Tijdstip: 10:00:00
(1) Zij is getrouwd met Frans Joseph de Bois (Dubois).
Zij zijn getrouwd op 23 augustus 1888 te Breda, zij was toen 34 jaar oud.
Hij werd door de rechtbank van Breda veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf dagen voor, op 22 oktober 1884 in de Vingerhoedstraat te Breda "Belediging met woorden van een agent van politie in funtie". Beklaagde verstoorde in beschonken toestand de rust en heeft de agent Smeerlap en Lammeling genoemd.
(Arr.Rb. Breda Invnr 154, rolnr 548 Nr. toegang 23)
Op 26 januari 1886 heeft hij een agent van politie te Breda mishandeld en werd hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van wederom vijf dagen.
(Arr.Rb. Breda Invnr 161, rolnr 103 Nr. toegang 23)
Op 25 mei 1890 heeft hij 's middags om vijf uur in de Keizerstraat te Breda zijn plaatsgenoot Hendrik Nedermeijer, opzettelijk tegen de kin geslagen en bloedig verwond. Beklaagde werd scheldende en in opgewonden toestand aangehouden en veroordeeld wegens mishandeling, tot een gevangenisstraf van tien dagen.
(Arr.Rb. Breda Invnr 196, rolnr 462 Nr. toegang 23)
Kind(eren):
(2) Zij had een relatie met Onbekend.
De relatie startte op 23 augustus 1888 te Breda, zij was toen 34 jaar oud.
Notitie bij Wilhelmina: WERKSTER
Vonnis van de Arrondissements-Regtbank, zitting houdende te Breda dd. 23 october 1884:
1. Wilhelmina de Moet oud 29 jaar, werkster
2. Margaretha Cornelia Groos oud 31 jaar, publieke vrouw
Overwegende, dat de beklaagden zijn gedagvaard ter zake van, dat zij den 22 october 1884, te Breda, elkander onderling moedwillig hebben geslagen, mishandeld en verwond.
Overwegende, dat de ter teregtziting gehoorde getuige J.C. Fransen, agent van politie en onbezoldigd rijksveldwachter te Breda, in overeenstemming met en ter bevestiging van zijn in deze op de ambtseed opgemaakt proces verbaal, heeft verklaard, dat hij heeft gezien, dat de beklaagden elkander, de één de ander, moedwillig, op tijd en plaats voormeld, hebben geslagen, waardoor zij ieder zijn verwond, zoodat naar eisch van regten is bewezen, dat de beklaagden zich hebben schuldig gemaakt aan het haar ten laste gelegde feit, welk feit voor ieder moet worden gequalificeerd: "het iemand moedwillig toebrengen van slagen en kwetsuren, waaruit geen ziekte of beletsel tot persoonlijke arbeid is ontstaan".
Overwegende, dat de minder ernstige aard van de mishandeling en het gemis aan waardeerbaar nadeel, omstandigheden zijn, die het misdrijf schijnen te verkleinen.
De oorspronkelijke eis was; bij verstek ieder te veroordelen tot gevangenisstraf voor den tijd van 30 dagen en in eene geldboete van f 8,= ten behoeve van den Staat, bij wanbetaling binnen twee maanden na aanmaning te vervangen door 3 dagen gevangenisstraf, en in de kosten van het geding solidair des noods bij lijfsdwang te verhalen.
De uitspraak ter openbare correctionele teregtzitting van den 13 november 1884 (vanwege "de minder ernstige aard van de mishandeling etc." zijn de alzoo schuldig verklaarden veroordeeld tot eene gevangenisstraf voor den tijd van ieder 10 dagen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Wilhelmina de Moet | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1888 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Frans Joseph de Bois (Dubois) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1888 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Onbekend | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.