Hij is getrouwd met Jetje (Ytje) de Boer.
Zij zijn getrouwd op 3 mei 1845 te Wonseradeel, Friesland, Nederland, hij was toen 23 jaar oud.
Beroep: Boerenarbeider
Marten Klazes(z) is overleden in het (bedelaars)gesticht "Ommerschans".
In de negentiende eeuw krijgt de Ommerschans , die voor die tijd een fortificatie ter bescherming van de zuidgrenzen van Groningen, Friesland en Drente is geweest, een nieuwe bestemming. In 1818 is op initiatief van Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid opgericht met als doel om het groeiende aantal paupers, bedelaars, landlopers, vondelingen, wezen, op te voeden tot zedelijkheid en een bestaan te laten opbouwen in zogenaamde landbouwkolonies.
Het bedelaarsgesticht Ommerschans komt in 1820 gereed. Centraal staat het hoofdgebouw, een twee verdiepingen tellend kloosterachtig vierkant gebouw met een grote binnenplaats en met blinde buitenmuren van 100/120 meter elk. Op de hoeken bevinden zich de verblijven van de zaalbeheerders, deze hebben wel ramen. Het hoofdgebouw is bedoeld voor 1200-1500 bedelaars die in dertig zalen van 40 á 50 personen zijn ondergebracht, naar sekse gescheiden.
Over de binnenplaats is een houten hek aangebracht, waarlangs wachters patrouilleren. Op de binnenplaats, maar ook in een reeks van bijgebouwen, zijn werkplaatsen ingericht waarin de arbeid moet worden verricht. Het gaat daarbij om spinnen, naaien, weven, breien en verstellen voor vrouwen en om klompen, schoenen en kleren te maken voor mannen. Ook is er een smederij, een touwslagerij, een spijkermakerij en een timmerwerkplaats. Er is een grote juteweverij met 100 weefgetouwen voor het vervaardigen van koffiebalen.Vanwege het ontsnappingsgevaar is het complex met een gracht omgeven. Buiten de gracht liggen boerderijen (uiteindelijk 21) waar men, onder geleide van soldaten, landarbeid verricht.
De beloning voor arbeid is nominaal fl. 1.50 per week. Daarvan wordt fl. 1,- ingehouden voor kost en werkkleding. De overige 50 cent wordt uitbetaald in bonnen (later OS geld), die buiten het gesticht geen waarde hebben en dus alleen te besteden zijn in de winkel van het gesticht. Hiervan moet men ook een extra maaltijd kopen, naast de ene warme (slechte) maaltijd per dag die iedereen krijgt. Wie niet in staat is om te werken, wordt gekort op zijn uitkering; wie extra werk kan verzetten, heeft de mogelijkheid om meer dan fl. 1.50 te verdienen. Wie op deze wijze meer dan fl. 25,- heeft weten te sparen (oververdienste!) kan in aanmerking komen om ontslagen te worden uit het gesticht.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.