Hij is getrouwd met Ida Cuypers.
Zij zijn getrouwd op 13 april 1704 te Sevenum, hij was toen 32 jaar oud.
beroep(en): smid
Petrus is een nakomertje, zijn moeder is bijna 48 als hij wordt geboren.
Hij trekt eveneens naar Sevenum en wordt ..... smid, trouwt met Ida of Itgen Cuypers waarna hij inwoont bij zijn schoonvader, de wever Jan Cuypers.
Petrus heeft het niet makkelijk gehad. In een accoord dat hij in 1713 met zijn schoonvader sluit, wordt verteld dat hij dan zo'n negen tot tienjaar bij hem heeft ingewoond 'in dusdanige jaeren en miserabele conjuncture van tijde', dat hij steed s debelastingen van zijn schoonvader voor zijn rekening heeft genomen.Petrus en Itgen krijgen de beschikking over het huis en over alle gerede en ongerede goederen van Jan Cuypers, met uitzondering van diens weefgetouw, het bed waarin hij slaapt en eenkist met persoonlijke bezittingen. Jan Cuypers krijgt kost en inwoning, klerenen verpleging als tegenprestatie.
Twee jaar later sterft Petrus, misschien aan de gevolgen van de 'miserabele conjuncture'. (Ontleend aan: Ton Tielen, Stamreeks Tielen, voorheen Weijlarts, Nijmegen, december 1990)
Gehuwd 30 apr 1704 te Sevenum, Limburg met:
Ida Cuypers, geb. 1680, ged. 27 jun 1680 te Sevenum, Limburg
6) Tiel Tijlen, geb. 1645, ged. 1 mei 1645 te Venray, Limburg, ovl. 1703, begr. 1703 te Sevenum, Limburg, beroep(en): smid
Tilmannus, in de wandeling Tiel genoemd, trouwt op z'n zevenentwintigstemet de zes jaar oudere Godefrieda. De pastoor tekent bij het huwelijk aan: Tilmannus nomine vulgato Tiel filius Henrici Tielen, fabri ferrari inLoenen. Fabri en ferrari betekenen respectievelijk smid en hoefsmid. Loenen is Leunen, een gehucht onmiddellijk ten zuiden van Venraij. Of de beroepsaanduiding nu bij de vader of bij de zoon hoort is niet duidelijk. Het is op beiden van toepassing, zowel vader Henricus als zijn zonen Tiele en Petrus zijn smid. Diverse kleinkinderen zullen ook smid worden en het is duidelijk dat hier dus sprake is van een 'erfelijk' beroep.
Tiel Tijlen verhuist tussen 1675 - doop van het tweede kind in Venraij -en 1678 - doop van het derde kind in Sevenum - van Venraij naar Sevenum.We kunnen alleen maar gissen naar de reden, mogelijk wordt de werkplaatsvan zijn vader te klein omda t deandere zonen opgroeien en hun plek opeisen in de smidse, mogelijk doet zich de gelegenheid voor om een mooie smederij in Sevenum over te nemen. Het echtpaar Tijlen - op Rijbroeck heeftgeen familieconnecties in Sevenum. Zij hebben hun nieuwe huis inSenum niet geërfd maar gekocht. Bij gebrek aan schepenprotocollen die ver genoegterug gaan, valt dat niet meer na te gaan.
Dat we toch weten waar hun huis heeft gestaan, danken we aan de bijlagenvan de schatcedullen (kohieren van de grondbelasting ten behoeve van hetland van Kessel) van Sevenum die zich in het gemeentearchief van Sevenumbevinden (met dank aan de he er P.J.M. van Enckevort die de bewoningsgeschiedenis van de meeste Sevenumse huizen en boerderijen heeft nagevorst).De eerste lijst waarin we Tiele terugvinden is die van 1680.
De cedullen van de jaren daarvoor zijn te fragmentarisch om er iets aante hebben.
Tiel wordt vermeld in de lijst van hoofdgeld of capetatie:
Tijel Smets met de vrou 4 (gulden) - 16 (stuivers)
de knecht 1 - 10
de beestenlijst: Tijel den Smedt, 1 koe, 8 (korven met) bijen
de lijst van ambachtsluiden: Tijel den Smet 1 - 6
de lijst van gewin en geweer: Tijel den smet 1 gl.
Deze lijsten werden elk jaar opgesteld in dezelfde volgorde. We vinden Tiel de smid op dezelfde plek als later zijn zoon en weer later zijn kleinzoon, Kerkstraat 11. Dat adres werd in die tijd nog niet gebruikt maar werd in de 19e en 20e eeuw aa n het huis op die plek toegekend. Nu bevindtzich op die plaats de ingang van het gemeenschapshuis van Sevenum.
In Sevenum wordt Tiel niet meer Tijlen genoemd maar Hendricx, en dat zeer konsekwent. Zijn kinderen heten weer Tielen zodat men kan veronderstellen dat de familienaam Tielen - na Venraij - in Sevenum voor de tweede keer is ontstaan. Voor hetzelfd e geld was het Hendricx geworden.
Tiel is smid maar van de smidse alleen kan hij in een klein dorp als Sevenum niet leven. Dus boert hij er een beetje bij, we hebben al gezien dathij in 1680 een koe heeft en bijen houdt. Wellicht heeft hij ook een varken gehad, misschien wat ganz en, kippen, schapen, een paard.Nog een feitwaaruit blijkt dat hij niet alleen smid is. Tiel en Geurtje kopen bouwland en enkele weilanden om er hun beesten te kunnen laten grazen. Op 28 november 1696 wordt voor 35 gulden een stuk bouwland en een weiland van Jacob kerstjen
s en Merrij Hermans gekocht, en op 21 februari 1697 voor 122 gulden een wei en een halve morgen bouwland van de erfgenamen van wijlen Hendrick van den Bergen (Schepenbank Sevenum, Protocol van transporten, testamenten, enz., 1695 - 1720, folio 18 enfolio 21).
Tiel boert heel aardig, hij heeft blijkbaar voldoende kapitaal om een huis, bouwland en weilanden te kopen. Op een gegeven moment is hij in staatde gemeente Sevenum 650 gulden te lenen en een tijd later nog eens 450 gulden. Deze kapitalen vererve n op zijn zoons.
(Ontleend aan: Ton Tielen, Stamreeks Tielen, voorheen Weylarts, Nijmegen, december 1990)
Gehuwd 14 nov 1672 te Venray, Limburg met:
Godefrida op Rijbroeck, geb. 1639, ged. 22 mrt 1639 te Venray, Limburg, ovl. 1709, begr. 17 sep 1709 te Sevenum, Limburg, dochter van Joannes op Rijbroeck en Ida op Boddenbroeck
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.