Hij is getrouwd met Maria Jan Evertsdr. van Handel (Haendel).
Zij zijn getrouwd.
Notitie bij de relatie van Hendrik en Maria Jans Everts: Hendrik leefde in concubinaat met Maria.
Van het internet. (Lokale omroep Gemert-Bakel)
Ridder Henrick, een voorvader
Geschreven door Dik
woensdag 16 januari 2008.
Ridder Henrick, een voorvader van Gemert
Ooit was er een ridder: ridder Henrick van Einatten. Hij was commandeur van Gemert van 1512 tot 1544. Hij stond in hoog aanzien, niet alleen in Gemert. Zo behoorde hij in juli 1539 tot het gevolg van koningin Maria van Hongarije bij haar plechtige intocht in ’s Hertogenbosch. Deze zus van keizer Karel de Vijfde was als regentes over de Nederlanden aangesteld.
Ridder-zijn van de Duitse Orde was over het algemeen maar een eenzaam bestaan. Zeker als ridder op het kasteel van Gemert. Deze ridders waren ook monniken; althans zij hadden de kloostergeloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid. Dat betekent: geen eigen bezit, geen vrouw en doen wat je oversten je opdragen. Nu hoeft dit nog geen eenzaamheid te betekenen, maar zo’n ridder woonde op zijn dooie eentje op het kasteel. Er waren wel meer mensen, maar dat waren priesters van de Duitse Orde, de rentmeester of dienstpersoneel. Het waren geen mensen van adel waarmee je eens op niveau kunt praten of een lekker robbertje zwaardvechten.
Gelukkig leefde Ridder Henrick in een tijd waarin kerkelijke regels meer als een hemels doel dan als alledaagse plicht werden gezien. Dus ook de celibaatsgelofte was voor hem (en voor vele priesters en monniken met hem) een houding waar je naar streefde, maar waar je je - wellicht in het besef van de eigen onvolmaaktheid - niet aan hield. De bijbel zegt bovendien gaat heen en vermenigvuldigt U en in het wapenschild van de Van Einattens staan nu eenmaal zes kuikens (officieel heten die beesten in de leer van de wapenkunde ‘merletten’, zoals de kleur rood ‘keel’ heet) wat uitgelegd zou kunnen worden als ridder met een fors nageslacht., Om zijn eenzaamheid te verdrijven had Henrick een vriendin in Gemert: Maria, de dochter van Jan Everts van Handel. Dat de omgang meer dan vriendschappelijk was blijkt wel uit het gegeven dat hij met haar acht kinderen kreeg. Maria woonde niet op het kasteel, maar met haar kinderen er vlak achter in een omgracht huis. Dat stond exact op de plek waar nuhet Gemeentearchief staat. Dit huis is later (in 1587) door de Duitse Orde gekocht om te dienen als de Latijnse School.
De oudste zoon, die naar de commandeur, Henrick werd genoemd, zou later priester worden en pastoor van parochie Nistelrode. Deze viel ook onder het beheer van de Commanderij Gemert. Zoon Henrick woonde als Duitse-Orde-priester ook op het kasteel. Hij volgde het voorbeeld van zijn vader na en vrijde met "syn maecht Lucien". Na de dood van Henrick van Einatten wordt geen nieuwe commandeur aangesteld maar een beheerder. Het lijkt wel of de familie Van Einatten recht had op het commandeurschap van Gemert, want de eerstvolgende commandeur van Gemert –is opnieuw een Van Einatten: Wijnant van Einatten. Je zou haast zeggen dat hij zich aanmeldde – waarschijnlijker nog dat zijn familie hem dwong zich aan te melden - bij de Duitse Orde om commmandeur van Gemert te worden. Pas in 1550 trad ridder Wijnant tot de Orde toe. Tien jaar later wordt hij officieel benoemd tot commandeur van Gemert. Zijn regeerperiode duurt maar tien jaar. Bij de brouwersdochter Catelijn Valckx heeft hij in die periode vijf kinderen gekregen. Ook dit commandeursgezin woont in dezelfde omgrachte woning als Maria Jan Evert van Handel. Al eerder was er ook al een commandeur met de naam Van Einatten en ook hij zou kinderen in Gemert hebben gehad. In 1482 of 1483 wordt Jan Mathliaen van Einatten commandeur van Gemert. Twintig jaar later promoveert hij tot Landscommandeur van Alden Biesen, maar hij bleef tot zijn dood in 1512 ook Commandeur van Gemert. Henrickske Jan Everts van Handel, jawel een zus van bovengenoemde Maria, was al in of vóór 1515 getrouwd met ene Tybout van Einatten. Sommige mensen denken dat deze Tybout, een zoon is van landscommandeur Jan Mathliaan. En dan wordt er ook in een oud archiefstuk uit 1493 gesproken van een in Gemert verblijvende "bastaard" Van Einatten met de voornaam "Madliaen". Er zijn mensen die hebben uitgezocht dat al die Van Einattens afstammen van Karel de Grote. Door de rijke door hen verwekte kinderschaar zouden alle ‘echte’ Gemertenaren afstammen van deze in het jaar 814 gestorven Duitse keizer.
Nog een artikel.
Notities bij Hendrik van EijnattenHenrick van Eynatten (1485-1544), ridder van de Duitse Orde
Generatie 16: Stamoudovergrootvader (kwartierstaatnummer 57.778)
In de kerk van Gemert liggen twee ridders van de Duitse Orde begraven met de naam Van Eynatten. De ene is Wijnant van Eynatten, begraven op 25 mei 1570, en de ander Henrick van Eynatten, die in de zomer van 1544 in de parochiekerk is bijgezet. Beide personen waren Commandeur van Gemert en beide hebben zij, als lid vande Duitse Orde, de gelofte van kuisheid afgelegd.
Henrick heeft, deze gelofte ten spijt, een grote schare nakomelingen achtergelaten. Henrick is omstreeks 1485 geboren als zoon van Johan van Eynatten, heer van Nieuburg, Gulpen en Margraten en van Maria van Brandenburg, vrouwe van Bolland en Julemont. Henrick leefde in Gemert samen met Maria Jan Everts van Haendel en verwerkte bij haar maar liefst acht kinderen: Hendrik, Jan, Barbara, Margriet, Jenneke, Sophia, Anna en Maria. Maria van Haendel was de dochter van Jan Everts van Haendel en Sophia van Lanckveld, op haar beurt weer een bastaarddochter van Jonker Godert van Lanckveld die in Gemert het Slotje (Huis Lanckvelt) in de buurtschap Deel bewoonde. Niet onvermeld mag blijven dat een zus van Maria, te weten Henricksken Jan Everts van Haendel, al in 1515 getrouwd was met een zekere Tybout van Eynatten.
De commandeur hield zich dan wel niet aan de regels van de kuisheid zoals die voor de ridders van de Duitse Orde golden, dat neemt niet weg dat hij tot in de verre omtrek in hoog aanzien stond. Zo hoog zelfs dat men hem in 1539 signaleert in het gevolg van Maria van Hongarije, de zus van keizer Karel de Vijfde, toen die haar plechtige intocht als regentes over De Nederlanden in ’s-Hertogenbosch hield.
Maria van Haendel bewoonde met de van Henrick gewonnen kinderen het omgrachte pand dat later – in 1587 – door de Duitse Orde zou worden aangekocht om te dienen als de Latijnse School van Gemert. Henrick zelf bewoonde het kasteel te Gemert.
Vanaf 1366 was Gemert geen ‘tweeheerlijkheid’ meer: de heren van Gemert hadden hun heerlijke rechten moeten laten aande Duitse Orde. De Duitse ridders konden nu een kasteel in Gemert bouwen. Het aanzien en de macht van de commandeur – en daarmee van de Orde – werd door het verrijzen van dat indrukwekkende gebouw natuurlijk zéér vergroot. Ergens rond de wisseling van de 14e naar de 15e eeuw zijn de voorbereidingen en vervolgens het ‘timmeren en metsen’ van start gegaan.Het was in de tijd van landcommandeur Iwan van Cortenbach (1410-1436) dat de lemen huisjes van de Gemertenaren langzaam maar zeker in de slagschaduw van die grote, nieuwe burcht kwamen te staan. Nade in 1437 verkregen pauselijke toestemming voor de stichting van een zelfstandige parochie Gemert, werd naast het kasteel aan de noordzijde gestart met de bouw van de nieuwe parochiekerk. Deze zou als patroonheilige St. Johannes de Doper krijgen. Bij de inzegening van de kerk in 1455 was de Commanderij Gemert ‘op orde’ en in aanzet compleet.
Toen de Duitse Orde eenmaal alleenheer in Gemert was, wilden de nieuwe machthebbers dus een kasteel bouwen. Mogelijk op de Duvelskamp, dat volgens Diederik van Gemert buiten de overeenkomst van 1366 was gebleven. Ach, die Diederik. Hij hield zich groot, datwel, maar Gemert was toch overduidelijk niet meer van hem. Ja, de erven rond het Hooghuis, die waren nog onbetwist zijn eigendom. Maar verder speelde de commandeur van Gemert zonder enige gêne de nieuwe heer en de Duitse Orde speelde de nieuwe eigenaar van wat eens het trotse bezit van de familie Van Gemert was. En in 1383 wilde de Orde ook nog eens beweren dat de Duvelskamp van haar was. “Nee,” zei Diederik, “de Duvelskamp hoort bij de goederen die buiten het akkoord van 1366 zijn gebleven en is dus van mij.” Diederik begreep wel waarom de Duitse Orde het begerig oog juist op de Duvelskamp had laten vallen. Zij wilde op die plek een kasteel bouwen! Daar lag een bult leem aan de oppervlakte en konden twee vliegen in één klap geslagen worden: het leem afgraven en bakken tot stenen, en de ontgrondingen vol laten lopen met het water dat daar toch al overvloedig aanwezig was. Zo zou men een waterburcht kunnen creëren, omgeven door vele grachten.
Na Diederiks dood trachtten zijn zoons de Duvelskamp te behouden en bedachten een list om te voorkomen dat hier een Ordekasteel zou komen. De gebroeders stonden het aan ene Gilis Talhants toe om in een hoek van de Duvelskamp een huis te bouwen. De landcommandeur bracht als tegenzet een bezoek aan hertogin Johanna te Brussel. Hij kwam terugmet haar goedkeuring om in Gemert een kasteel te bouwen, op voorwaarde dat de hertogen van Brabant daar altijd welkom zouden zijn. De ruzie tussen de Van Gemerts en de Duitse Orde laaide weer op.De Duitse Orde legde beslag op het huis van Gilis Talhants, waarop de gebroeders Jan en Wouter van Gemert dat huis in brand staken. Wouter vluchtte naar het hertogdom Gelre, en alleen dankzij de bemiddeling van hertog Willem van Gelre kon hij nog naar de oude stamplaats terugkeren. Die bemiddeling leidde in 1394 ook tot een akkoord, waarbij de familie Van Gemert afstand deed van haar aanspraken op de Duvelskamp en in ruil daarvoor toch weer in ere werd hersteld. Diederik jr. werd weer de leenman van het ouderlijk Hooghuis en zijn jongste broer Godert mocht zowaar stadhouder van de commandeur worden. Natuurlijk, het zou nog wel even duren voordat de gloednieuwe muren van het kasteel van de Duitse Orde zich konden spiegelen in de grachten. Maar de naam Duvelskamp verdween en rust nu voor eeuwig onder de burcht. Hoewel de ingezetenen van destijds deze burcht liever niet gebouwd hadden zien worden, is men het in Gemert later toch gaan waarderen als ‘ons’ kasteel…
Van Henrick is niet veelmeer bekend dan dat hij de opdrachtgever was van de bouw van een standaardmolen in de jaren 1543/1544 op het kruispunt van wegen op de Molenakker in Gemert. Van deze molen, die in 1917 tot de grond toe afbrandde en die niet meer werd opgebouwd, zijn verschillende afbeeldingen bewaard gebleven en ook een verslag van wat genoemd zou kunnen worden de plechtige ingebruikname. Deze ceremonie vond plaats kort na het overlijden van Henrick.
De bekendste nakomelingen van commandeur Henrick van Eynatten betreffen de kinderen en kleinkinderen van “Joffrouwe” Sophia van Eynatten (kwartierstaatnummer 28.889) die in het huwelijk trad met de meester glasmaker Peter Adriaens van Weert alias van Amstel. Nog generaties lang bleven de Van Amstels in Gemert en ze behoorden daar tot de elite van de Vrije Heerlijkheid. De later onder de vlootvoogden De Ruyter en Tromp dienende vice-admiraal Jan van Amstel is daarvan exemplarisch.
Bronnen· Derks Vroomans project, Adriana Wilhelmina ( Jeanne) Derks, Hendrik van Eijnatten, 24 januari 2015
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.