens was steeds naar de haven van Hoek van Holland en later toen hij naar Gorinchem was geëvacueerd, zocht hij nog steeds de waterkant op; helaas sloopte een ernstige ziekte de laatste jaren zijn krachten; in zijn lange loopbaan nam Seekles deel aan de redding van 564 mensenlevens; dat het kranige werk van deze stoere Hollanders wijd en zijd werd gewaardeerd, blijkt wel uit de vele bewijzen die hij naliet bij zijn overlijden; - een foto met opschrift van een Duitse toneelspeelster Johanna Gäbler uit Elberfeld, aan wier redding Foppe zelf een groot aandeel had; want terwijl hij in de woelige baren het roer van de boot hield, zag hij op de golven iets drijven, dat in de richting van de boot kwam; Foppe aarzelde geen ogenblik, sloeg een touw om een arm en liet zich hierna ver over boord zakken, waarna hij het genoegen smaakte, de dame te kunnen grijpen en geholpen door zijn kameraden aan boord van de reddingsboot te krijgen; hij accepteerde deze foto alleen, wanneer Johanna er op afgebeeld stond, zoals hij haar redde; met losse haren en in haar nachtkleding; - een fraai 18 karaats gouden horloge met ketting, hem geschonken door mevr. wed. de President van Heel; - de kleine zilveren medaille van de Kon. Zuid-Hollandsche Maatschappij tot redding van Schipbreukelingen (1901), in verband met de redding van slechts 6 van de 23 opvarenden van het Nederlandse stoomschip "Holland" op 28 januari 1901; - de grote zilveren medaille van de Kon. Zuid-Hollandsche Maatschappij tot redding van Schipbreukelingen (1903), als erkenning in diverse reddingen in 1903; - een bronzen reddingsmedaille van de Franse regering (1903), voor moed en zelfopoffering betoond bij de redding van Franse onderdanen van de vissersboot uit Boulogne "President Carnot", die op 4 oktober 1903 verging bij de ingang van de Maas; - de zilveren medaille verbonden aan de huisorde van Orde (1905), hem verleend door H.M. Koningin Wilhelmina "voor verdienste"; - de zilveren medaille van verdienste (1907), hem verleend door de koningin-moeder, H.M. Koningin Emma, naar aanleiding van zijn moedig en menslievend gedrag bij de redding op 21, 22 en 23 februari 1907 van opvarenden van het stoomschip "Berlin"; tevens ontving hij een beloning van 100 gulden;
- een medaille van de Engelse regering, voor de redding van de schipbreukelingen van de "Berlin";
- de Orde van Oranje Nassau, verleend door Koningin-Moeder Emma
Uit de Helderse Historische Vereniging onderstaand verhaal:
Foppe Seekles werd 31 Januari 1863 in Friesland geboren. Zijn ouders voeren op een tjalk
en tijdens een der reizen aanschouwde Seekles het levenslicht. Zeven en twintig jaren
heeft hij het reddingswezen te Hoek van Holland gediend. Tezamen met Arie Boon, Erkelens, Bokhorst, schipper Jansen, den stoker Mathijs
Visser en den machinist Griffioen werd de eerste
bemanning van de “President van Heel” gevormd. De
meeste dezer personen zijn reeds lang overleden of uit
den gezichtskring verdwenen. Seekles heeft al die jaren onafgebroken de reeks van
reddingen, rampen, strandingen enz., enz. medegemaakt. Ook in zijn woonkamer hangt een kastje waar in zeven
goedverzorgde medailles, als de blijken van waardeering
voor zijn mooie werk en durf, prijken. Hij behoort tot die
eenvoudige, waardige menschen, die zonder veel uiterlijk
vertoon weten, wat ze te doen en laten hebben. Waarom Seekles na zooveel jaren de reddingsboot verliet,
ja, eerlijk gezegd: “Ik vertrouwde het niet langer, en het
gezicht verminderde. Niet uit vrees of om andere
redenen, neen, de reddingsbooten zijn gebleken aardige,
zeewaardige schepen te zijn. Maar als een zich zelf respecteerend zeeman wil men toch
in gevaren op zich zelf kunnen rekenen.” De inkomsten in dien tijd bedroegen voor Seekles f 3.— per week. Hij was stuurman;
zijn makkers, de matrozen, ontvingen slechts f 2.— per week. Bracht de reddingsboot geredden mee, dan werd de vlag in top geheschen. De redders
kregen dan f 20.— uitbetaald, was het een vergeefsche reis geweest, dan werd f 10.—
vergoeding gegeven. Thans is Seekles in dienst bij de firma Hudig en Pieters. Salaris krijgt hij niet. Wegens
zijn leeftijd is hij als bootwerker vervangen door jongere krachten. Door het verrichten
van kruiersdiensten voor de passagiers der booten moet in het onderhoud worden
voorzien. Zijn eenige bron van inkomsten is de fooi, welke natuurlijk nog met collega’s
gedeeld moet worden. Van een pensioen der reddingmaatschappij is geen sprake. In ongeveer dezelfde
omstandigheden verkeeren P. de Zeeuw en P. Hoogenrood; zij echter ontvangen tot aan
hun 65ste jaar een toeslag van f 3.— per week. Dan gaat hun ouderdomsrente in en
wordt deze toeslag weer ingetrokken. Moeder Seekles, die al die jaren steeds van harte met het reddingwerk meeleefde,
herinnert zich nog goed de groote angst en zorg, welke zij koesterde als vader uit was
gevaren. Met de kinderen bleef zij dan achter, vol bange vrees wat er gebeuren zou.
Thans, nu de schaduwen zich over zijn levensavond uitstrekken en al donkerder en
donkerder worden, zit onze held heel knusjes aardappelen te “jassen”. Moge ook dezen redder een — zij het dan ook slechts eenigszins —onbezorgde
toekomst worden verzekerd. Hij heeft er aanspraak op volgens de ongeschreven wet van
menschelijkheid en deugd. nder de vele souvenirs wijst Seekles altijd met bijzondere voorliefde naar een portret
van een Duitsche jonge dame, dat hem geschonken was na de redding van de
opvarenden op de “Berlin” in 1907. Het meisje werd door Seekles bijna naakt uit zee
gehaald en in zijn jekker en oliejas gestopt en zoo op het strand gebracht.
Een jaar daarna kwam het portret met een hartelijk briefje, ’t Is voor de familie Seekles
nog altijd een sympathieke herinnering.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen