doop van Louwisa Fransen (Louisa Fransen)
pag. 349/398: "getuigd kan worden door de vrouw van Jan Peters, vrouw Steenvoorden, Grietjen Harms en Louisa Fransen, allen in de Papenstraat woonagtig...."
"Louisa Fransen, 23 jr Spinster in de Papenstraat...."
Oorzaak: Getuige
Oorzaak: voor de rechter verschenen
Aktenummer 247
"echtgenote van H.J. Rogier"
Grafnummer 1266
(1) Zij heeft/had een relatie met Onbekende Partner.
Kind(eren):
(2) Zij is getrouwd met Johannes Franciscus LIEBGOD.Bronnen 5, 14, 15
Gerrit HENDRIKS was hierbij getuige.
Nicolaas ROESINK was hierbij getuige.
Hermanus van VORDEN was hierbij getuige.
Zij zijn getrouwd op 25 maart 1826 te Deventer, Gemeente Deventer, Provincie Overijssel, Nederland, zij was toen 27 jaar oud.Bron 14
bruidegom gedoopt te Doesborgh (Gl) 31 03 1801; bruid gedoopt te Deventer 20 12 1798; 2 kinderen gewettigd
Kind(eren):
(3) Zij is getrouwd met Hendrikus Julius ROGIER.Bronnen 6, 10, 16, 17
De moeder van Hendrikus Julius Rogier, Femia van der Veen, was bij het huwelijk aanwezig om toestemming te geven. Zij ondertekende de akte met "Wd Rogier" (weduwe Rogier).
Hendrik BEEKMAN was hierbij getuige.
Hendrik Jan RENSINK was hierbij getuige.
Hendrikus JONKER was hierbij getuige.
Gerrit HENDRIKS was hierbij getuige.
Zij zijn getrouwd op 22 mei 1837 te Deventer, Gemeente Deventer, Provincie Overijssel, Nederland, zij was toen 38 jaar oud.Bron 17
bruidegom gedoopt te Deventer 28 02 1808; weduwe van Johannes Franciscus Liebgod
Volkstelling 1829 in Deventer, Gemeente Deventer, Provincie Overijssel, Nederland.Bron 18
Hendrikus Julius Rozee, 22 jaar, verwer, ongehuwd, protestant
Volkstelling 1839 in Deventer, Gemeente Deventer, Provincie Overijssel, NederlandNoordenberg Schild 33.Bron 10
In 1839 woonde Hendrikus Julius Rogier met zijn vrouw Louisa Fransen aan het Noordenberg Schild No. 33. Volgens de volkstelling van 1839 woonde op dit adres 1 huisgezin bestaande uit 7 personen. Dit waren naast het echtpaar Rogier-Fransen:
Johannes Franciscus Liebgod, 12 jaar, Tapijtwever
Maria Kristina Liebgod, 18 jaar
Fransina Liebgod, 15 jaar
Jacoba Geziena Fransen, 5 jaar
Johanna Femia Rogier, 1 jaar
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Louisa FRANSEN | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Onbekende Partner | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1826 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Johannes Franciscus LIEBGOD | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) 1837 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendrikus Julius ROGIER | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Diepenveenseweg/ NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer
De eerste Deventer buitenbegraafplaats
Tot 1664 deed het kerkhof rondom de Grote- of Lebuïnuskerk dienst. Het werd geruimd en tot plein gemaakt. Het kerkhof rondom de Bergkerk daarentegen is tot 1831 in gebruik gebleven, met name voor de minder draagkrachtigen. De gegoede burgerij verkoos zo veel mogelijk een plaats in de kerk. Ter illustratie: tussen 1823 en 1827 werden 87 lijken begraven in de kerk, terwijl in dezelfde periode 821 lijken op het kerkhof van de Bergkerk werden begraven.
In 1827 neemt de Deventer Raad het aanleggen van een nieuwe begraafplaats ter hand. Een belangrijke vraagstuk daarbij was hoe het onderhoud en herstel van de kerkvloeren voortaan bekostigd moest worden.
De gemeente Deventer koopt buiten de stadswallen een stuk bouwgrond, in de nabijheid van de plek die dan al eeuwen bekend staat als "de Galgenbelt". De afstand naar de stad mocht niet te groot zijn, aangezien er in die tijd door de meesten te voet werd begraven. De "Hoge Hond" bleek een geschikt stuk bouwgrond (een "hond" was in die tijd een oppervlaktemaat van 100 roeden). In 1831 werd de begraafplaats in gebruik genomen. Er werden 3100 plaatsen uitgezet. De nummers 2501-3100 vormden eerst nog een apart gedeelte voor de rooms-katholieken. Als in 1869 de RK-begraafplaats aan de Ceintuurbaan in gebruik wordt genomen, worden deze graven weer vrijgegeven. In 1894 vond een uitbreiding plaats tot ruim 4100 plaatsen. Deze uitbreiding is uitsluitend gebruikt voor particulier eigen graven.
Gelijk met het in gebruik nemen van de buitenbegraafplaats werd een gedetailleerd reglement ingevoerd. Zo mochten er niet meer dan 6 personen buiten de directe familieleden aanwezig zijn bij de begrafenis. Redevoeringen houden was verboden mits na toestemming "omdat men in die tijd de nadelige gevolgen daarvan niet kan overzien". Verder mag de opzichter geen tapperijen of drinkgelagen houden. Het gebruik van wijn, bier, sterke drank, pijpen, tabak en koek wordt verboden "als te dikwijls aanleiding tot grote ongeregeldheden en vrij wat aanstoot gegeven hebben".
Opzienershuis en lijkenhuisje
Links van de huidige ingang van de begraafplaats werd een opzienershuis gebouwd. Destijds bevond de toegang tot de begraafplaats zich aan de linkerzijde van dit huis. Het van hout opgetrokken gebouw krijgt een kruisvormige plattegrond en bevat een woonkamer, deel, beestenstal en een lijkenkamer. In de lijkenkamer werd de overledene enige tijd opgebaard om er zeker van te zijn dat de dood was ingetreden. Eind achttiende eeuw was namelijk een angst voor schijndood ontstaan. Het verlengen van de termijn van 24 uren naar 36 uren alvorens men mocht begraven, was klaarblijkelijk nog geen geruststelling. Pas in 1850 was het niet langer nodig 36 uren te wachten op de lijklucht, omdat vanaf dat moment met de stethoscoop de hartslag beluisterd kon worden.
In de (houten) wanden van het gebouw werden drie gietijzeren ornamenten met symbolen van de vergankelijkheid van het leven aangebracht. Te zien zijn afbeeldingen van een slang, vlinder, zandloper, schedel en zeis. Gelukkig zijn deze witgeschilderde reliëfs na de verbouwing in 1875 behouden gebleven en tot op de huidige dag in de muurnissen te bewonderen. In 1894 werd bij de uitbreiding van de begraafplaats een nieuw opzienershuis gebouwd. De situering van de ingang tussen de twee huizen met het toegangshek stamt ook uit dit jaar. De huidige situatie van beide huizen dateert van 1933.